Wetenschap - 23 augustus 2010

Lage fosfaatgift, toch goede opbrengst

Strenge bemestingsnormen gaan niet ten koste van de opbrengsten in de veehouderij op zandgronden. Dat blijkt uit het langdurig toepassen van evenwichtsbemesting van fosfaat op proefbedrijf De Marke van Wageningen UR.

Jarenlang adviseerde de landbouwvoorlichting boeren om meer fosfaat op het land te brengen dan de planten kunnen opnemen. Een lagere gift zou de landbouwproductie aantasten. Overdosering was nodig, zo werd betoogd, om een ‘onvermijdbaar fosfaatverlies’ te compenseren. In de praktijk werd dit advies ruimhartig opgevolgd. Hierdoor zijn veel bodems in Nederland verzadigd met fosfaat en komen de meststoffen in het grondwater terecht.
Om te voldoen aan Europese waterkwaliteitseisen, worden de gebruiksnormen voor meststoffen in de landbouw strenger. Beleidsmakers willen toe naar evenwichtsbemesting: niet meer fosfaat toedienen dan de planten kunnen opnemen. Veel boeren vrezen dat dit ten koste gaat van de gewasopbrengsten. En ook onder agronomen is er verschil van mening of de bodemvruchtbaarheid afneemt bij evenwichtsbemesting.
 
Bodemlagen
De Marke, proefbedrijf voor de melkveehouderij in het Gelderse Hengelo, is al in 1989 begonnen met evenwichtsbemesting. De Marke heeft vooral grasland, maar verbouwt ook maïs en granen om te gebruiken als veevoer. Onderzoekers maten elk jaar hoeveel fosfaat door het gewas werd opgenomen, hoeveel naar het grondwater weglekte en hoeveel fosfaat werd opgeslagen in verschillende bodemlagen.
Bij de start van de proef was er veel fosfaat opgeslagen in de bodems van De Marke. Door de evenwichtsbemesting daalde de fosfaatconcentratie in de bodem met 16 procent. De hoeveelheid snel beschikbaar fosfaat in de bodem daalde zelfs met een kwart. Toch daalde de productie van gewassen niet. ‘Bij evenwichtsbemesting kun je ook op lange termijn nog een prima gewas telen’, zegt onderzoeker Koos Verloop. Dat komt, legt hij uit, doordat de beschikbaarheid van fosfaat in de bodem bij evenwichtsbemesting eerst daalt, maar dan stabiliseert op een niveau waar de plant nog goed bij kan groeien.
 
Zandgrond
Het helpt wel, voegt Verloop toe, als de boer gewasrotatie toepast, waarbij hij afwisselend gras, graan en maïs teelt. Als de bodem wordt omgeploegd, is het fosfaat beter beschikbaar, blijkt uit het onderzoek. Verder merkt hij op dat deze conclusies gelden voor de landbouw op zandgrond. ‘Er loopt ook onderzoek op klei en veengrond en daar lijkt het beeld niet eenduidig. Het maakt ook uit wat je verbouwt. Mijn collega Bert Smit heeft vastgesteld dat evenwichtsbemesting voor kortgroeiende gewassen in de vollegrondstuinbouw veel moeilijker is te realiseren, vooral bij een lagere bodemvruchtbaarheid.’ Verloop vindt de uitkomst op De Marke opvallend. ‘Maïs staat bekend als fosfaatbehoeftig. Het is opmerkelijk dat je ook bij dit gewas langdurig toe kunt met evenwichtsbemesting.’
 
Traag
Het onderzoek maakt deel uit van het programma Koeien en Kansen en wordt gefinancierd door de ministeries van VROM en LNV, het Productschap Zuivel en het Europese project Dairyman. Niet eerder was gedurende lange tijd de fosfaatconcentratie in de bodem gemeten bij lage fosfaatgift. Dat was hard nodig, zegt Verloop. ‘De reactie van de bodem op veranderde fosfaatbemesting is traag. Veel fosfaat wordt vastgelegd door bodemdeeltjes. Als je de gift verlaagt, gaat de bodem fosfaat naleveren. Onderzoek naar de gevolgen van fosfaatbemesting is dus een kwestie van lange adem.’
Het onderzoek werd in juli gepubliceerd in het vakblad Nutrient Cycling in Agroecosystems.


Re:ageer