Wetenschap - 1 januari 1970

Laboratorium voor Bodemkunde en geologie, Duivendaal

Laboratorium voor Bodemkunde en geologie, Duivendaal

Laboratorium voor Bodemkunde en geologie, Duivendaal


,,Mijn voorganger heeft wel eens zijn vinger verbrand doordat hij die te
lang in de stralenbundel had gehouden, maar dit apparaat zit vol
veiligheidsmaatregelen. Als ik het deksel waarachter het monster zit maar
aanraak gaat de röntgenbundel al uit’’, vertelt Jan van Doesburg. Al dertig
jaar houdt hij zich bezig met röntgendiffractiemetingen van bodemmonsters.
De afbuiging van de röntgenstralen zegt iets over de samenstelling van het
monster. Van Doesburg is de enige die het röntgendiffractieapparaat
bedient. ,,Als je bodemonderzoek doet wil je precies weten wat er in de
grond zit. We bekijken hier veel kleimineralen. Die hebben namelijk veel te
maken met de vruchtbaarheid en bewerkbaarheid van de bodem.’’
Het apparaat bestaat uit een röntgenbuis, een generator om de benodigde
spanning van 40.000 volt op te wekken, een beweegbare arm waarin het
monster wordt gestopt en een meetpaneel. De meetgegevens worden niet meer,
zoals lange tijd gebruikelijk was, op papier geregistreerd, maar worden
opgeslagen in de computer. ,,Met röntgendiffractie kun je kristallijne
stoffen als suiker en zout bekijken. In iedere stof zitten de atomen weer
in een andere kristalstructuur. De detector gaat steeds in een andere hoek
over het monster. In de manier waarop de straling verstrooid wordt zit een
patroon. Dat vergelijken we met de honderdduizend verschillende patronen
die in de computer zijn opgeslagen.’’
Van Doesburg werkt dagelijks met het apparaat. Hij draagt dan een badge die
meet of hij straling opvangt. Iedere veertien dagen wordt de badge door een
bedrijf opgehaald voor onderzoek. ,,Ik heb er één keer een geintje mee
uitgehaald door hem bij de bundel te houden maar dat zagen ze natuurlijk
meteen.’’ | Y.d.H., foto G.A.

Re:ageer