Wetenschap - 1 januari 1970

Laagveen vaak niet te herstellen

Laagveen vaak niet te herstellen

Laagveen vaak niet te herstellen


Talloze projecten voor ecologisch herstel van Nederlandse laagveengebieden
zijn jammerlijk mislukt. In plaats van proberen zeldzame orchideeën en
andere planten terug te krijgen, is het beter deze gebieden in te richten
als noodoverloopgebied. Dat concluderen Wageningse en Groningse
onderzoekers op basis van een inventarisatie van twaalf herstelprojecten.

De vele verzuurde en verdroogde graslanden in Nederland stonden voor de
tweede wereldoorlog nog als pareltjes van natuurschoon te boek. Maar op
diverse plaatsen in onder andere Friesland en Gelderland lukt het niet de
verzuring te verminderen en bijzondere plantensoorten terug te krijgen.
Geef de graslanden dan een andere bestemming, is het idee van drs Rolf
Kemmers van Alterra, en dr Ab Grootjans en prof. Jan Bakker van
Rijksuniversiteit Groningen.
,,Aan ecologisch herstel van sterk gedegradeerde, ontwaterde graslanden
valt niet zoveel eer te behalen’’, zegt Kemmers. ,,Voor deze gronden kun je
beter geen ambitieuze natuurdoelen stellen. Je kunt ze beter reserveren
voor het waterbeheer als noodoverloopgebied, voor het ‘parkeren’ van
hoogwatergolven.’’ In het hierdoor gecreëerde wetland kunnen op den duur
nieuwe interessante planten en dieren de kop opsteken, denken de
onderzoekers.
In onder meer de polder Wyldlannen in Friesland, het natuurgebied
Stroothuizen in Twente en natuurgebied Groot Zandbrink in de Gelderse
Vallei zijn gedurende meerdere jaren diverse maatregelen uitgevoerd om de
verzuring en eutrofiëring tegen te gaan. De ingrepen bestonden uit
wegplaggen van de bovenste verzuurde bodemlaag, maaien of door schapen
laten begrazen om het overschot aan nutriënten af te voeren, en het
introduceren van zeldzame plantensoorten. Maar het effect op de
soortenrijkdom bleef in veel gevallen uit, blijkt uit de studie van de
Wageningse en Groningse onderzoekers. Kemmers: ,,Het beoogde ecologische
herstel is niet opgetreden omdat de hydrologie in die gebieden grondig
verstoord was. Nabijgelegen landbouwgronden zijn ontwaterd, met als gevolg
dat het grondwater blijft wegzijgen waardoor basische stoffen zoals
calcium, die een bufferende werken tegen verzuring, verdwijnen. Het zure,
plantonvriendelijke milieu blijft dus bestaan.’’
Volgens Kemmers en zijn collega’s is herstel van de plantenrijkdom alleen
mogelijk in gebieden waar geen sterke ontwatering is opgetreden of waar
kalkrijke kwel optreedt. De kwel zorgt voor een minder zure bodem waarop
planten kunnen gedijen. Kwel komt voornamelijk voor in de beekdalen van
Pleistocene oorsprong, in Twente, de Achterhoek en Brabant. Hier zijn op
een aantal plaatsen natte graslanden met succes ecologisch hersteld. Kwel
is afwezig in de meeste beekdalen van Holocene oorsprong in het noorden en
westen van het land.
Kemmers vindt dat het beleid van het ministerie van LNV voor ecologisch
herstel, onder meer bij de Ecologische hoogstructuur, meer rekening moeten
houden met lokale milieucondities. ,,Het maken van plannen voor ecologisch
herstel is vaak bureauwerk en men gebruikt globale informatie over de
bodems. Je moet de plannen echter afstemmen op de mogelijkheden die
terreinen bieden. Anders verricht je grote inspanningen voor doelen die
niet realiseerbaar zijn.’’ |
H.B.

Re:ageer