Wetenschap - 9 maart 1995

LUW-hoogleraren over herijking ontwikkelingssamenwerking

LUW-hoogleraren over herijking ontwikkelingssamenwerking

Miljoenen en nog eens miljoenen worden naar de ontwikkelingslanden gedragen en er komt niets, maar dan ook niets van de hulp terecht. Dat vindt althans VVD-leider Bolkestein. Hij breekt met kennelijk plezier ook dit heilig huisje af. Toen bij de kabinetsformatie de onderhandelaars het niet eens konden worden over de centen was de herijkingsoperatie geboren: Ontwikkelingssamenwerking, Buitenlandse zaken en Defensie moeten het onderling eens worden over de verdeling van de budgetten en de richting van het beleid. Onder leiding van WUB-hoofdredacteur Simon Vink analyseren drie Wageningse deskundigen de ontwikkelingen; een debat in De Wereld met prof. dr A. Kuyvenhoven, prof. dr D.B.W.M. van Dusseldorp en prof. dr A. Niehof.


Niehof: Er zijn altijd al discussies geweest over geld, maar waarom leiden die nu ineens tot een herijkingsoperatie? Omdat ontwikkelingssamenwerking haar status van heilig huisje heeft verloren. Het was altijd van bezuinigingen uitgesloten, het kreeg juist meer. Dat stoelde deels op het christelijke karakter van onze maatschappij en schuldgevoelens over de na-oorlogse dekolonisatie. Nu dient de discussie om de samenwerking opnieuw naar de achterban te rechtvaardigen."

Kuyvenhoven: Onderzoek leert dat niet zozeer schuldgevoelens, maar humanitaire motieven belangrijk zijn: het niet accepteren van grote verschillen in welvaart. Verder speelt het belang van internationale veiligheid: het is gewoon niet verstandig om grote welvaartsverschillen te laten voortbestaan. Dat vergroot de kans op conflicten. Tenslotte, maar dat wordt in Nederland jammer genoeg altijd onder de tafel gehouden, zijn economische belangen een belangrijke drijfveer. Als kleine, internationaal georienteerde economie hebben we goede afzetmarkten nodig. Daar levert ontwikkelingssamenwerking een legitieme bijdrage aan, die het wederzijdse belang onderstreept."

Van Dusseldorp: Als het niet voor beide partijen leuk is, zo ook in onderzoeksprojecten, dan dreigt het in de liefdadigheidssfeer te komen. Soms is dat wel goed zoals bij noodhulp - ik zit zelf in het bestuur van Mensen in nood - maar in samenwerking met overheden en particuliere organisaties moet er toch voor beide partijen iets inzitten."

Kuyvenhoven: Ik zeg altijd tegen mijn studenten: Er zitten drie aspecten aan ontwikkelingssamenwerking: hulp, handel en migratie. Wij zijn royaal met hulp, want dan hoeven we ons over handelsliberalisatie minder zorgen te maken. Beperkte afzetmogelijkheden compenseren wij met meer hulp. En naarmate we royaler hulp geven, kunnen we ook de grenzen moreel dicht houden. Natuurlijk moet het precies omgekeerd: handelsliberalisatie moet voorop staan, de Europese Unie moet bijvoorbeeld haar grenzen openen. Dat geeft ontwikkelingsmogelijkheden elders en daarmee kan een deel van de migratie worden afgewend."

Kuyvenhoven: In de Sahel is de CFA gedevalueerd. Deze munt was gekoppeld aan de Franse franc en overgewaardeerd. Nu zie je de economische activiteiten opleven. De uitvoer van vee vanuit Mali is binnen een jaar weer op gang gekomen. Deze voordelen duren zo'n vier jaar en dan loop je tegen de grenzen van de natuurlijke hulpbronnen en moet je de landbouw intensiveren en moderniseren. Dan komen de echte problemen aan bod, want de armste landen worden natuurlijk niet het meest met handel geholpen. Je moet eerst een aanbodcapaciteit opbouwen. Ook belangrijk is de ontmanteling van de centrale overheid, zodat ondernemers weer op grond van eigen overwegingen investeren."

Law and order

Vink: Waarom bent u bang van de overheid, leren ervaringen in Chili en Indonesie niet dat welhaast dictatoriale bewinden juist garant staan voor economische groei?"

Kuyvenhoven: Het Indonesische overheidsbeleid is een schoolvoorbeeld: niet doen wat onderdanen beter kunnen en alleen belangrijke zaken regelen die blijven liggen, zoals de aanleg van wegen en irrigatiestelsels en het verbeteren van het onderwijs. Indonesie werkte met een consortium van buitenlandse donoren, waarbij de Wereldbank altijd voorwaarden stelde aan het te voeren beleid."

Van Dusseldorp: Een van de belangrijkste dingen die de Indonesische overheid bewerkstelligde is law and order. Zonder dat dondert alles in elkaar."

Niehof: Aziatische staten zijn van oudsher gebaseerd op oude gecentraliseerde irrigatiebeschavingen met een duidelijke politieke infrastructuur en nu nog is een sterk overheidsgezag essentieel. Maar met de economische ontwikkeling die hier min of meer uit voortkomt, krijg je steeds mondiger burgers die niet langer datzelfde model accepteren dat de ontwikkeling mogelijk maakte. In Afrika had je ook oude rijken, maar in geen enkel land - op Egypte na - vallen de huidige grenzen hiermee samen. Dat is een belangrijke oorzaak voor het echec aldaar."

Januskop

Van Dusseldorp: Toch is ook daar belangrijke vooruitgang geboekt. Zo is tussen 1960 en 1980 het analfabetisme sterk teruggedrongen en is bijna overal de levensverwachting met gemiddeld tien jaar gestegen. Behalve in landen als Oeganda waar de Aids erg hard toesloeg."

Kuyvenhoven: Maar het ontbreekt in Afrika aan economische ontwikkeling. De voedselproduktie per capita daalt, een historisch uniek verschijnsel dat nooit eerder in Azie of Latijns-Amerika voorkwam."

Van Dusseldorp: Je praat over processen, die je niet zomaar kunt beheersen, zoals een bevolkingsgroei in Kenya van vier procent. Dus kun je niet zomaar zeggen dat de ontwikkelingssamenwerking heeft gefaald, zoals zou blijken uit het rapport van de Inspectie onderzoek ter velde over de hulp aan Tanzania. Die vergelijkt de behaalde resultaten met volkomen irrealistische projectdoelstellingen. Deze doelstellingen zorgen voor gejaag. Fouten van de counterpart moeten gelijk gecorrigeerd, anders komt de voortgang van het project in gevaar. En dat wordt de deskundige aangerekend waarvoor na afloop natuurlijk wel een standbeeldje moet overblijven. IOV ontkent het belang van het leerproces en gaat uit van een lineair model."

Rampen

Niehof: Bolkestein kat altijd op de projectbenadering, maar je moet uitkijken dat je niet het kind met het badwater weggooit, er zijn ook goede projecten. Wel is Den Haag erg rigide, Pronk wil alles controleren en dat is een illusie. Dat heeft echter alles te maken met het Januskop-achtige karakter van ontwikkelingssamenwerking. Het is het enige beleidsterrein, waarbij je enerzijds kijkt naar de haalbaarheid bij de Nederlandse achterban en anderzijds naar de effectiviteit in een totaal andere context. Dat moet met elkaar verzoend. Wij waren daarbij teveel geneigd om het van hieruit te controleren."

Kuyvenhoven: Als de macro-economische context - wisselkoers, inflatie - niet deugt, mislukt een project, dus moet je gewoon ordinaire voorwaarden stellen. Waarom zou je bepaalde hopeloze landen niet gewoon laten zitten. In Zaire, een land met een apert verkeerd beleid, kunnen we niet effectief opereren. Misschien is militair ingrijpen in VN-verband wel effectiever. Zo ondersteunt Frankrijk na een nationaal debat de Algerijnse regering - die zelf ook vreselijke moordaanslagen pleegt - om te voorkomen dat het FIS aan de macht komt. Nederland zou ook eens vuile handen moeten maken."

Van Dusseldorp: Wageningen kan meehelpen bij preventie van conflicten. Neem Rwanda, waar SNV eindeloos heeft gewerkt en dat nu volkomen in elkaar ligt. Waarom doorgaan, als je eigenlijk op vulkanen zit? De LU heeft daarentegen veel kennis over land- en watergebruik en kan daardoor indicatoren aandragen voor een early warning system. Andere universiteiten kunnen indicatoren als de verdeling van de welvaart en de politieke structuur in kaart brengen."

Kuyvenhoven: Nomaden die moeten settlen zijn ook een voorspelbare conflicthaard."

Van Dusseldorp: De algemene voorspelling is dat komende oorlogen over water zullen gaan. Pakistan heeft niet genoeg drinkwater en irrigatiewater."

Niehof: Clingendael werkt daar bijvoorbeeld aan. De indicatoren en expertise zijn er, maar het ontbreekt aan een visie hoe te handelen. Nu is het alleen reactief en niet preventief."

Van Dusseldorp: Daarnaast kan de LUW inhaken op de zestig miljoen vluchtelingen. De vluchtelingenorganisatie van de VN heeft wel boeken over latrines etc, maar hoe vermijd je bijvoorbeeld dat vluchtelingen afhankelijk worden van de kampen? Wat dat betreft zie ik wel wat in de nieuwe leerstoel disaster management van Hellinga."

Kuyvenhoven: Het Burundi verhaal, hoe kun je een kamp zo armzalig inrichten dat de vluchtelingen gestimuleerd blijven om er weer uit te gaan. Dat zijn vreselijke vragen die wij met onze moraliteit bijna niet kunnen analyseren."

Van Dusseldorp: Het zou me niet verbazen als hier een arbeidsmarkt ligt. Er gaan nu al aardig wat ingenieurs naar het Rode Kruis en dergelijke."

Niehof: Ik ben betrokken bij een onderzoeksaanvraag voor de Filippijnen. Daar is een gebied door een vulkaanuitbarsting volkomen overspoeld met modder. De bewoners moeten nu in een hele andere omgeving een nieuw bestaan opbouwen, zo is rijstbouw niet meer mogelijk. Een continuing disaster. Hoe kunnen ze hun kinderen een toekomst bieden? Bij dit soort situaties kan de LUW specifieke deskundigheid leveren en dan zit men natuurlijk niet te wachten op mensen met management en onderhandelingsvaardigheden."

Kuyvenhoven: Een ingenieur moet op de eerste plaats zijn vakgebied beheersen. Maar veelal sluiten technische oplossingen niet voldoende aan op gestelde maatschappelijke vragen. Communicatie is erg belangrijk en multidisciplinariteit de kern van het probleem. Ook zijn veel studenten weinig analytisch. Ze verklaren zich op voorhand tot supporter van een bepaald idee en dat is voldoende."

Van Dusseldorp: Interdisciplinair onderzoek is alleen mogelijk als je heel goed bent in je eigen discipline, anders wordt het een grote puinhoop. Maar hoe leer je anderen te verstaan?"

Kuyvenhoven: Ik pleit voor een driejarige disciplinair kandidaats. Daarin leg je een academische basis, zodat je het krantenniveau ontstijgt en vervolgens in de twee daaropvolgende multidisciplinaire jaren aan anderen kunt uitleggen wat je vak inhoudt."

Van Dusseldorp: Je moet geen pure tropenopleidingen verzorgen, studenten moeten overal wat van weten. Die comparatieve kant is intellectueel ook veel interessanter; er zijn zoveel vergelijkbare processen."

Niehof: Ook moet je niet langer in projecten denken, of in bi- en multilateraal beleid, of in programma- en sectorhulp. Je moet uitgaan van een algemeen buitenland beleid, dat oog heeft voor steeds grotere verschillen tussen landen, waarbij je die instrumenten naar believen kunt inzetten. Zo beschikt India over veel deskundigen. Dan kan specifieke sectorhulp volstaan."

Kuyvenhoven: Verder moeten Landbouw en Economische Zaken bij de herijking worden betrokken, maar LNV is met de grote efficiency operatie bezig. Nu blijven handelsvraagstukken buiten schot. Ik vermoed dat uiteindelijk het niveau van de hulp met veel moeite op peil zal blijven. Je krijgt wel een verschuiving: er zal meer hulp naar Oost-Europa gaan, dat is een politieke realiteit. Ook zal er meer naar Afrika gaan, maar wel onder voorwaarde dat de hulp verbetert. Dat betekent automatisch dat Latijns Amerika zal afvallen en dat er voor Azie speciale regelingen moeten komen, want daar liggen formele belangen."

Re:ageer