Wetenschap - 9 mei 1996

LUW-student lid van visitatiecommissie milieu-opleidingen

LUW-student lid van visitatiecommissie milieu-opleidingen

Overnachtingen in luxe hotels en chique diners met hoogleraren en universiteitsbestuurders. Studentlid van een landelijke onderwijsvisitatiecommissie is bepaald geen doorsnee bijbaantje. Zesdejaars milieuhygiene E.L. Hubert was eind vorig jaar lid van de visitatiecommissie voor milieu-opleidingen.


Edith Hubert rolde er toevallig in. Door een misverstand dacht de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) ten onrechte dat de Universiteit Utrecht geen geschikte student kon vinden voor de visitatiecommissie voor milieu-opleidingen. De VSNU vroeg of de Landbouwuniversiteit iemand kon leveren. Liefst een vrouw, want de andere leden waren mannen. Hubert, voormalig lid van de richtingsonderwijscommissie, wilde wel. Dus mocht ze eind vorig jaar meepraten over de kwaliteit van acht van de negen universitaire milieu-opleidingen - aan de beoordeling van de LUW-opleiding deed ze niet mee.

Een visitatiecommissie bestaat voornamelijk uit wijze oude mannen, veelal hoogleraren met emeritaat. In het begin keek Edith Hubert een beetje op tegen de andere commissieleden, in het bijzonder tegen voorzitter prof. dr L. Ginjaar die van 1977 tot 1981 minister van Volksgezondheid en milieuhygiene was. Maar ze merkte al snel dat de andere leden heel gewone mensen waren. Ook al was de gemiddelde leeftijd in de commissie ruim twee keer de hare, Hubert kon het uitstekend vinden met haar collega's. Het was heel gezellig. Zo gingen we 's avonds in het hotel na de vergadering altijd nog even naar beneden om nog wat te drinken, ook al was het elf uur geweest."

Een visitatierapport is bedoeld om buitenstaanders een beeld te geven van de kwaliteit van een opleiding. Bij de beoordeling kijkt de commissie vooral naar de inhoud en het niveau van het programma en de samenhang tussen de verschillende vakken. Daarnaast let de commissie onder meer op de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke stafleden - bij zeven opleidingen scheef in het nadeel van de vrouwen - op de leeftijdsopbouw van de staf en op de vraag of het onderwijspersoneel zelf kwalitatief goed onderzoek verricht. Docenten die zich slechts bezig houden met onderwijs worden volgens Hubert niet echt gewaardeerd.

Zenuwachtig

Hubert merkte dat de medewerkers van de bezochte opleidingen best zenuwachtig waren. Begrijpelijk. Het oordeel van de commissie komt immers ook aankomende studenten ter ore." Een opleiding hoeft echter niet perfect te zijn. Er mogen best fouten in zitten. Zolang docenten maar aangeven wat ze daaraan denken te doen, zal de commissie er niet al te erg over zeuren. Want de onderwijsvisitatie is niet bedoeld om opleidingen te vertellen wat ze toch al weten."

Hubert was telkens een week kwijt aan een visitatie. Drie dagen voorbereiding en een bezoek van anderhalve dag. Best lang, zo'n bezoek", vindt ze. Die dagen zijn intensief. We kwamen om twaalf uur aan. Tot een uur hadden we met de commissie een voorbespreking. Vervolgens waren er tot zes uur aan een stuk door gesprekken. Dan volgde van zeven tot negen het diner. Soms zaten we dan gezellig te kletsen, maar vaak ook werd daar serieus gepraat. Meestal kregen we dan te horen hoe het bestuur van een universiteit tegen de opleiding aankijkt. Rond tien uur volgde er weer een vergadering. De volgende morgen waren er meestal opnieuw gesprekken. Na de lunch hadden we een korte bespreking. Daarna bereidde de voorzitter de presentatie van onze bevindingen voor."

De commissie bereidt zich voor met behulp van een door de opleiding gemaakt zelfstudierapport en afstudeerverslagen. Ook kunnen de commissieleden tijdens het bezoek dictaten en oude examens inkijken. Maar het meest verhelderend vond Hubert de gesprekken. Wanneer een probleem in de zelfstudie niet of verkapt aan de orde kwam, kwamen we er tijdens de gesprekken meestal toch wel achter. Vooral gesprekken met studenten zijn verhelderend. Die spelen geen politieke spelletjes."

In tegenstelling tot de studenten was het wetenschappelijk personeel niet altijd even openhartig. We merkten soms dat docenten terughoudend waren omdat ze niet wisten wat ze mochten zeggen."

Roostering

Een vaste taakverdeling had de commissie niet. Dat was ook niet nodig, vindt Hubert. We waren een echt team. Wanneer een van ons geen goed antwoord kreeg op een vraag, dan vroeg een ander wel door." Hubert merkte wel dat ieder zijn eigen stokpaardje had. Zo vroeg een commissielid steevast naar de internationalisering en een ander naar ecologie. Zelf lette Hubert meer dan de anderen op dingen die voor studenten belangrijk zijn, zoals de roostering van tentamens. Wanneer de discussie ging over de bestuurlijke inbedding van de opleiding of de onderzoekskwaliteit van het personeel hield ze zich buiten de discussie. Andere commissieleden wisten daar veel meer van."

Aangezien Hubert volgens het protocol niet mocht meedoen aan het bezoek aan Wageningen, kan ze niet veel vertellen over hoe het oordeel over de LUW-opleiding tot stand kwam. Wel weet ze dat het zelfstudierapport van milieuhygiene een van de meest kritische was. Daar was de commissie erg tevreden over."

De visitatiecommissie geeft geen vergelijkend oordeel over de opleidingen. Dat was niet de bedoeling. Onze taak was om per opleiding de sterke en zwakke punten op een rijtje te zetten. Niet om te zeggen: die opleiding is beter en die is slechter. Bovendien hadden we dan nog een aantal dagen langer bij elkaar moeten zitten. Het kostte nu al veel tijd om alles netjes op papier te krijgen."

De Volkskrant heeft na het lezen van het visitatierapport wel een rijtje gepubliceerd. Daarmee hebben ze niet echt misgeschoten", vindt Hubert. Volgens de ochtendkrant verdienden de opleidingen Beleidsgerichte milieukunde van Nijmegen en de postdoctorale beroepsopleiding Milieukunde het predikaat goed. Het dagblad plaatste de opleiding Milieubeleid- en beheer van de Open Universiteit en Milieukunde van de Universiteit Utrecht met het oordeel matig onder aan de lijst. Dat de Wageningse opleiding in de middenmoot eindigde, kwam volgens Hubert puur door de poging beta- en gamma-wetenschappen in een opleiding te integreren. Dat vonden we bij geen enkele opleiding geslaagd. Wij vinden dat je niet in vier jaar een student kunt opleiden die goed is in zowel de gamma- als de beta-wetenschappen. Want dan kan hij het allebei niet."

Verlengen

Een belangrijke eindconclusie van de visitatiecommissie is dat het niet mogelijk is om in vier jaar goede milieukundigen op te leiden. De commissie oordeelt positief over het niveau van de huidige opgeleiden, maar stelt vast dat zij vrijwel zonder uitzondering meer studeren dan volgens het boekje noodzakelijk is. De commissie betwijfelt of de kwaliteit van de opleidingen nog steeds goed is als studenten geen tijd meer hebben om extra vakken te volgen. Daarom pleit ze ervoor de opleidingen met een jaar te verlengen.

De milieu-opleiding van de Landbouwuniversiteit heeft vooralsnog als enige dat extra jaar. Maar volgens Hubert is het nog maar de vraag of de LUW blij moet zijn met die uitzonderingspositie. Wanneer ze middelbare scholieren voorlicht over de opleiding bespeurt ze maar weinig enthousiasme voor verlenging. Scholieren vinden vijf jaar best lang. Die willen vaak een zo kort mogelijke opleiding. Volgens mij krijgen studenten pas tijdens hun studie behoefte aan langer studeren. Dus of het reclame is moeten we nog even afwachten."

Re:ageer