Wetenschap - 17 mei 2001

LS: Van Bruggen versus Rabbinge

LS: Van Bruggen versus Rabbinge

Is het niet vreemd dat wanneer twee Wageningse kopstukken discussi?ren over de mogelijkheden van biologische landbouw, deze discussie vooral gaat over de gehaltes organische stof in de bodem (Wb 14)? Zou het niet minstens zo belangrijk zijn om de vraag te stellen wat de introductie van biologische landbouw betekent voor het totale agro-systeem inclusief de mens?

Wanneer we ons daarbij concentreren op de derde wereld kunnen we stellen dat biologische landbouw de mogelijkheid biedt de afhankelijkheid van externe inputs te minimaliseren. In situaties waar het onzeker is of bijvoorbeeld financiering blijvend mogelijk is, of pesticide en kunstmest wel aangevoerd kunnen worden, leidt dit tot een zekerder opbrengst. In een dergelijke omgeving zijn idee?n over theoretisch mogelijke producties niet relevant. Mag ik een onderzoek aanhalen, waarvan ik me realiseer dat het net zo'n onvolledig beeld geeft als de stortvloed van literatuur van Rabbinge en Van Bruggen, maar wat verduidelijkt wat ik bedoel. Op de Filipijnen heeft de FAO onderzoek gedaan naar de omschakeling van rijstboeren naar een biologische teeltwijze. Het effect daarvan was dat de boeren er financieel dubbel op vooruit gingen: ze hoefden geen pesticiden meer te kopen en de oogst nam toe. Dat laatste kwam doordat voorheen het pesticide de plaag ?n zijn predatoren doodde. Na enkele bespuitingen was meestal het geld op (dat moest dan weer met de volgende rijstoogst verdiend worden). De plaagorganismen zagen daarna eerder kans terug te komen dan de predatororganismen. Gevolg was een grote gewasschade.

Hiermee heb ik maar een aspect van de interactie tussen de sociale context en het landbouwsysteem aangehaald. Uiteindelijk gaat het erom dat het productiesysteem past in zijn ecologische en sociaal-culturele context. Daarbij hoeven we niet roomser dan de paus te zijn over het gebruik van kunstmest binnen landbouwsystemen die verwant zijn aan biologische productiewijzen. En natuurlijk zijn er ook plaatsen in de derde wereld waar je ervan uit kunt gaan dat het allemaal wel goed zit met de levering van externe inputs. De ontwikkeling van de mensen in de ontwikkelingslanden moet voorop staan. Daarbij is echter de richting die binnen de biologische landbouw aanwezig is, namelijk het ondersteunen van de boer als organisator van lokaal aanwezige potenties (ecologisch, sociaal en cultureel), van wezenlijk belang.

Derk Jan Stobbelaar

Re:ageer