Wetenschap - 5 april 2001

LS: Tropenidealisme uit de tijd?

LS: Tropenidealisme uit de tijd?

'Slechts een handjevol afgestudeerden gaat naar de tropen', kopt het stuk van Elton Wollenberg (Wb 22/3). Dat was schrikken, want een en ander staat in schril contrast met het resultaat van een recente PATIO-enqu?te onder eerstejaars. Daaruit kwam een zeer grote mate van enthousiasme naar voren voor studie en werk in ontwikkelingslanden. Het stuk van Wollenberg suggereert dat eerstejaars na?ef en idealistisch over de tropen denken en idealisme... tja, dat is iets van de jaren zeventig. Rob Schipper, studieco?rdinator O-20 en vroeger ongetwijfeld ook idealistisch, hekelt het gebrek aan realisme bij eerstejaars, terwijl Marjan Bos (KLV Loopbaancentrum) benadrukt dat specifieke tropische kennis ondertussen in voldoende mate aanwezig is in de ontwikkelingslanden zelf.

Het gaat hier ons inziens om een aantal cruciale kwesties. Is idealisme echt pass?? Moet je niet meer gaan studeren uit interesse voor een probleemveld? Is het meest belangrijke van een academische opleiding dat er een baan voor je klaar ligt nadat je je ingenieurstitel hebt gehaald? Wel prettig natuurlijk, maar als leidend beginsel?

Volgens cijfers van het KLV komt twee procent van de in het afgelopen jaar afgestudeerden in derdewereldlanden terecht, waarbij aangetekend moet worden dat de procedures voor het verkrijgen van een baan in de tropen vaak ruim een jaar in beslag nemen. Cijfers van het KLV uit 1996 geven aan dat vier procent van alle afgestudeerden in de tropen werkt en dat daarnaast nog acht procent in meerdere landen werkt, op korte missies. Ongeveer twaalf procent van alle afgestudeerden werkt dus voor kortere of langere tijd in de tropen en dat is beslist niet weinig. Wat is er gebeurd met de idealen van de overige dertig procent eerstejaars? Veel afgestudeerden overwegen om toch in Nederland te blijven vanwege een partner die niet weg wil of omdat een baan in Nederland makkelijker is te vinden. Dat wil niet zeggen dat hun idealisme daarmee van de baan is.

In het artikel wordt ook gesuggereerd dat Nederlandse afgestudeerden niet voldoende expertise hebben om te werken in de tropen of in een ontwikkelingsland. Het is natuurlijk waar dat er (gelukkig) steeds meer lokale expertise voorhanden is in de tropen, maar er zijn nog steeds bepaalde vakgebieden die ondersteuning nodig hebben. En het is toch ook in het belang van Nederland dat er kennis blijft bestaan over ontwikkelingsprocessen. Het huidige beleid van Herfkens beperkt weliswaar de mogelijkheden om op bilaterale basis te werken in de tropen, maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden (promotie-onderzoek, EU-onderzoeksprojecten, VN-organisaties, vrijwilligersorganisaties, etc.). Wat de minister echter wel zou moeten doen, is het assistant-deskundigenprogramma omvormen tot een professionele uitwisselingspool, waarin Nederlandse afgestudeerden voor een periode van vijf jaar in de tropen kunnen werken en mensen uit de tropen hier voor een bepaalde periode kunnen studeren en/of werken. Op die manier hou je een loopbaanperspectief in stand en hou je als BV Nederland kennis over ontwikkeling in huis. Het is bovendien een heel ander soort 'ontwikkelingssamenwerking' dan tot nog toe, namelijk een waarbij mondiale ontwikkelingen centraal staan en het Noord-Zuidkarakter veel sterker comparatief van aard wordt. Wat bepaalt de wederzijdse afhankelijkheid, hoe werkt macrobeleid op huishoudniveau door, hoe hypocriet is Nederland/Europa richting de tropen? Door dit soort kwesties in je studie te kunnen opnemen, word je een wereldonderzoeker, die associatief is en overal inzetbaar. Een aantal jaren 'in het veld' blijft wel uiterst wenselijk omdat we anders alleen maar vanaf de zijlijn staan te roepen.

Eric Smaling en tropenplatform Patio (Dirk van Apeldoorn en Annemarie Klaasse)

Re:ageer