Wetenschap - 11 januari 2001

LS: Stellingen (2)

LS: Stellingen (2)

Volkert Beekman poneert in zijn ingezonden brief (Wb 35) de stelling dat het formuleren van stellingen bij een proefschrift niet als archa?sch terzijde dient te worden geschoven. Hij polemiseert met Harro Maat (Wb 34), die vindt dat stellingen niets met serieuze wetenschap van doen hebben en behoren tot de parafernalia van de wetenschap, net zoals de toga en de paranimf. Maat vermoedt dat Wageningen vasthoudt aan de stellingen om zich daarmee een universitair imago aan te meten. Beekman daarentegen vindt het bedenken van stellingen een oefening in retorica die behouden dient te blijven omdat dergelijke oefeningen al zo schaars zijn. Beiden zeggen echter weinig over de inhoud van stellingen.

Maat doet net of stellingen alleen maar een leuke traditie vertegenwoordigen waarmee het NRC en nu ook het Wb een leuke rubriek kunnen maken. Hij gaat eraan voorbij dat veel aankomende promovendi wel degelijk worstelen met het produceren van goede stellingen met een wetenschappelijke inhoud. Geen onbelangrijke oefening lijkt me. Van een nog veel groter belang is de eis in het promotiereglement dat minstens zes stellingen n??t over het proefschrift mogen gaan. Dit dwingt de promovendus wetenschappelijk na te denken en ge?nformeerd te zijn over zaken die buiten het enge veld van het eigen onderzoeksobject vallen. Een niet geringe en tevens behartigenswaardige opgave. Een opgave die ook meer is dan enkel een stukje retorica.

Mocht het waar zijn dat de stellingen te weinig wetenschappelijke waarde hebben - zoals Maat beweert - dan is er iets mis met de toetsing van de kwaliteit. Maar moeten we daarom het formuleren van stellingen verwerpen, juist als dit een prachtig middel is waarmee de promovendus kan laten zien wat hij/zij buiten zijn/haar specialisatie waard is?

Tot slot: dat er om een enkele stelling valt te lachen, maakt deze nog niet onwetenschappelijk.

Kees Jansen,

leerstoelgroep Technologie en agrarische ontwikkeling

Re:ageer