Wetenschap - 28 juni 2001

LS: Speelmans onpasselijkheid

LS: Speelmans onpasselijkheid

Volgens een bericht in het Wb van 14 juni wordt onze rector onpasselijk van het feit dat er zoveel geklaagd wordt over werkdruk bij de universiteit, terwijl hij daarvoor een potje met geld zou hebben waarvan veel te weinig leerstoelgroepen gebruik maken.

Ik kan daaruit weinig anders opmaken dan dat Speelman van mening is dat het universiteitspersoneel voor een niet onbelangrijk deel bestaat uit querulanten en verwende types. Ik geloof dat niet en denk dat er voor het niet benutten van het bewuste potje andere redenen zijn. Ik noem een drietal.

1. De voorwaarden voor het gebruik van het potje zijn zodanig dat de leerstoelgroep, c.q. het departement zelf tweederde van de extra kosten moet ophoesten. Veel leerstoelgroepen zullen ervoor kiezen, dan maar (nog) meer priv?tijd in de studiehervorming te steken, temeer omdat door of namens de raad van bestuur bij een aanzienlijk deel van de leerstoelgroepen al een flinke greep in hun fondsen is gedaan, zodat daar veelal weinig meer te halen is. Bovendien lost een potje met geld niet alles op. Je zult een geschikte tijdelijk medewerker moeten vinden, deze inwerken, enz. Ook dat kost tijd en dan heb ik het nog niet eens over de kwaliteit van het aldus te verzorgen onderwijs.

2. Bij de onderwijsinstituten (OWI's) heeft in 2000 een verdeelronde van geld voor het ontwikkelen van nieuwe vakken voor de propedeuse plaatsgehad. Daarvoor zijn mensen ingehuurd en betaald. Nu blijkt dat het maar zeer de vraag is, of dat geld ooit aan de OWI's en dus aan de betrokken leerstoelgroepen zal worden terugbetaald. Ik moet daarbij aantekenen dat mijn ervaring op dit punt beperkt is tot het OWI Omgevingswetenschappen. Dat neemt niet weg dat de raad van bestuur zich hier heeft laten kennen als een onbetrouwbare partner op financieel gebied. Dat stimuleert leerstoelgroepen bepaald niet om met diezelfde raad nieuwe financi?le regelingen aan te gaan.

3. Ook op het punt van de directe financiering van leerstoelgroepen heeft onze raad van bestuur zich als onbetrouwbaar doen kennen. Ik noem hier de 'beloning' voor afstudeervakken die in 'Krachtig op Koers' op 8000 gulden kwam en uiteindelijk in het Instellingsplan 1999-2003 teruggebracht was tot 3600 gulden, met de mogelijkheid tot verdere verlaging naar 2500 gulden.

In dezelfde lijn als de opmerking van Speelman liggen die van de voorzitter van de raad van bestuur een aantal maanden geleden, dat de 'vraagcultuur bij de universiteit tot grote hoogte is gestegen' en diens brief met donderpreek van voorjaar 2000 die er vrij vertaald op neerkwam dat wie het niet eens was met de ingezette koers maar beter kon opkrassen.

Dit alles doet mij denken aan de situatie in Oost-Berlijn in juni 1954, toen ontevredenheid over de regeringspolitiek tot uiting kwam in rellen. De toenmalige DDR-regering liet vervolgens melden dat het volk hiermee het vertrouwen van de regering zou hebben verspeeld en dat het dit alleen door verdubbelde inzet zou kunnen terugverdienen. De schrijver Bertolt Brecht, die men bepaald niet van negatieve vooringenomenheid jegens het regime kon betichten, repliceerde daarop met de onsterfelijke zin 'W?re es da nicht einfacher, die Regierung l?ste das Volk auf und w?hlte ein anderes?'

Bij wijze van alternatief zou er misschien eens gepraat moeten worden over vertrouwenwekkende maatregelen van de zijde van de raad van bestuur in plaats van het stelselmatig hakken op de universiteit. Dat zou een aanzet kunnen zijn om het onmiskenbare proces van vervreemding tussen bestuur en universiteitspersoneel om te keren. Het kan nog steeds, denk (hoop) ik.

Sake van der Schaaf,

sectie Waterhuishouding

Re:ageer