Wetenschap - 12 april 2001

LS: Energie-efficiënte tomaten

LS: Energie-efficiënte tomaten

Naar aanleiding van de aankondiging van een groots opgezet onderzoekproject over energiezuinige tomaten, reageerde ik indertijd met enige kritische kanttekeningen, die als ingezonden stuk in Wb werden opgenomen. Een eerste verslag over dit onderzoek werd inmiddels afgedrukt in Wb van 22 maart. Hierin wordt de lezer kond gedaan dat er nu in het huidige tomatensortiment rassen voorkomen die bij een lagere temperatuur toch een goede opbrengst geven en 'al met een paar graden minder toe kunnen dan gebruikelijk'. Blijkbaar wordt nog steeds gezocht naar tomatenrassen die bij een lagere temperatuur kunnen groeien.

Ik wil hier nog eens beklemtonen dat deze benadering een doodlopende weg is. Er moet niet in de eerste plaats gezocht worden naar genotypen die het bij een lagere temperatuur goed doen. Het accent moet gelegd worden op het ontwikkelen van rassen met een hogere energie-effici?ntie, dus naar rassen die per kubieke meter verbruikt gas de hoogste opbrengst geven. Het doet er daarbij minder toe bij welke temperatuur deze rassen geteeld worden. Waarschijnlijk zullen de optimale teelttemperaturen in de buurt liggen van de temperaturen die de telers en ook de veredelaars nu vaak aanhouden. Een lagere teelttemperatuur zal veelal samengaan met een langere teeltduur, wat uit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering meestal ook niet gewenst is. Verder zal men zich moeten realiseren dat de zelfde tomatenplant die het in koelere groeimaanden, waarin gestookt moet worden, goed doet, ook maximaal moet presteren in de warme zomerse periode daarna. Op dus naar een tomatenras dat onafhankelijk van de temperatuur goed presteert! Langs klassieke weg werd op deze manier al opmerkelijk veel bereikt in de vorm van productievere rassen die sowieso al veel effici?nter produceren. Het is afwachten of moderne technieken in deze nog veel kunnen bijdragen, vooral omdat het in casu een gecompliceerd fysiologisch proces betreft, waarbij een groot aantal genen betrokken is. Voor het welslagen ervan is een goed doordachte en geanalyseerde probleemstelling in ieder geval essentieel.

Ir. M. Nieuwhof, Bennekom

Re:ageer