Wetenschap - 25 april 2002

LS: De boeren en het badwater

LS: De boeren en het badwater

Pieter Vereijken heeft in het verleden belangrijke en verfrissende bijdragen geleverd aan de discussies rond de biologische landbouw en multifunctioneel landgebruik. Zijn interview in Wb 13 is echter tenenkrommend: veel ouwe koeien die wat mij betreft in de sloot mogen blijven. Ik vind echter dat je als wetenschapper je wel aan de wetenschappelijke mores moet houden en op twee punten gaat Vereijken naar mijn mening over de schreef.

In de eerste plaats bestaat onze wereld kennelijk uit twee soorten mensen: voor- en tegenstanders van boeren en dat is equivalent met slecht en goed. Dit is monomane ideologie van de ergste soort, die niet thuishoort in wetenschapskringen. Het mag zo zijn dat je zo nu en dan wat prikkelend moet schrijven om gehoord te worden maar het gaat wel heel ver om vanuit de luie stoel terloops even 80.000 boeren ('uitstervende panda's') met het badwater weg te gooien.

In de tweede plaats formuleert Vereijken een toekomstscenario voor het Nederlandse platteland: alle boeren weg en het land gebruiken voor natuur, waterberging, woningen met grote tuinen, industrie en wegen. Dat is al vaker gezegd, onder anderen door Bomhof, en het is zeker een denkbaar toekomstscenario. Maar er zijn ook andere scenario's die realistisch zijn vanuit een economische, ecologische en sociale optiek. Daarin komen verschillende vormen van landbouw voor in verschillende combinaties met andere landgebruiksvormen. De vijfde nota ruimtelijke ordening, die door het vallen van het kabinet nu op de lange baan wordt geschoven, doet een moedige poging tegenstrijdige belangen die hier in het geding zijn, onderling af te wegen. Dit is bijzonder belangrijk, juist op dit moment, want het is hoe dan ook duidelijk dat de land- en tuinbouw op termijn niet meer 70 procent van het land zal gebruiken.

Wordt het toekomstig landgebruik een resultaat van het spel der vrije krachten of gaan we daar rationeel over nadenken? Ik zie het als primaire taak van de wetenschap om verschillende landgebruiksscenario's, die (inderdaad!) de wensen van de consument moeten reflecteren, zo goed mogelijk te onderbouwen inclusief alle onderlinge trade-offs tussen tegenstrijdige belangen. Vooral het laatste is belangrijk, want die worden door de politiek vaak sterk onderbelicht. Het is vervolgens aan de politiek om te kiezen uit de gepresenteerde opties. Ook bij dat keuzeproces kan de wetenschap behulpzaam zijn. Deze positie van een wetenschap-op-enige-afstand is te verkiezen boven een positie waarin de wetenschap op de stoel van politiek en beleid gaat zitten.

Dit laat onverlet dat wetenschappers ook persoonlijke meningen bezitten en dat ze die mogen ventileren, maar de schrille en rancuneuze wijze waarop Pieter Vereijken hier te keer gaat, bereikt het tegenovergestelde van het beoogde. Vereijken schetst niet de bredere context waarin de problemen spelen en dat is niet des wetenschaps. Er wordt nu toch al uitgebreid gewerkt vanuit het idee van de ketenomkering, waarbij de productie wordt geleid door de vragen van de klant? Ook landschaps- en natuurbeleving krijgt veel aandacht. Een pleidooi om dit soort activiteiten te versterken en te integreren zou effectiever zijn om Vereijken's boodschap over te brengen, en ik zou het daar van harte mee eens zijn. Kan het zijn dat hij is ge?nfecteerd door het Pim Fortuyn-virus?

Johan Bouma

Kenniseenheid Groene Ruimte

Re:ageer