Wetenschap - 10 mei 2001

LS: Biologische landbouw

LS: Biologische landbouw

Met groeiende interesse las ik het interview met Rudy Rabbinge en Ariena van Bruggen in Wb 14. Twee hoogleraren met een plantkundige achtergrond die, sprekend over biologische landbouw, focussen op bodemkundige problemen. Rabbinge heeft waarschijnlijk gelijk als hij de effecten beschrijft voor relatief jonge poldergronden. Maar elk van de honderdtachtig Nederlandse bodems heeft zijn eigen dynamiek en zijn eigen verhaal en generalisaties zijn daarom niet zo zinvol. Zo geeft biologische landbouw op middelzware zavelgronden in zuidwest-Nederland en op Friese zandgronden wel degelijk significant hogere organischestofgehalten en een aantoonbaar hogere bodemkwaliteit vergeleken met gangbare landbouw.

Deze voetnoot is natuurlijk niet de aanleiding voor dit stukje. Mij lijkt dat een debat over het cruciale onderwerp 'biologische landbouw' voor Wageningen UR een hoger ambitieniveau zou moeten hebben dan de al vaker gevoerde discussie over het al of niet gebruiken van kunstmest. Er kunnen op dit punt geen misverstanden bestaan: voor het algemene publiek zit de landbouw in de beklaagdenbank. Het begrip 'biologische landbouw' is inmiddels een algemene metafoor voor een landbouw die is teruggekeerd tot zijn natuurlijke roots en die synoniem is met 'goed'. Als de klant strikt biologische producten wil dan krijgt hij die. Rabbinge heeft hier gelijk: ook al vindt hij die wens irrationeel: de klant is koning. De in het interview gebruikte termen als het 'voor- of tegenstander' zijn van biologische landbouw, het 'onderuit halen' van tegenstellingen, het 'zich niet gewonnen geven' zijn op dit moment irrelevante weltfremde beelden. Dat laat echter onverlet dat we kunnen aantonen dat ook andere dan strikt biologische productiesystemen producten kunnen leveren die voldoen aan geaccepteerde indicatoren voor gezondheid en milieu. Het is nu echter niet de tijd om dit naar buiten toe sterk te benadrukken: het front kan nu maar beter eventjes gesloten blijven.

Wel zit er een boodschap in het verhaal die versterking verdient. Gedragen op de vleugels van de algemene positieve beeldvorming rond biologische landbouw, verwarren sommige voorstanders van biologische landbouw het begrip hypothese met het begrip waarheid. Ideologische gedrevenheid kan heel stimulerend zijn als inspiratiebron, maar hypothesen moeten in het wetenschappelijke bedrijf wel wetenschappelijk worden getoetst op basis van concrete metingen. Ariena van Bruggen weet dat als geen ander en de hypothesen die ze noemt op het punt van stikstofomzettingen in de bodem zijn procesmatig buitengewoon interessant. Zonder wetenschappelijke toetsing zijn ze echter vrijblijvend en dus irrelevant. Als wij er als wetenschappelijke instelling niet snel in slagen de vele hypothesen die nu bestaan rond de biologische landbouw wetenschappelijk te toetsen, verder te ontwikkelen en te operationaliseren ziet het er uitermate somber uit voor onze kennisinstelling. Ariena van Bruggen verdient dus massieve steun bij het opzetten van haar onderzoeksprogramma.

Prof. dr. ir. Johan Bouma, laboratorium voor Bodemkunde en Geologie, Wageningen Universiteit

Re:ageer