Wetenschap - 8 november 2001

LS: Artikel over kenniseenheid Maatschappij eenzijdig

LS: Artikel over kenniseenheid Maatschappij eenzijdig

Het artikel over de kenniseenheid Maatschappij in Wb 31 geeft mij als eenvoudige lezer de indruk eenzijdig en oppervlakkig te zijn.

Eenzijdig, omdat vrijwel alleen medewerkers van het departement ten tonele worden gevoerd. Alleen aan het eind komt nog de voorzitter van de ondernemingsraad van het LEI aan het woord - dat maakt een wat obligate indruk. Waren er niet meer reacties aan LEI-zijde te vinden, of is men daar te druk met de commercie, of minder spraakmakend?

De eenzijdigheid geldt ook de kop en de lead van het artikel waar uitspraken wel erg makkelijk worden geaggregeerd tot de mening van alle medewerkers, inclusief die van het LEI. Het gaat me er hier niet om of het geschetste beeld voor het LEI juist of onjuist is (ook bij het LEI zal het lukken om twijfels te noteren, zij het naar mijn indruk minder dan op de Leeuwenborch). Het gaat me erom dat in een bedrijfsblad voor alle medewerkers van Wageningen UR, bij nieuwsgaring over een intern onderwerp een zichtbaar evenwichtige meningspeiling aan de orde hoort te zijn.

Dat geldt temeer omdat ik het artikel als oppervlakkig ervaar, omdat er eenvoudig meningen worden genoteerd zonder door te vragen of wederhoor toe te passen. Ik had graag gelezen wat de bestuurskundigen van het LEI er nou van vonden. En al die LEI-medewerkers die in Wageningen (of Lelystad) werken. Of hoe ver het LEI volgens collega Hospes dan nog te gaan heeft voor men voldoende internationaal geori?nteerd is. Eerder vernam ik ook uit de kolommen van Wb dat collega De Hoog met 'de cijfermachine van het LEI' heeft samengewerkt rond armoede bij boeren. Wellicht had het Wb toch even door kunnen vragen wat daar dan het probleem mee was, en of De Hoog dan van ellende zelf vernieuwende economische concepten heeft moeten verzinnen. Zo'n casestudy lijkt me leerzaam nu we in hetzelfde schuitje zitten.

Een bedrijfsblad dat de ene helft van het personeel zonder wederhoor uitspraken laat doen die de andere helft als storend kan ervaren, speelt volgens mij met zijn bestaansrecht. De echte conclusie van het artikel had mijns inziens moeten zijn dat LEI en Departement elkaar nog (steeds) te weinig kennen voor een goed oordeel, zodat vooroordelen regeren in tijden van onzekerheid. Met de bijbehorende gevaren. Ik ben bang dat dit ook voor het Wb geldt.

Krijn J. Poppe,

LEI

Re:ageer