Wetenschap - 1 januari 1970

LNV’er roept onderzoekers op te bellen

LNV’er roept onderzoekers op te bellen

LNV’er roept onderzoekers op te bellen


Onderzoekers moeten veel meer contact hebben met beleidsmedewerkers van
LNV. Dan is de kans groter dat er daadwerkelijk iets gebeurt met de
resultaten van onderzoek. Ook kan zo de kennis die in het hoofd zit van de
onderzoeker benut worden. Drs Saskia Vonk, beleidscoördinator van het
cluster biologische landbouw bij de directie landbouw van LNV roept
onderzoekers op bij de beleidsmedewerkers aan te kloppen.

Wageningen UR krijgt een groot deel van het onderzoeksgeld via het
programmaonderzoek van LNV. LNV stelt de voorwaarden voor het onderzoek dat
de onderzoeksinstituten van Wageningen UR in vierjarige programma's
uitvoeren. Onderzoekers en beleidsmedewerkers bespreken hiervoor twee maal
per jaar de voortgang in de begeleidingscommissie. Dan gaat het vooral om
de grote lijnen, geeft Vonk aan. Binnen een programma vallen vaak diverse
projecten die niet allemaal uitgebreid aan bod komen. Buiten die verplichte
halfjaarlijkse vergadering is er meestal geen contact. Dat is niet goed,
vindt Vonk. Ze constateert bijvoorbeeld dat onderzoek en beleid echt twee
verschillende werelden zijn. ,,Dan denk je dat je het over hetzelfde hebt,
maar dat blijkt dan niet zo te zijn. Soms blijkt bijvoorbeeld dat de
onderzoeker de vraagstelling van het onderzoek toch iets anders heeft
opgepakt. Dat verschil in taal kun je door intensiever contact
verminderen.''
Het ministerie en de onderzoeker worden beide slechter van het geringe
contact. Het ministerie weet onvoldoende wat er aan kennis voorhanden is
bij de onderzoekers. Een rapport van een onderzoek dat niet leeft bij de
beleidsmedewerker verdwijnt makkelijk onder in de la, waardoor er niets met
de resultaten gebeurt. Het kan zelfs gebeuren dat de beleidsmedewerker
onderzoek uitzet dat al lang gedaan is. Bovendien leert de
beleidsmedewerker niet wat er aan kennis in de hoofden van de onderzoekers
zit. Die kan dus ook niet benut worden. Onderzoekers kunnen hierdoor het
gevoel krijgen voor niets te werken. Vonk: ,,Die denken dan, terecht, dat
ze niet worden aangesproken op hun expertise.''
Vonk denkt nog verder. Op dit moment komt een groot deel van het
onderzoeksgeld nog via de vaste programmering naar Wageningen, maar dat
deel wordt steeds kleiner. Willen onderzoekers ook in de toekomst
onderzoeksgeld van LNV krijgen dan moeten ze de concurrentie aangaan met
andere onderzoeksinstellingen. Wie dan al een goede relatie heeft met de
beleidsmedewerkers, heeft een voorsprong.
Vonk roept de onderzoekers dan ook op bij de beleidsmedewerkers aan te
kloppen. Dat kan al door regelmatig te bellen. ,,Ik zie ook voorbeelden van
mensen die wel goede contacten hebben. Die hebben bijvoorbeeld een maal per
maand telefonisch contact of die leggen actuele vragen neer.'' Ze geeft toe
dat niet alle medewerkers zitten te wachten op al die telefoontjes. Toch
blijft ze bij haar standpunt: ,,Onderzoekers, maak het urgent voor ons'',
roept ze op. ,,Wees niet te snel tevreden.'' |
L.N.

Re:ageer