Wetenschap - 1 januari 1970

‘LEI neemt verbreding niet serieus’

Ruraal sociologen van Wageningen Universiteit vinden dat het LEI de verbreding van de landbouw niet serieus neemt. Ze reageren daarmee op de stelling van het LEI vorige week in haar jaarlijkse rapport over de Nederlandse land- en tuinbouw dat de verbreding van de landbouw economisch weinig voorstelt.

Het landbouweconomisch instituut LEI zei in het rapport onder meer dat de verbreding in 2003 naar schatting slechts 1,5 procent bijdroeg aan het inkomen in de landbouw.
De sociologen schatten het belang van de verbreding veel hoger in dan het LEI. Dat komt vooral door hun bredere definitie. Het LEI gaat uit van activiteiten die ook door het CBS als verbreding worden meegeteld: natuurbeheer, recreatie en zorg, stalling van bijvoorbeeld caravans op erven, en windmolens. Dr Rudolf van Broekhuizen van de leerstoelgroep Rurale sociologie: ,,Het is maar hoe goed je op het platteland om je heen kijkt en hoe breed je blik op verbreding is.’’ Van Broekhuizen rekent ook agrarische dienstverlening zoals loonwerk en grondverzet, ambachtelijke bedrijvigheid zoals rietdekken en houtbewerking en niet-agrarische dienstverlening, bijvoorbeeld een dierenpension, groenvoorziening en beheer van onroerend goed, onder verbreding. ,,En daarmee wordt veel geld verdiend.’’
Bovendien stelt Van Broekhuizen dat grootschalige landbouw vaak niet zomaar geaccepteerd wordt. Een voorwaarde voor agrarische productie is dan het instandhouden van natuur en landschap. ,,Er is dan agrarisch inkomen dankzij verbreding.’’
Van Broekhuizen: ,,Eigenlijk kan je tot de conclusie komen dat het LEI verbreding niet erg serieus neemt. De conclusie dat verbreding van de landbouw economisch gezien van minimaal belang is heeft geen fundament in degelijk onderzoek.’’
Ir. Petra Berkhout, die in haar presentatie van het rapport, het Landbouw Economisch Bericht, zei dat verbreding economisch weinig voorstelt, reageert: ,,Tussen wensen en feiten zit soms een wereld van verschil. Het rapport heeft feiten gepresenteerd. Daaruit blijkt dat het hard gaat met de schaalvergroting en de specialisatie en een stuk minder hard met de verbreding. Het LEI spreekt geen waardeoordeel uit over deze ontwikkelingen.’’ Berkhout zegt dat inkomsten uit verbreding, in de definitie van het CBS en LEI, onvoldoende zijn om de inkomensdaling uit de agrarische activiteiten te compenseren. ,,Verbreding is soms ook niet goed in te passen in de bedrijfsvoering. Dan blijft over: stoppen, schaalvergroting of inkomsten van buitenshuis. Als je arbeid buiten het bedrijf zou meetellen als verbreding, zoals Van Broekhuizen doet, dan kom je inderdaad hoger uit.’’ | J.T.

Re:ageer