Wetenschap - 1 januari 1970

LEI: landbouw steeds internationaler

Door liberalisering van de voedselmarkten is voedselproductie en consumptie meer dan ooit een internationale zaak, aldus LEI-directeur dr. Jan Blom bij de presentatie van het Landbouw Economisch Bericht (LEB). De agrarische export vanuit Nederland in 2005 groeide met vijf procent tot ruim vijf miljard euro.

Uit het LEB, het jaarlijkse overzicht van het LEI van de toestand van landbouw en agribusiness blijkt dat de totale agrosector in Nederland goed is voor negen procent van de Nederlandse economie. De primaire sector neemt daarvan maar twee procent voor haar rekening, en dat aandeel daalt. De rol van de voedings- en genotmiddelenindustrie wordt groter, en hun rol is voor de helft gebaseerd op de verwerking van buitenlandse grondstoffen. Sterk punt van de Nederlandse sector, benadrukte Blom, blijft de grote hoeveelheid kennis in de sector en de handelsgeest van de Nederlanders.
Het aantal bedrijven daalde met 2,5 procent. Vooral kleine bedrijven stoppen bij gebrek aan opvolgers voor oudere boeren. Het aantal zeer grote bedrijven groeit echter. Veel landbouwbedrijven richten zich niet meer alleen op productie van gewas en dieren, maar ook op diensten zoals natuurbeheer, recreatie en zorg, schrijft het LEI in het bericht. In 2005 waren er 500 zorgboerderijen en 3000 recreatieboerderijen; 140 duizend bedrijven deden aan agrarisch natuurbeheer. Toch draagt al deze verbreding volgens het LEI maar voor 1,5 procent bij aan de gemiddelde bedrijfsomzet. Hoewel de milieubelasting door de land- en tuinbouw op de langere termijn daalt, stagneert dit proces de laatste jaren, constateert het LEI. De milieukosten zijn voor de agrarische sector drie maal zo hoog als het landelijk gemiddelde.
Het gezinsinkomen van Nederlandse boeren en tuinders was afgelopen jaar flink hoger dan in het slechte jaar 2004, namelijk gemiddeld dertig procent meer. Tussen de sectoren zijn grote inkomensverschillen. Zo hadden legpluimveehouders voor het tweede achtereenvolgende jaar negatieve inkomens. Daarentegen hadden varkenshouders met gesloten bedrijven een gemiddeld inkomen van 136.000 euro. Door een hogere gasprijs daalde de inkomens in de glastuinbouw, en champignontelers hadden lagere inkomens door concurrentie met Polen. De lage inkomens in de akkerbouw herstelden flink, maar bleven met gemiddeld 20 duizend euro laag. Melkveehouders verdienden meer doordat de verwachte daling van de melkprijs door een ander EU beleid meeviel, en die bovendien ruimschoots gecompenseerd werd door andere premies. / JT

Re:ageer