Wetenschap - 1 januari 1970

LEI: energieleverende kas is mogelijk

Glastuinbouwers, het productschap en het landbouwministerie hebben het ambitieuze plan opgevat om in 2020 alle gewassen onder glas te telen vrijwel zonder aardgasgebruik. De kwaliteit van de producten moet daarbij gelijk blijven. En dat is inderdaad haalbaar, stellen twee onderzoekers van het Landbouw Economisch Instituut in een essay, maar het vergt wel lef van de telers.

De Nederlandse glastuinbouw moet af van het gebruik van fossiele brandstoffen, want de lage prijs van aardgas behoort voorgoed tot het verleden. Bovendien komt bij het stoken van aardgas CO2 vrij, terwijl de emissie daarvan omlaag moet. De laatste jaren is al veel geïnvesteerd in energiebesparing in kassen. Er zijn op grote schaal beter geïsoleerde kassen gebouwd en er zijn energieschermen en geavanceerde klimaatcomputers in gebruik genomen. Maar ‘deze spons lijkt uitgeknepen’, schrijven ing. Nico van der Velden en ir. Johan Bremmer in een essay over de mogelijkheden van glastuinbouw zonder aardgas. Voor een omvangrijke reductie van het energieverbruik moet gezocht worden naar duurzamere energievoorziening. In het programma de Kas als Energiebron van het tuinbouwbedrijfsleven, het Productschap Tuinbouw en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit worden vijf zogenaamde transitiepaden genoemd, om te komen tot het gebruik van duurzamere energiebronnen in de glastuinbouw.
Het gebruik van de kas als zonnecollector, met energielevering aan derden, is daarin de belangrijkste keuze. Want kassen leveren in de zomer meer warmte dan nodig is, door de inwerking van zonnestralen. In een gesloten kas kan die warmte worden opgeslagen in ondergrondse waterbassins. Door deze warmte in koudere perioden te gebruiken is minder fossiele brandstof nodig. De warmte zou zelfs aan industrie of steden geleverd kunnen worden.
Een tweede mogelijkheid is het gebruik van biobrandstof, wat minder CO2-emissie oplevert. Ook kan aardwarmte gebruikt worden. Daarbij wordt warmte van twee tot drie kilometer onder het aardoppervlak gebruikt. Als vierde optie wordt het gebruik van zogenaamde energiearme rassen genoemd, die minder warmte nodig hebben. Tenslotte zou zonlicht beter benut kunnen worden door een beter kasdek.
Al deze vernieuwingen vergen flinke investeringen. Maar door de intensivering en schaalvergroting van de glastuinbouw hebben telers ook meer te investeren, stellen de auteurs. Daarnaast heeft de overheid een taak. Die zou pioniers financieel moeten steunen. Zij spelen een grote rol in de transitie en dragen veel risico, vanwege de grote financiële investeringen. Ook overheidssteun om samen met deskundigen en kennisinstellingen te kunnen leren van de eerste ervaringen, is welkom. Vernieuwingen zouden verder stapsgewijs in de rest van de sector geïntroduceerd moeten worden. Omdat de sector in het verleden al heeft laten zien dat die grootschalige veranderingen tot een goed einde kan brengen, verwachten Van der Velden en Bremmer dat de ambitie werkelijkheid kan worden. / JT

Re:ageer