Organisatie - 14 mei 2009

LABORATORIUM

Vraag iemand op straat wat ie zich voorstelt bij onderzoek. Er zal ongetwijfeld iets uitkomen in de trant van microscopen, ingewikkelde meetinstrumenten, pruttelende buisjes met chemische stoffen, geleerde Einsteins in witte jassen en een laboratorium. Onderzoek speelt zich voor de buitenwereld af in een laboratorium, een soort mysterieuze, bovenaardse ruimte.
Ook voor mij heeft een laboratorium nog steeds iets mystieks. Ik heb altijd de neiging om te gaan fluisteren tussen al die slangetjes, glaswerk en meetapparatuur. Uit respect. In laboratoria zijn wetenschappelijke ontdekkingen gedaan die onze aardse zintuigen ver te boven gaan. Hier openbaarde zich voor ons de nieuwe microkosmos van moleculen en elektronen en hier worden momenteel het DNA en het wezen van ons en onze gewassen ontrafeld. Een eerbiedwaardige plek dus.
Ik ben er niet helemaal zeker van of mijn nederigheid ten opzichte van laboratoria ook deels wordt veroorzaakt door de gedrevenheid van onze laboratoriumbeheerder. Die verdedigt de kwaliteit van ons lab met hand en tand. Geen bacterie komt er ongezien in of uit. Dat nodigt bepaald niet uit tot uitbundig getetter.
Hoewel de leegstand van veel intern onbetaalbare Wageningse onderzoeksruimte anders doet vermoeden, is het laboratorium meestal de trots van een bedrijf of instituut. Bij het bezoeken van buitenlandse collega-instituten is een kijkje in het laboratorium vaak een hoogtepunt. Meestal beperkt zich dat uit hygiënische overwegingen tot een blik vanuit de gang door het raam. Maar vorig jaar mochten een collega en ik zowaar een lab binnentreden, in Thailand. Natuurlijk wel voorzien van witte haarkapjes, labjassen en sloffen.
Ik paste nog net in de extra large, maar de frêle Thaise maten waren echt te krap voor mijn stoere collega. Om niet uit zijn jas te scheuren of zijn sloffen te verliezen, schoof hij als een witte Quasimodo door de magische onderzoeksruimte. In de hakken van zijn sokken, die minstens tien centimeter over de veel te kleine slofjes staken, zaten bovendien een paar levensgrote knollen. Aardser kon het niet. En weg was de magie…

Re:ageer