Organisatie - 25 januari 2007

Kunnen studenten van Wageningen UR wel spellen?

Een onderzoek van de HBO-raad onder pabo-studenten heeft uitgewezen dat hun spellingsvaardigheden ver onder de maat zijn. Dit jaar gaan de Nederlandse hbo’s daarom een breed onderzoek doen naar de talenkennis van alle eerstejaars. Reden genoeg om eens te kijken hoe de studenten van Wageningen UR het er afbrengen. Ze bekeken zinnen uit oefendictees voor het Groot Nederlands Dictee der Nederlandse Taal 2006, en moesten de fouten verbeteren.

84_opinie_0.jpg
84_opinie_0.jpg

Foto: Guy Ackermans

Zinnen uit het oefendictee:
1. Wegens aanhoudende protesten wil men de nieuwe maatregelen betreffende de opnamenstop voorlopig afgelastten. (2 fouten)
2. De operawereld sprak de jongeman nauwelijks aan en hij moest tijdens het dinertje teneergeslagen bekennen dat hij de toch weid en zijd bekende therminologie amper wist te plaatsen. (3 fouten)
3. De Officier van Justitie referreerde er al aan in zijn rekwisitoir, vernietiging van een vonnis in hoogste instantie geschiedt bij het Hof van cassatie. (3 fouten)

Yorick Vermeulen, eerstejaars Bos- en natuurbeheer, Van Hall Larenstein Velp
Zin 1: dacht dat ‘betreffende’ fout was. Zin 2: dacht dat ‘dinertje’ fout was, zag ‘therminologie’ over het hoofd. Zin 3: zag geen fout in ‘referreerde’ en ‘cassatie’.
‘Het is geloof ik wel ernstig gesteld met me, hè? Dat idee had ik eigenlijk niet, maar normaal gebruik ik dit soort woorden ook niet. Ach, normaal heb ik er ook geen moeite mee; dat checkt Word wel voor je. Dus van andere studenten zie ik ook niet dat ze fouten maken. Waarom zou je je daar mee bezig houden als je het toch makkelijk kan verbeteren? Die tijd kun je in ander dingen steken.’

Vincent van der Neut, vierdejaars Tuin- en landschapsinrichting Van Hall Larenstein Velp
Zin 1: goed. Zin 2: dacht dat het ‘opera-wereld’ moest zijn, zag ‘teneergeslagen’ niet, maakte er ‘wijt en zijt’ van. Zin 3: zag geen fout in ‘rekwisitoir’, dacht dat het ‘casatie’ moest zijn.
‘Ik heb niet zo goed gescoord. Maar er zitten ook wel moeilijke woorden in die test die je bijna nooit gebruikt. Dat soort woorden zoek ik altijd op, of Word geeft zelf al aan wat het moet zijn. Over het algemeen ben ik niet zo slecht in spelling. Bij sommige studenten is het echt onder de maat, maar vaak heeft dat met dyslexie te maken. Als je in groepen werkt kunnen anderen dat wel weer verbeteren. Maar ik denk wel dat er meer aandacht aan besteed mag worden op het hbo. Gewoon in het eerste of tweede jaar de grammatica nog even herhalen en toetsen.’

Thijs Buurman, eerstejaars Land- en watermanagement, Van Hall Larenstein Velp
Zin1: zag ‘opnamenstop’ niet. Zin 2: dacht dat ‘dinertje’ fout was, zag verder geen fout. Zin 3: dacht dat geschiedt ‘geschieden’ moet zijn, zag verder geen fout.
‘Ik ben dyslectisch, dus het is niet zo raar dat ik dit niet weet. Ik let ook niet zo op spelling. Spellingcontrole doet wonderen. Dat zie je ook bij andere vakken zoals wiskunde. Alles is geautomatiseerd, dus de jeugd van tegenwoordig kan niks meer zelf. Overal heb je hulpmiddelen voor. Ik kom zelf eigenlijk uit de landmeetwereld. Vroeger moest je daarvoor allerlei berekeningen doen. Hier op school voer je wat getallen in en de computer doet de rest. De hele achterliggende gedachte weet je niet. Maar ja, straks kom je bij een werkgever en die snapt niet dat je simpele berekeningen niet uit je hoofd kunt doen.’

Marieke, eerstejaars Internationale ontwikkelingsstudies, Wageningen Universiteit
Zin 1: goed. Zin 2: verving ‘dinertje’ door ‘dineetje’, zag ‘teneergeslagen’ niet. Zin 3: zocht derde fout in ‘geschiedt’, zag hoofdletter ‘cassatie’ over het hoofd.
‘Goed spellen is belangrijk. Ik vind het ook raar om op straat een uithangbord te zien met een spelfout. En een verslag lever ik graag in zonder spelfouten. Dat komt toch niet goed over. Ook bij e-mails probeer ik zo goed mogelijk te schrijven. Maar het is een beetje dubbel. Want eigenlijk is het nergens voor nodig omdat iedereen toch wel weet wat je bedoelt. Toch zou het me een naar gevoel bezorgen als ik er vandaag achter kwam dat de officiële brief die ik net heb geschreven en opgestuurd, nog spelfouten zou bevatten.’

Jelmer Hooghiemstra, eerstejaars Bedrijfs- en consumentenwetenschappen, Wageningen Universiteit
Zin 1: goed. Zin 2: dacht dat ‘dinertje’ fout was, zag ‘teneergeslagen’ niet. Zin 3: zocht
derde fout in ‘geschiedt’, zag hoofdletter ‘cassatie’ niet.
‘Over het algemeen heb ik er geen moeite mee. Ergens spelfouten uithalen is niet makkelijk, je leest er gauw overheen. De spellingchecker is wel eens handig. Als je snel typt wil je nog wel eens een letter vergeten en dan is dat handig bij het terugkijken.
Een verslag dat ik inlever of een mailtje aan een docent hoort vrij te zijn van spelfouten. Veel fouten wekken volgens mij de indruk dat je weinig aandacht aan het stuk of het bericht hebt besteed. Goed spellen draagt dus bij aan de algemene indruk die je achterlaat. Maar bij een mailtje aan familie of bij het msn’en kan het me minder schelen.’

Yvonne Meinders, tweedejaars Voedingsmiddelentechnologie aan VHL in Leeuwarden
Zin 1: goed. Zin 2: ziet twee fouten over het hoofd, verandert ‘weid en zijd’ in ‘wijd en zeid’. Zin 3: kan geen fout ontdekken.
‘Ach ja, natuurlijk therminologie zonder h. Wat stom. En in die laatste zin kon ik helemaal geen fout ontdekken. Ik heb het wel erg slecht gemaakt. Op de havo was ik best goed in spellen. D’s en t’s en zo, dat kon ik altijd wel. Het zijn ook van die rare zinnen. Wijd en zijd, nooit van gehoord. Op de hoofdletters heb ik helemaal niet gelet. Misschien lees ik de laatste tijd ook wel te weinig. Vroeger las ik veel vaker, nu eigenlijk alleen nog in de vakanties. Nee, ik kijk nooit naar het Nationale Dictee, zo saai.’

Re:ageer