Wetenschap - 8 december 2016

Kruisen belangrijk in ontstaan gans

tekst:
Roelof Kleis

Er bestaan nogal wat soorten ganzen. Kruisingen hebben bij het ontstaan van die soorten een grote rol gespeeld, toont promovendus Jente Ottenburghs aan.

Soortvorming is een proces van de lange adem. Soortvorming kent per definitie geen einde. Wat is nou precies een soort? ‘Eigenlijk weten we het niet’, zegt evolutionair bioloog Ottenburgs. ‘Iedere bioloog geeft daar een ander antwoord op.’ De vuistregel is duidelijk. Als een kruising onvruchtbare nakomelingen oplevert, behoren de ouders tot verschillende
soorten. De muilezel, product van een paard en een ezel, is het klassieke voorbeeld.

Geschiedenis
Maar bij nauw verwante soorten heb je met deze definitie een probleem. Bij de meeste van de zeventien zogeheten echte ganzen die Ottenburghs onderzocht levert kruisen geen onvruchtbaarheid op. Toch zijn kolganzen en brandganzen zo verschillend als het in de ganzenwereld maar kan: ze behoren tot verschillende genera. Moderne genetische analyse helpt verwantschap en soortvorming beter te begrijpen. Ottenburghs: ‘Als je de genetische
geschiedenis kent, is het makkelijker een oordeel te vormen of een soort echt een
soort is.’

Als je de genetische geschiedenis kent, is het makkelijker een oordeel te vormen of een soort echt een soort is
Jente Ottenburghs, evolutiebioloog

Ottenburghs legde die geschiedenis bloot door van zeventien soorten ganzen uit de genera Anser en Branta een genetische kaart te maken. Hij gebruikte daarvoor 6000 van de ongeveer 20.000 genen van het ganzengenoom. Door die onderling te vergelijken kon hij de genetische
verwantschappen tussen die ganzen in kaart brengen. Het resultaat is de meest gedetailleerde ganzenstamboom die er op dit moment bestaat.

Broertjes
De brandgans en de kleine Canadese gans zijn bijvoorbeeld broertjes. De taiga rietgans is een neefje. Op basis van genetische analyse kon Ottenburghs ook uitvogelen dat het merendeel van de ganzensoorten tussen de 2-4 miljoen jaar geleden is ontstaan. Vooral in het vroege stadium van soortvorming speelt hybridisatie volgens Ottenburghs analyse een grote rol in de uitwisseling van genetisch materiaal tussen soorten.

Maar belangrijker vindt hijzelf het inzicht dat de traditionele voorstelling van het evolutieproces als een boom die zich steeds verder vertakt eigenlijk niet deugt. ‘Die fylogenetisch boom die ik heb gemaakt is leuk, maar veel belangrijker vind ik het inzicht dat het helemaal geen boom is. De stamboom is eigenlijk meer een netwerk. Ik pleit er daarom voor om fylogenetische netwerken te gebruiken om complexe evolutionaire geschiedenissen weer te geven.’


Re:ageer