Wetenschap - 22 november 2001

Kritisch rapport TNO-Arbeid over personeelsbeleid DLO

Kritisch rapport TNO-Arbeid over personeelsbeleid DLO

Werkdruk opvallend hoog, betrokkenheid gering

De reorganisaties van de laatste jaren eisen hun tol bij DLO. De werkdruk is hoog opgelopen en de betrokkenheid van de medewerkers bij de organisatie neemt af. Dat blijkt uit onderzoek van TNO-Arbeid.

TNO-Arbeid ondervroeg 67 procent van de medewerkers van DLO. De meest gehoorde klacht is dat leidinggevenden te weinig aandacht hebben voor het personeel en te veel kijken naar de financi?le cijfers. Vooral managers en wetenschappelijk medewerkers geven aan dat ze onder hoge werkdruk staan.

Het onderzoek van TNO bevestigt het vermoeden dat de werkdruk bij DLO hoog is. In vergelijking met vergelijkbare instituten is deze volgens TNO zelfs opvallend hoog. Opvallend is ook de geringe betrokkenheid die medewerkers voelen bij hun instituut en bij koepelorganisatie Wageningen UR. De medewerkers zijn zeer betrokken bij hun werk en bij hun afdeling, maar hebben weinig binding met grotere organisaties. Vooral bij Plant Research International, ID-Lelystad, ATO en IMAG zeggen de medewerkers dat zij zich weinig betrokken voelen bij het reilen en zeilen van het instituut.

In het onderzoeksrapport dat door de raad van bestuur binnenkort besproken zal worden met de directies van de kenniseenheden, staan aanbevelingen om de situatie te verbeteren. De meeste daarvan hebben betrekking op de besluitvorming in instituten en de communicatie daarover.

Medewerkers zouden volgens de onderzoekers van TNO vaker betrokken moeten worden bij de besluitvorming. "Nu worden medewerkers voor voldongen feiten gezet en niet betrokken bij besluitvormingsprocessen. Dit werkt vervreemdend en schept afstand." Om de tijdige inspraak mogelijk te maken, zou het management van DLO sneller knopen moeten doorhakken: "Over het algemeen bestaat de indruk dat in de instituten besluiten lang op zich laten wachten. Als ze eenmaal genomen zijn, moeten ze in grote haast worden uitgevoerd."

DLO'ers worden volgens het onderzoek ook onzeker over hun toekomst, omdat de plannen en beleidsnota's die het management nu rondstuurt te abstract zijn en niet duidelijk zijn over de gevolgen voor individuele medewerkers. De managers die alle veranderingen moeten doorvoeren, zouden ook beter begeleid moeten worden, adviseren de onderzoekers. De beleidmakers zijn vaak niet toegerust op hun taken en zouden betere begeleiding moeten krijgen.

Ir Kees van Ast, vice-voorzitter van de raad van bestuur, zegt geschrokken te zijn van de uitkomsten van het onderzoek. DLO heeft volgens hem, gedwongen door noodzakelijke reorganisaties, de laatste jaren vooral gelet op de financi?n en te weinig aandacht besteed aan de medewerkers. De raad van bestuur gaat het onderzoek de komende weken met de directies van de kenniseenheden bespreken. Die zullen binnen twee maanden een plan moeten opstellen om werkdruk en ziekteverzuim te bestrijden. De resultaten van het nieuwe beleid zullen besproken worden tijdens halfjaarlijkse managementgesprekken tussen raad van bestuur en de directie van de kenniseenheden. | K.V.

Zie ook pagina 8 en 9.

Re:ageer