Organisatie - 1 januari 1970

Kritiek op plan Rabbinge

Uit de toespraak die minister van ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne hield tijdens de opening van het academisch jaar bleek dat ze muziek ziet in meer samenwerking met Wageningen UR. ‘Ik beschouw deze dag als dé start van een langjarige en vruchtbare samenwerking met de Wageningse universiteit en anderen.’

De samenwerking tussen Wageningen UR en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking was de afgelopen jaren nogal mager, en de uitspraak van de minister kan op verandering daarin wijzen. Een woordvoerder van de minister zegt dat er verschillende ideeën zijn voor samenwerking, maar dat er nog geen concrete projecten te noemen zijn. Wel sprak de minister haar steun uit voor de commissie-Doornbos, een samenwerking tussen Wageningen UR, LTO, Rabobank en ontwikkelingsorganisaties om boerenorganisaties in ontwikkelingslanden te steunen. Volgende week presenteert de commissie-Doornbos haar plannen in Nieuwspoort.
Prof. Rudy Rabbinge lichtte tijdens de opening van het academisch jaar het plan toe over landbouwontwikkeling in Afrika, dat hij samen met anderen in opdracht van de VN opstelde. Ook Kofi Annan zelf was uitgenodigd voor de opening van het academisch jaar in Wageningen, maar zei af vanwege zijn volle agenda. Wel faxte hij een persoonlijke boodschap, waarin hij onder andere de studie van Rabbinge steunde. Ook noemde Annan het ‘bemoedigend dat studenten en onderzoekers van Wageningen UR willen bijdragen aan samenwerking met Afrika.
Minister Van Ardenne noemde het rapport ‘belangrijk’, maar ze had ook kritiek. Ze zei verbetering van de landbouwproductiviteit belangrijk te vinden, maar zei ook dat ‘al dit veredeld zaad op een dorre bodem valt als niet aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals goed bestuur en vrede en veiligheid. Dit zijn in mijn ogen geen randvoorwaarden, maar voorwaarden. Had Rabbinge deze als uitgangspunt van zijn studie genomen, dan was hij ook met een bredere agenda gekomen.’
Rabbinge reageerde later op de reactie van de minister. ‘Uit de negatieve punten die de minister noemde blijkt dat de ambtenaren die haar rede schreven het rapport niet gelezen hebben. Want in het rapport staat meermalen dat goede instituties en een beleidsomgeving waarin boeren kansen krijgen voorwaarde zijn voor landbouwontwikkeling. Ik heb als productie-ecoloog blijkbaar te kampen met het vooroordeel dat ik technocraat zou zijn. Maar ik heb inmiddels de minister uitgenodigd om er samen met minister Veerman nog eens over te praten. En daar ging ze graag op in.’ / JT

Re:ageer