Wetenschap - 1 januari 1970

Kritiek op Internet als wetenschappelijk instrument

Kritiek op Internet als wetenschappelijk instrument

Kritiek op Internet als wetenschappelijk instrument

Internet is een nieuw wetenschappelijk instrument. Althans in de ogen van dr ir Paul Romeijn, die Internet gebruikte voor zijn promotieonderzoek naar het inmiddels opgeheven teakfonds van verzekeringsmaatschappij Ohra. Romeijn oogstte veel lof voor zijn originele aanpak, maar er is ook flinke kritiek op het wetenschappelijke karakter ervan

Romeijn gebruikte Internet om de waarheid te achterhalen over het teakfonds. Dit fonds kwam in 1996 in opspraak door de onwaarschijnlijk hoge rendementen die Ohra beleggers voorspiegelde. De promovendus stuurde een half jaar lang e-mails over de zaak naar bosbouwdeskundigen in de hele wereld. Hij analyseerde zowel de reacties van de deskundigen als die van de teakcontractpartners

Het door Ohra voorgespiegelde rendement is veel te hoog, concludeerde Romeijn. Die conclusie trekt IBN-onderzoeker dr Frits Mohren niet in twijfel, maar over de rol van Internet is hij sceptisch. Romeijn gebruikt het net om respons te krijgen. Zo krijgt hij variaties op de waarheid. Hoe meer respons, hoe dichter je bij de waarheid komt, redeneert hij. Maar dat betwijfel ik. De wetenschap werkt nu eenmaal niet bij consensus. Mohren vraagt zich bovendien af of de reacties wel representatief zijn. Zelf gooi ik dergelijke mailtjes bijvoorbeeld meteen weg, omdat ik wel wat beters te doen heb.

Romeijn zegt nergens in het proefschrift te beweren dat er een correlatie zou bestaan tussen het aantal ontvangen e-mail berichten en het boven water krijgen van zoiets als de waarheid. Zelf vindt hij Internet wel degelijk een betrouwbaar instrument. Alle berichten die ik heb rondgestuurd worden zo op een veel intensievere manier peer-reviewed door vakgenoten dan bij een gewoon wetenschappelijk artikel. De maillijst bestond uit zo'n duizend personen.

Volgens hoogleraar Voorlichtingskunde prof. dr Cees van Woerkum heeft Romeijn belangrijke informatie boven tafel gehaald die op een andere manier moeilijk te verkrijgen was. Maar de hoogleraar mist wel een reflectie op de aanpak, bijvoorbeeld over de geloofwaardigheid van Internet. Bovendien vindt hij dat Romeijn zich opstelt als een soort wetenschappelijk advocaat. Zijn betoog lijkt wel een rechtszaak. Hij heeft een waarheid gevonden en zoekt daar bewijzen bij. Hij heeft echter rigide ideeƫn over wat de waarheid is. Wetenschappers zijn altijd aan het discussiƫren. Over vragen wat goed bosbeheer is, moeten bijvoorbeeld wel meningsverschillen bestaan. Daar gaat hij echter helemaal niet op in.

Ik claim niet dat ik de waarheid heb ontdekt, reageert Romeijn. Ik heb variaties op de waarheid ontdekt, gestructureerd en zichtbaar gemaakt. Een financieel specialist, een Ohra-medewerker, een jurist - iedereen zal na het lezen van dit proefschrift een ander beeld van de werkelijkheid hebben.

Een goed stuk werk, vindt Bosbouw-docent dr ir Reitze de Graaf. Romeijn heeft gelijk als hij zegt dat hij Internet als een nieuw instrument leerde hanteren. Bewondering heeft de Graaf voor de vasthoudendheid waarmee Romeijn het teakfonds ter discussie stelde. Zijn werk is belangrijk omdat de betrouwbaarheid van bosbouwprojecten op het spel stond en het tropische bos niet zonder grote investeerders kan. L.K

Re:ageer