Wetenschap - 27 oktober 2016

‘Krimp veestapel biedt ook voordelen’

tekst:
Albert Sikkema

Nederlandse melkveehouders leven in grote onzekerheid. Ze produceren te veel mest en de fosfaatwetgeving van staatssecretaris Van Dam is afgewezen door de Europese Unie. Hoe moet de melkveehouderij nu verder? Never waste a good crisis, zegt onderzoeker Bram Bos van Wageningen Livestock Research.

Crisis?

‘De sector moet krimpen. Dit is dramatisch voor de melkveehouderij, want boeren hebben geïnvesteerd en komen nu met halfvolle stallen te zitten.’

Desondanks vindt u inkrimping van de veestapel een goed idee.

‘Ja. Ik zou het koppelen aan een aantal andere urgente maatschappelijke doelen. Een forse vermindering van het aantal koeien lost meer op dan alleen het fosfaatoverschot. Niet alleen verbetering van de waterkwaliteit, maar ook lagere depositie van ammoniak in de natuur en beperking van de uitstoot van broeikasgassen. Krimp biedt dus ook interessante voordelen, waarmee je als overheid het drama voor de sector kunt beperken.’

We produceren toch voor de wereldmarkt?

‘Ja, maar daar zitten dus evidente maatschappelijke grenzen aan. Bovendien is op kostprijs concurreren op de wereldmarkt al lastig genoeg vanwege de hoge prijs hier voor arbeid en grond. Door de combinatie van wereldmarkt en maatschappelijke eisen wordt het steeds lastiger voor boeren om op een aanvaardbare manier te produceren.’

Zijn er alternatieven?

‘Allereerst moet je je nog verder onderscheiden met je product en kan je de positieve aspecten van de Nederlandse melkveehouderij versterken. Neem de weidemelk die FrieslandCampina verkoopt tot in China. Zet daarnaast zoveel mogelijk in op het gebruik van gras en reststromen om de milieudruk te verlagen. Op de langere termijn is het beter om voor de bulk van de eiwitten helemaal geen dieren meer te gebruiken. Nu hebben we koeien nog nodig om gras om te zetten. Laten we technologie ontwikkelen die gras direct omzet in grondstoffen voor humane voeding. Echte melk en kaas worden dan meer zoiets als wijn.’