Organisatie - 15 november 2007

Krijgen zwakke promovendi te veel hulp?

Deze week biecht een copromotor in Resource op dat hij twee keer een proefschrift heeft afgemaakt voor een promovendus (zie ‘De begeleider als spookschrijver’). Hoe vaak komt het voor dat de begeleider te veel bijdraagt aan een thesis? En hoe erg is het als medeleven een rol speelt in de afweging om een slecht presterende kandidaat wel of niet weg te sturen?

380_opinie_0.jpg
380_opinie_0.jpg

Foto: .

Prof. Just Vlak, hoogleraar Virologie en oud-voorzitter van onderzoeksschool PE&RC:
‘Mijn ervaring is dat het niet gaat om grote aantallen. Ik schat één of twee per vijftig promoties. De echte problemen ontstaan aan het eind van een promotietraject. Dan hebben promovendus en promotor elkaar in een dwangpositie. Ze hebben er allebei belang bij om de promotie af te ronden. Je moet zien te voorkomen dat het zover komt. Daarom is het ook verstandig om snel te evalueren of iemand geschikt voor een promotie is of niet.
Vooral aan het eind van een promotie is soms flink wat hulp nodig. Bij het schrijven van de inleiding en de discussie moet de promovendus zelf laten zien wat hij in zijn mars heeft. Lang niet iedereen lukt dat zonder hulp. Sommigen hebben zelfs heel veel hulp nodig. Dat betekent trouwens niet dat ze incompetent zijn. Vaak missen ze de vaardigheid om een goed verhaal te schrijven, maar hebben ze wel goed onderzoek verricht.
Je kunt niet helemaal voorkomen dat iemand te veel bij de hand genomen wordt. Het blijft een persoonlijke beslissing van de begeleider om meer tijd in een promotie te stoppen dan verantwoord is. Ik denk dat het vooral een zaak is voor de onderzoeksscholen om begeleiders goed te instrueren.’

Prof. Arnold Bregt, hoogleraar Geo-informatiekunde:[img]
‘Zelf heb ik een Egyptische promovendus begeleid die zijn titel zeker zelf heeft verdiend, maar die daarvoor wel een bovenmenselijke prestatie moest leveren. Hij had alle kwalificaties en bracht een volledige beurs mee van de Egyptische overheid. Toen hij hier eenmaal was, bleek toch dat hij behoorlijke achterstanden had. We kwamen al snel tot de conclusie dat de tijd erg krap zou worden. Hij is echter met een ongelooflijke inzet aan de slag gegaan, heeft naast zijn promotie MSc-vakken gevolgd en heeft echt nachten en weekeinden doorgewerkt.
Pas in het derde jaar bekende hij dat in het Egyptische contract stond dat hij alles moest terugbetalen als hij niet zou promoveren. We hebben op basis van het verwachte salaris toen nog berekend dat hem dat minstens vijftig jaar zou kosten. Een onacceptabele constructie, maar op dat moment wil je zo iemand toch ook helpen. Je hebt een band opgebouwd.
Ik heb hem toen eerlijk gezegd dat ik niks kon garanderen. Wel heb ik extra tijd in de begeleiding gestopt, meer dan in andere promoties. Maar het proefschrift heeft hij wel echt zelf geschreven. Het onderwerp van het proefschrift is in overleg aangepast richting gegevensuitwisseling, spatial data sharing. Het is een erg origineel en vernieuwend werk geworden en de promotiecommissie heeft het zelfs het predicaat ‘goed’ gegeven.
De man is met een titel naar zijn land teruggegaan, maar nu hoorde ik via via dat hij problemen heeft om zijn baan te houden, omdat dit niet precies het onderwerp is dat in het contract stond. Voor mij is dit er een in de categorie ‘eens en nooit weer’. Ik vraag nu kandidaten standaard of ze een terugbetaalclausule in hun contract hebben. Zo’n kandidaat komt er niet meer in. Het is onmenselijk. Er moeten tijdens een promotie dingen mis kunnen gaan. De druk mag nooit zo hoog zijn dat die het creatieve denken verlamt.’

Prof. Linus van der Plas, hoogleraar Plantenfysiologie:[img]
‘Ik kan me twee redenen voorstellen waarom een begeleider te veel werk verricht aan een proefschrift. De ene is dat de begeleiding veel tijd kost, waardoor de begeleider op een zeker moment beslist dat hij het werk sneller zelf kan doen. Dat gaat tegenwoordig met track changes in de tekst erg gemakkelijk. De andere is dat de promovendus in een dip zit en er zelf niet erg uitkomt. Hoewel de eerste variant kwalijker is dan de tweede, gaat het er in beide gevallen om dat de promotor er van overtuigd moet zijn dat de promovendus zelf heeft laten zien, dat hij de doctorsgraad verdient.
Ik heb drie keer als lid van een promotiecommissie een proefschrift afgekeurd. Dat ging om buitenlandse promovendi die onder hoge tijdsdruk stonden om hun proefschrift af te ronden. Dat is erg vervelend. Het betekent natuurlijk ook gezichtsverlies. Maar je kunt vanwege dat soort overwegingen geen concessies doen aan de minimumeisen die er nu eenmaal zijn voor proefschriften.’

Ir. Gab van Winkel, secretaris van de onderzoeksschool WIAS (dierwetenschappen):[img]
‘Het zou niet moeten, maar ik weet dat het incidenteel gebeurd is. Vooral op buitenlandse promovendi en hun begeleiders staat soms een enorme druk. In de eerste plaats sociaal. Gezichtsverlies weegt in sommige landen veel zwaarder dan bij ons. Ik weet bijvoorbeeld van een geval waarin de promovendus na een paar maanden te verstaan is gegeven dat hij niet geschikt was. Hij durfde vervolgens niet naar huis. Later is hij gezien op het station van Rotterdam. Wij vermoeden dat hij illegaal in Europa is gebleven.
Een mislukte promotie kan daarnaast ook nog eens flinke financiële consequenties hebben. Een Iraans financieringsprogramma stelt bijvoorbeeld als eis dat je met een doctorstitel terugkomt. Als dat niet lukt, moet je de volledige beurs terugbetalen. Je loopt zelfs het risico dat je in de gevangenis belandt als dat niet lukt.
Ik wil niet zeggen dat je daarom mensen maar een bul moet geven die ze niet verdienen, maar het zijn wel heel moeilijke beslissingen die je als begeleider soms moet nemen. Ik hoop dat de nieuwe regeling met de go-no-go beslissing in het eerste jaar dit soort persoonlijke drama's zal weten te voorkomen.’

Drs. Leonie Cramer, promovendus bij de leerstoelgroep Economie van consumenten en huishoudens, lid van het Wageningse PhD-Council en bestuurslid van het Promovendi Netwerk Nederland:[img]
‘Ik denk dat het echt om een incident gaat, maar het is wel een signaal dat we heel serieus moeten nemen. De kwaliteit van de doctorstitel is iets wat we zeker in ere moeten houden. Het zelfstandig uitvoeren van onderzoek is de kern van een promotie. Het schrijven van een proefschrift is een proeve van die bekwaamheid. Als je die titel niet zelf verdient, heb je er ook niks aan als je verder wilt in het onderzoek. Het is natuurlijk moeilijk om de bijdragen aan publicaties heel scherp te scheiden, maar het proefschrift mag geen proeve van bekwaamheid van de onderzoeksgroep worden.’

Re:ageer