Organisatie - 4 februari 2010

Koude fusie

Het was even stil, maar nu laait de discussie over een volledige instellingsfusie bij Van Hall Larenstein weer op. Maar de afstand Wageningen-Velp-Leeuwarden lijkt lastig te overbruggen.

14-HR-fusie.jpg
Een fusie heeft wel wat weg van het laten trekken van verstandskiezen. Zonder een centje pijn kom je bij de tandarts. Na de operatie vertrek je met een dikke wang, een dikke rekening en het risico op een ontsteking. Maar er bestaan ook geslaagde  fusies en overgangen. Zoals die van de opleiding laboratoriumtechniek van Van Hall Larenstein (VHL), die in 2006 werd ondergebracht bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).
'De overgang verliep soepel en vlekkeloos', vertelt docent plantencelbiologie Frans Wilms die met vier collega's de overstap maakte. Zijn opleiding was een vreemde eend in de bijt tussen de op landschap gerichte opleidingen in Velp. Vanwege dalende studentenaantallen werd besloten om labtechniek af te stoten naar de HAN. Dat besluit noemt Wilms een zegen. 'In Nijmegen is een heel cluster van medische en biochemische opleidingen, dus het was een makkelijke integratie.'
De fusie van VHL zelf gaat niet van een leien dakje. De hogeschool bevat het DNA van groene hbo-scholen en landbouwscholen uit Friesland, Groningen, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland, die in de jaren tachtig en negentig  fuseerden, daartoe gedwongen door de overheid. In 2003 was er een bestuurlijke fusie tussen Larenstein in Velp en Deventer en het Van Hall Instituut in Leeuwarden. Vervolgens bleven het wel twee aparte onderwijsinstellingen.
Een volledige instellingsfusie werd in 2008 tegengehouden door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) van de beide hogescholen. De fusie heeft namelijk gevolgen voor vijf gelijksoortige opleidingen in Wageningen en Leeuwarden. Die moeten inhoudelijk op elkaar worden afgestemd om registratietechnische redenen. De GMR was bang dat de onderwijshervormingen ten koste zouden gaan van de kwaliteit.
Rondreizend circus
Inmiddels laait de fusiediscussie bij VHL weer op. Dat komt onder meer door een wetswijziging die het op den duur onmogelijk maakt dat een bestuur meer dan één hogeschool leidt. Maar bij VHL loopt men niet warm voor een volledige fusie. Ten eerste is er een praktisch probleem. De afstand.
Van Velp naar Wageningen is 30 kilometer; naar Leeuwarden dan nog eens 170 kilometer. 'Het is een rondreizend circus over de locaties', stelt Dennis de Jager, docent in Velp en voorzitter van de medezeggenschapsraad Larenstein. 'Om de haverklap zit de hele goegemeente in Zwolle te vergaderen. En dat is nergens goed voor, want het leidt niet tot meer of beter onderwijs. Laten we tijd steken in het geven van goed onderwijs, niet in het elkaar leren kennen', aldus De Jager.
Ook Ab Groen, beleidsdirecteur onderwijs bij Wageningen UR, wil graag investeren in het onderwijs. Maar zijn route leidt juist naar meer samenwerking binnen VHL. 'Het is raar dat je zowel in Leeuwarden als in Wageningen een opleiding hebt die op paarden is gericht zonder dat er wordt samengewerkt. Bovendien willen we tot een gezamenlijk onderwijspalet komen, zodat het aantrekkelijker wordt voor een student Bos- en natuurbeheer uit Velp om bijvoorbeeld een minor Dierenwelzijn in Leeuwarden te doen.' Groen erkent dat het een hele afstand is tussen de locaties. 'We vragen de mensen ook niet om iedere week op en neer te reizen. We vragen om de wil om het onderwijs op elkaar af te stemmen en samen te werken.'
Uniform
De verregaande inhoudelijke samenwerking in het onderwijs, zoals de Raad van Bestuur voor ogen heeft, stuit op bezwaren bij veel docenten, die niet zitten te wachten op grootschalige veranderingen. Opleidingsdirecteur Tuin- en landschapsinrichting in Velp Hans van Haeren bepleit een pragmatische opstelling. 'Daar waar het nodig en wenselijk is, werk je samen. Natuurlijke samenwerking tussen verwante opleidingen ontstaat vanzelf en die moet je stimuleren.' Voor uiteenlopende opleidingen als bijvoorbeeld veehouderij en landschapsontwerpen ziet Van Haeren minder mogelijkheden. 'Vooral de onderwijsvisie, de vakdidactiek en de omgang met de leerstijlen zijn verbonden met het werkveld;  die kun je niet uniformeren.'
Toch wil de Raad van Bestuur inzetten op grotere eenheid in het onderwijs. 'Van Hall Larenstein is één onderwijsmerk. We moeten goed bekijken hoe we de synergie krijgen binnen één organisatie op drie locaties die verschillende onderwijsmarkten bedienen. Daarbij moet het eigen onderwijsaanbod zo compleet mogelijk zijn', verklaart Martin Kropff van de Raad van Bestuur.
Verder ontstaat er, door de ondersteunende diensten efficiënter te regelen, meer ruimte in het budget, verwacht Kropff. 'Daardoor kunnen er meer uren aan onderwijs worden besteed. Een docent kan op twee locaties inzetbaar zijn en het onderwijsmateriaal kan samen worden ontwikkeld.'
Hét argument voor de fusie, vroeger en nu, is de grootte van de groene hogeschool.
'VHL is maar een kleine instelling met ook nog eens drie locaties. Onze omgeving, de studenten en het beroepsveld zijn erg dynamisch, dus we moeten naar een zekere massa toe om de hogeschool kwalitatief goed en doelmatig neer te zetten', zegt beleidsdirecteur Ab Groen. 'Als je het vergelijkt met een conservatorium of  een hogere hotelschool zijn we helemaal niet zo klein', tekent Hans Bezuijen aan, voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) en docent in Leeuwarden.
Bang
Hoe dan ook, Kropff beweert dat VHL meer slagkracht heeft als de hogeschool juridisch één geheel is. Hij ziet de instellingsfusie als een relatief kleine, beheersmatige stap. Omdat de ondersteunende diensten als onderwijsbureau, ict, administratie en communicatie al in elkaar zijn geschoven, zal er praktisch en organisatorisch weinig verschil zijn in de dagelijkse gang van zaken, meent ook GMR-voorzitter Bezuijen. Hij zit er, naar eigen zeggen, 'niet erg ideologisch in.' Maar hij begrijpt de weerstand tegen de fusie goed.
De locaties Wageningen en Leeuwarden hebben enkele gelijksoortige, kleine opleidingen. Als de hogeschool één instelling wordt, moeten die opleidingen op elkaar worden afgestemd. Bezuijen: 'Dat betekent dat er veranderingen komen. Mensen zijn bang dat ze een andere functie of een andere leidinggevende krijgen. Dat moet je allemaal wel kunnen uitleggen.'
De GMR-voorzitter verwacht dat de volledige fusie er nu wel komt. 'Sommige groepen zouden de fusie best ongedaan willen maken, maar het is absoluut niet realistisch om de organisaties weer te ontvlechten. Als het bestuur met het volle gewicht op een fusie aanstuurt, is dat moeilijk tegen te houden', denkt Bezuijen. Voor hemzelf hoeft de fusie niet, voegt hij er aan toe. 'We kunnen beter aandacht besteden aan de verbetering van de dienstverlening aan studenten.'
De Raad van Bestuur is zich ervan bewust dat de fusie gevoelig ligt. Kropff: 'Men is nog niet voldoende doordrongen van de kansen die één VHL biedt.' Toch gelooft de rector dat het inzicht zal groeien. 'Vier jaar geleden vroeg men zich af wat de samenwerking met Wageningen University voor VHL kon betekenen. Inmiddels is dat duidelijker en speelt die vraag minder, maar nu blijkt dat men de weg naar de andere hogeschoollocaties niet goed kan vinden.'
De hogeschoolmedewerkers wachten nog op inhoudelijke argumenten. Marise Haesendonckx, lid van de medezeggenschapsraad en docente in Wageningen: 'Als de directie aannemelijk maakt dat de studenten er echt iets aan hebben en dat een fusie leidt tot een mooier onderwijsproduct, dan zullen ze ons er niet meer over horen.'
Bloedgroepen
In 2003 werden het Van Hall Instituut in Leeuwarden en Larenstein uit Deventer en Velp bestuurlijk samengevoegd tot Van Hall Larenstein. 
De internationale agrarische hogeschool Larenstein ontstond in 1988 uit een fusie tussen de Wageningse laboratoriumopleiding Stova, de Rijks Hogere School voor Tuin- en Landschapsinrichting in Boskoop, de Rijks Hogere Landbouwschool in Deventer en de Hogere Bosbouw en Cultuurtechnische School in Velp.
Ook het Van Hall Instituut is een samengesteld product. In 1995 fuseerden het Professor Van Hall Instituut uit Groningen en de Agrarische Hogeschool Friesland, die in 1986 was ontstaan uit de Rijks Hogere School voor Levensmiddelentechnologie uit Bolsward en de Christelijke Hogere Landbouwschool uit Leeuwarden.

Re:ageer