Wetenschap - 19 juni 2008

Korhoenders

Van de dertig gefokte korhoenders die vorig jaar september zijn losgelaten op de Hoge Veluwe zijn er nog maar vijf over. De andere dieren zijn ten prooi gevallen aan roofdieren, voornamelijk haviken. Terwijl het park zelf in de media spreekt van een ‘zeer positief resultaat’, noemen tegenstanders het uitzetproject ‘een ware slachting’.
‘Het is maar net hoe de doelstellingen vooraf zijn verwoord’, reageert prof. Herbert Prins van de leerstoelgroep Resource Ecology. ‘Een project is immers pas geslaagd te noemen als de criteria zijn gehaald. Misschien wilden ze wel de haviken voeren.’
Projectleider Bart Boers laat weten dat het doel is om over tien jaar een bestand van veertig volwassen vogels in het gebied te hebben. ‘Dat er nu al zeker vijf korhoenders de eerste tien maanden in het wild hebben overleefd, vind ik dan ook goed nieuws’, zegt hij. ‘We wisten dat de sterfte hoog zou zijn. Dat is ook het geval bij de laatste wilde korhoenders in Nederland, op de Sallandse Heuvelrug. Van gefokte korhoenders hadden we zeker geen lagere sterfte verwacht.’
Vanuit dit gezichtspunt is Prins het met de projectleider eens. ‘Als ik dit project beschouw als een pilot om te zien of korhoenders gefokt kunnen worden en kunnen overleven in het wild, zou ik zeggen dat het een geslaagde proef is’, zegt hij. ‘Gefokte dieren kunnen niet zomaar hun eigen kostje bij elkaar scharrelen en weten ook niet hoe ze predatoren moeten ontwijken. Dat er van de dertig losgelaten dieren nu nog vijf leven, is dan ook helemaal geen beroerd resultaat.’
Maar het is ook niet meteen een ‘geweldig succes’, beaamt hij. ‘Als dertig studenten aan een studie beginnen en vijf halen hun master, is dat een zeer slecht resultaat. Ik kan me dan ook levendig voorstellen dat tegenstanders het korhoenproject zien als water naar de zee dragen.’

Re:ageer