Student - 8 november 2007

Koppelaar weet alles over olie

De sombere berichten over de eindige aardolieproductie zetten Rembrandt Koppelaar twee jaar geleden aan tot actie. Omdat de voormalige PSF’er vond dat er in Nederland nog veel te weinig aandacht was voor de gevolgen van het afnemen van de olie- en gasproductie, zette hij met gelijkgestemden de stichting Peak Oil op, een non-profit netwerk van energie-experts. De media weten hem inmiddels te vinden.

Student Rembrandt Koppelaar
Student Rembrandt Koppelaar

Foto: Guy Ackermans

‘Met de stichting wilde ik het onderwerp op de kaart krijgen’, vertelt de student Milieueconomie. ‘Dat lijkt te lukken. We zijn in korte tijd een kennisbasis geworden en hebben inmiddels een kantoor in Amsterdam met een parttime medewerker en een stagiair, en werken aan verschillende projecten.’
Omdat het er naar uitziet dat de prijs van een vat olie binnenkort meer dan honderd dollar bedraagt, kreeg Rembrandt als voorzitter van Peak Oil, de Nederlandse tak van Aspo, de laatste tijd weer veel telefoontjes van verschillende media. ‘Een paar jaar geleden vond niemand het naderende maximum van de olieproductie belangrijk. Maar het gaat zoveel beïnvloeden, zoals de consumptie.’
Rembrandt, die zelf ondertussen ‘alles over olie weet’, vindt dat Nederland te sterk leunt op onderzoek uit andere landen. ‘Bij het Centraal Plan Bureau verdiept maar een persoon zich in energie. In Nederland lijkt men te denken dat het allemaal wel goed komt. Terwijl in Zweden de regering al heeft aangekondigd dat ze het oliegebruik in 2020 gehalveerd willen hebben.’ De geringe belangstelling in Nederland heeft volgens hem te maken met de belangen van oliemaatschappij Shell. ‘Het is logisch dat ze het onderwerp heel anders zien, maar hun schattingen over toekomstige productie zijn te optimistisch.’
Sinds 1984 wordt er wereldwijd meer olie geconsumeerd dan ontdekt, en momenteel is dat zelfs drie keer zoveel. Een direct effect van deze schaarste zijn stijgende prijzen. Vliegreizen worden binnenkort fors duurder, voorspelt Rembrandt. ‘Vliegtuigmaatschappijen hebben hun stijgende kosten een tijd niet in hun prijs doorberekend, deels omdat ze de brandstof nog voor oude prijzen hadden ingekocht. Maar volgend jaar krijgen hun klanten wel de rekening voor de hogere kerosineprijzen.’
Nederlandse bedrijven en de regering gaan er vanuit dat we tot aan 2030 voldoende aardolie hebben om aan de vraag te voldoen, maar dat is volgens Rembrandt niet waar. ‘In Nederland zijn we in principe erg rijk, maar het wordt een groot probleem ook een twee keer zo hoge olieprijs te gaan betalen. Studenten kunnen autorijden dan echt niet meer betalen, en iedereen moet dichter bij zijn studieplaats of werkplek gaan wonen.’
Hij vindt dat er meer over nagedacht moet worden hoe we het op langere termijn zonder olie gaan doen. ‘We zullen meer naar elektrisch vervoer gaan. Binnen vijf jaar komt er al een betaalbare elektrische middenklasser op de markt’, verwacht Rembrandt, al moet er wel drie tot vier keer meer elektriciteit geproduceerd worden om het hele Nederlandse wagenpark erop te laten rijden. Daarnaast moeten er alternatieven voor aardolieproducten als plastic gevonden worden. ‘Denk aan bioplastics die in Wageningen worden ontwikkeld. Of houd op met alles maar te verpakken.’
Verder houdt Rembrandt zich nu vooral bezig met duurzame energie. ‘In Nederland kunnen we veel wind oogsten, maar ik denk dat op termijn zonne-energie de grootste bron wordt. Al zijn daar nog wel technologische doorbraken voor nodig.’
Naast het organiseren van en deelnemen aan debatten, zoals dinsdag 6 november in Utrecht over klimaatverandering en olieschaarste, geeft Rembrandt lezingen. En sinds kort schrijft hij voor European Energy Review, een nieuw vakblad voor de energiewereld waarvan minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken op 30 oktober de eerste editie in ontvangst nam. Rembrandt: ‘De energiediscussie moet in heel Europa gevoerd gaan worden.’
Hoewel hij door al dit werk en zijn studie nauwelijks tijd meer heeft om in het café te zitten en weinig slaapt, haalt Rembrandt wel veel voldoening uit zijn activiteiten. ‘Het lijkt vechten tegen de bierkaai. Maar ik voel een soort verantwoordelijkheid, en dan moet je gewoon blijven doorzetten.’

Re:ageer