Wetenschap - 1 januari 1970

Koolraap gebruikt virus als wapen

Koolsoorten die plantwetenschappers kennen als Brassica oleracea, gebruiken virussen als wapen tegen belagende bladluizen. Dat ontdekten onderzoekers van Plant Research International. Op een nog niet helemaal doorgronde manier nemen de koolplanten virussen van besmette bladluizen op en sluizen die door naar onbesmette exemplaren.

De theorie dat planten virussen van hun belagers kunnen opnemen en die op slinkse wijze kunnen overdragen aan niet-besmette belagers, dateert al uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Bewijs voor die theorie kwam er echter pas toen dr Manuela van Munster op het Wageningse Plant Research International voorborduurde op proeven die ze voor haar promotieonderzoek had gedaan. Tijdens dat onderzoek was Van Munster gestuit op een nieuw virus, Myzus persicae densovirus, dat korte metten maakt met de groene-perzikenbladluis.
Van Munster ontdekte dat besmette bladluizen het virus konden overdragen aan hun nakomelingen en aan elkaar – en op een raadselachtige wijze aan bladluizen met wie ze geen contact hadden, maar die wel dineerden op dezelfde plant. Fysiek contact was daarbij niet noodzakelijk. Als de Wageningers geïsoleerde luizen op een blad lieten eten, dan konden ook bladluizen op een ander blad ziek worden. Dat kon maar één ding betekenen: als zieke bladluizen de plant leegzuigen, komen de virussen in de plant. Via het vatenstelsel bewegen ze zich vervolgens voort naar andere delen van de plant. De onderzoekers gebruikten een koolplant die niet in de handel is, maar tot dezelfde familie behoort als boerenkool en broccoli.
‘Een noviteit’, typeert begeleider dr Hans van den Heuvel de ontdekking. Van den Heuvel is inmiddels werkzaam bij De Ruiter Seeds als wetenschappelijk directeur. ‘Dat insectenvirussen in leven kunnen blijven in planten, en via planten nieuwe gastheren kunnen vinden, is niet eerder ontdekt. Het is ook evolutionair interessant. Want als die virussen dat kunnen, dan zou dat kunnen betekenen dat sommigen plantenvirussen en insectenvirussen een gemeenschappelijke voorouder hebben.’
Of de virussen zich in de plant ook kunnen vermenigvuldigen hebben de Wageningers niet kunnen achterhalen. Als dat zo is, dan stelt die vermenigvuldiging niet veel voor. Besmette luizen die op bladeren van de kool graasden slaagden er niet in om meer dan tien procent van de andere bladeren te besmetten. Pogingen van de onderzoekers om het virus zich in plantencellen te laten vermenigvuldigen mislukten.
Co-promotor Van de Heuvel noemt de ontdekking ‘interessant’. ‘In de biologische bestrijding hoef je niet honderd procent van de plaagdieren uit te schakelen’, zegt hij. ‘Ook als je een vermindering kunt bewerkstelligen is dat al de moeite waard. Misschien bereik je in combinatie met andere maatregelen wel een volledige reductie van het aantal luizen.’
Van den Heuvel mag graag speculeren over toepassing van virussen in jonge planten, die daardoor een extra bescherming tegen ziekten zouden krijgen en eventueel in besmette toestand op de markt zouden kunnen verschijnen, maar hij vreest dat die er voorlopig niet zullen komen. Behalve wat de Wageningers hebben gepubliceerd in de februari-editie van Oecologia is er niets over het principe bekend. Onderzoekers weten zelfs niet of er nog meer insectenvirussen zijn die zich via planten kunnen verspreiden.
‘Als je tegenwoordig funding wilt krijgen, moet je iets met genomics of nanotechnologie doen. Of met metabolomics’, zegt Van den Heuvel. ‘Dit soort biologisch onderzoek is bij de subsidiegevers uit de gratie.’ / WK

Re:ageer