Wetenschap - 1 januari 1970

Kooijman trapt open deuren in

Kooijman trapt open deuren in

Kooijman trapt open deuren in

Voor mij, en ik vrees voor elke onderzoeker, trapt Rob Kooijman met zijn forumbijdrage Zijn milieumodellen wetenschapsvervuiling? (Wb nr. 10) enorme open deuren in. Niet helemaal onjuist wat hij beweert, maar wel overbodig

De eerste helft van zijn verhaal, over de verschuiving van ons beeld van de wereld van Copernicus tot Einstein, is over- en overbekend. In het tweede gedeelte houdt hij een pleidooi voor mechanistische modellen - modellen die oorzakelijke (causale) relaties beschrijven - en voor het toetsen van modellen

Eigenlijk ook weinig nieuws. Maar hij schiet te ver door

Waarom moeten modellen een verklaring zijn van iets verrassends? Onzin. Het NUCOM-model beschrijft de concurrentie van soorten om nutri├źnten, licht en water. Daar is weinig verrassends aan. En het is ook onzin dat correlatieve modellen nooit naar een werkelijkheid verwijzen. Voorbeelden van wetenschappelijk waardevolle maar weinig verrassende, puur correlatieve modellen die wel degelijk betrekking hebben op de werkelijkheid

1. Het model hoge bloeddruk is ongezond is niet oorzakelijk, maar proefondervindelijk (correlatief) vastgesteld. Hetzelfde geldt voor veel roken leidt tot hart- en vaatziekten. Dit zijn waardevolle modellen, waarvan pas later is onderzocht op wat voor mechanismen ze stoelen

2. De afvoer van de Rijn kan prima worden berekend op basis van een puur correlatief model. Je stopt er neerslagcijfers in, waarna er via correlatieve verbanden afvoergegevens uitrollen. Werkt goed en is zeer bruikbaar. Slechts een klein computerprogrammatje is er voor nodig, alsmede meetgegevens waaraan je het model ijkt (kalibreert)

Er valt veel voor te zeggen om meer vertrouwen te hebben in mechanistische modellen, omdat ze stoelen op oorzakelijkheid. Wanneer je bijvoorbeeld de afvoer van de Rijn wilt voorspellen, kun je een model bouwen dat gebaseerd is op de volgende oorzakelijke procesketen: - neerslag in de vorm van sneeuw en regen valt op maaiveld; - gedeelte van de neerslag vloeit over maaiveld af naar sloot, ander deel infiltreert; - geïnfiltreerd deel bereikt diep grondwater; - grondwater stroomt naar sloten, beken en rivieren; - sloten, beken en rivieren stromen naar Rijntakken; - Rijntakken vloeien samen en zorgen voor afvoer bij Lobith. Ieder van deze stappen kun je wiskundig beschrijven op basis van fysische wetmatigheden en in een model aan elkaar knopen: de uitvoer van de ene stap vormt de invoer voor de volgende. Heb je dan per se een beter model dan het eerder genoemde correlatieve model? Het antwoord is nee, want de onzekerheden van al die kleine stapjes bij elkaar opgeteld kunnen uiteindelijk leiden tot een resultaat dat belabberd is. Foute uitkomsten op basis van goede gronden

Een groot nadeel van puur correlatieve modellen is natuurlijk dat ze niet meer bruikbaar zijn wanneer de werkelijkheid die ze moeten beschrijven drastisch verandert: het zijn black box-modellen. Wanneer het landgebruik in het stroomgebied van de Rijn volledig verandert en sloten worden dichtgegooid, bochten van rivieren afgesneden, et cetera, dan klopt het correlatieve afvoermodel niet meer. Maar ook deze eigenschap van correlatieve modellen is bij onderzoekers overbekend

Al met al is het verhaal van Kooijman een aaneenrijging van open deuren en halve waarheden. Het voegt bovendien niets toe aan de discussie naar aanleiding van de kritiek van De Kwaadsteniet en Van Staalduinen. Die hebben alleen gepleit voor een deugdelijke toetsing van modellen

Re:ageer