Wetenschap - 1 januari 1970

Konijnenverblijf met toegangscontrole

Konijnen die voor het vlees worden gehouden, krijgen dikwijls een kooi toegewezen van niet meer dan zestig bij vijftig centimeter. De groepshokken die de Animal Sciences Groep in Lelystad heeft uitgetest zijn nog niet hetzelfde als de holenstelsels van wilde konijnen, maar komen er wel dichterbij.

Acht vrouwelijke konijnen die jongen kunnen krijgen (voedsters) en één rammelaar krijgen plaats in de nieuwe groepshuisvesting. Vernieuwend is dat elk vrouwtje een eigen tunnel en nestkast met ‘toegangscontrole’ tot haar beschikking heeft om haar jongen te verzorgen. Met een chip die is bevestigd aan haar oor kan ze het deurtje naar haar eigen tunnel openen. Zo worden de vrouwtjes en jongen niet gestoord door de rest van de groep.
‘Je kan het vergelijken met een elektronisch kattenluik. Dit is niet eerder toegepast bij konijnen. Het werkt technisch goed. En wat belangrijker is: de dieren pikken het’, zegt ir Marko Ruis. ‘De dieren hebben een gemeenschappelijke ruimte en daardoor meer ruimte dan in de individuele hokken die nu standaard zijn voor zogende konijnen. De nestkasten zijn belangrijk omdat je ook in de natuur ziet dat vrouwtjeskonijnen hun eigen werppijp hebben in de ondergrondse holenstelsels.’
Onderlinge agressie kan in deze hokken wel voorkomen, zag Ruis, maar die is nodig om in het begin de rangorde vast te stellen. ‘De algehele indruk is dat het groepshok positief is voor het dierenwelzijn.’
De groepshokken zijn uitgetest op drie konijnenhouderijen. Ruis benadrukt dat het de groepshuisvesting nu nog slechts voor onderzoeksdoeleinden geschikt is. Voor grootschalige toepassing moeten de kosten omlaag. / HB

Re:ageer