Wetenschap - 10 april 2008

Komt de boze wolf?

Staatsbosbeheer wil wilde zwijnen en wisenten loslaten in de Oostvaardersplassen. Ook wolven staan hoog op het wensenlijstje. Dat maakte de natuurorganisatie op 8 april bekend. Volgens hun ecoloog Frans Vera biedt het natuurgebied ruimte voor meer dan honderd wolven. Het liefst laat hij ze morgen al los. Toch ziet hij ze er niet op korte termijn zwerven. ‘Ecologisch gezien is het geen probleem. Het zit tussen onze oren.’

Ing. Dennis Lammertsma, onderzoeker bij Centrum Ecosystemen:
‘Vera heeft een punt met de opmerking dat de haalbaarheid tussen onze oren zit. Mensen hebben nog steeds last van het Roodkapjesyndroom. Angst voor de wolf blijft een breekpunt. Maar het gebied is waarschijnlijk ook veel te klein voor honderd wolven. Wij hebben onlangs getaxeerd hoeveel wolven er in de Amsterdamse Waterleiding Duinen zouden kunnen leven. Het was te klein voor een levensvatbare wolvenpopulatie met minstens tweehonderd wolven.
Ik betwijfel of de Oostvaardersplassen groot genoeg is voor een levensvatbare populatie. Misschien dat Vera zijn uitspraak doet op basis van de hoeveelheid voedsel in kilo’s hoefdieren voor de wolven, maar dat is een te simplistische benadering. Wolven hebben namelijk veel ruimte nodig. Ook is nog weinig bekend over het effect van wolven op de regulatie van het aantal hoefdieren. Met evenveel recht kun je schatten dat er in de Oostvaardersplassen ruimte is voor bijvoorbeeld drie roedels van vijf wolven.
Nu bestaan er wel plannen voor robuuste verbindingen met andere natuurgebieden, waardoor de dieren meer ruimte krijgen. Maar dit brengt onder meer veterinaire risico’s met zich mee. Over welke dieren de verbindingszones zouden mogen gebruiken bestaat nog veel discussie.
Ik raad Staatsbosbeheer aan eerst een haalbaarheidsstudie naar de introductie van wolven te doen. Volgens mij is vijfduizend hectare niet genoeg voor honderd wolven. Introductie van een paar wolven leidt tot dierentuinbeheer: je vangt individuen weg en plaatst anderen bij, omdat er geen natuurlijke uitwisseling is met nabijgelegen populaties.
Overigens zie ik voor de andere diersoorten op ecologische grond geen problemen. Ik denk dat het gebied groot genoeg is voor bijvoorbeeld het wild zwijn.’

Re:ageer