Wetenschap - 1 januari 1970

Kom maar lekker op, onkruid

Kom maar lekker op, onkruid

Kom maar lekker op, onkruid
Roel Groeneveld, Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek

Roel Groeneveld werkt al dertig jaar bij het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO). Na die dertig jaar praat hij zo mogelijk nog enthousiaster over onkruid als toen hij begon. Na de middelbare tuinbouwschool in Emmeloord en een jaar in Canada leerde hij van twee wereldbegrippen in de onkruidkunde, Wibo van der Zweep en Piet Zonderwijk, ongeveer 340lles over die lastige plantjes. Zij namen hem mee, de proefvelden in en naar congressen


Ik begon heel laag, als proefveldmedewerker die onkruiden moest tellen, wieden, spuitmiddelen klaarmaken en spuiten. Ik heb de hele weg van laag naar hoog afgelegd, zegt Groeneveld niet zonder trots

Er waren in die begintijd nog maar weinig bestrijdingsmiddelen. Dit is een zegen voor de tuinbouw, riep een oudere collega van Groeneveld toen het middel Shell-W - W voor worteltjes - op de markt kwam. Het werd gefabriceerd met onder andere motorolie. Dat kun je je nu niet meer voorstellen, zegt Groeneveld. Nu gelden hele strenge eisen!

Worteltjes staan op rijen met tien centimeter tussenruimte, legt hij uit. Daar moet je met de hak tussen om het onkruid te verwijderen; dat is heel lastig. Dus met dat middel waren de tuinders heel blij.220220

Groeneveld heeft beleefd dat het gebruik van onkruiddodend middel in de loop der jaren van vijf liter naar een halve liter is gegaan. Indien een onkruid is ontsnapt, wordt de dosis via driekwart zo nodig tot maximaal een liter opgevoerd. Ik ben van laag naar hoog gegaan in mijn loopbaan, en van hoog naar laag met het gebruik van bestrijdingsmiddelen!, lacht hij. Dat is toch een goeie, he?

Met vier collega's doet Groeneveld onderzoek bij zestig bedrijven in het land, waar hij bekijkt hoeveel onkruidbestrijdingsmiddelen - herbiciden - een boer nodig heeft om zijn gewas te beschermen zodat hij, afhankelijk van de weergoden, kan rekenen op een goede oogst. De methode heet MLHD, Minimale lethale herbicide dosering. Dat werkt als volgt: een boer in de regio belt de collega van Groeneveld die het dichtst in de buurt woont en vertelt dat hij over twee dagen zijn suikerbieten wil behandelen. Die collega plukt dertig onkruiden van het land van de teler, weegt ze en bepaalt op basis daarvan de dosering. De teler gaat met die uitkomst naar de regionale afdeling van de Dienst Landbouwvoorlichting, waar het middel wordt gekozen. Wij bepalen de dosering, Voorlichting bepaalt het type herbicide. De praktijkdosering, dat is de MLHD. Ter controle wordt op het perceel ook een strook onbehandeld gelaten.

De clou van het verhaal - Groeneveld kijkt heel indringend - is dat twee dagen na bespuiting de collega naar de boerderij gaat met de chlorofyl-fluorescentiemeter. Hij pakt een apparaatje, een soort witte staaf, grijpt een plantje uit de vensterbank en duwt de meter op een blad. Als de display op de meter minder dan 15 vertoont, gaat het onkruid dood; erboven hebben we de dosering te laag ingeschat. Dan krijgt het onkruid een tik, via een herbehandeling.

Het is een belangrijk onderzoek, verklaart Groeneveld. Hij vindt dat de teler, die het meeste werk verricht en de grootste risico's loopt, er het minst aan verdiend. Onlangs moest een teler die erwten verbouwde vijf hectaren erwten omploegen omdat er zwarte nachtschade tussen was gekomen. Dat ziet er ook uit als erwtjes maar het is giftig. Na de droogte krijgt het onkruid door de hevige regens kans om uit zijn kiemrust te komen. Dat is pech voor die teler.

De ecologische onkruidbestrijding krijgt ook aandacht. Daartoe wordt in een veld een vals zaaibed gemaakt. Groeneveld: Kom maar lekker op, onkruid, zeggen we dan. Dan wordt eerst het onkruid mechanisch bestreden, daarna kan er worden gezaaid.

Als het gewas eenmaal is opgekomen, kan met een machine tussen de rijen planten worden gewerkt. Maar het onkruid tussen de planten in een rij moet nog altijd met de hand worden gewied. Daar gebruiken we scholieren voor. Die liggen op een soort surfplank op hun buik en worden door een tractor voortgetrokken. Soms acht op een plank. Al rijdend trekken ze het onkruid weg. We hebben veel wieders nodig!

Op zijn scherm verschijnt een bericht. Of Roel Groeneveld even een groep gasten uit China wil ontvangen en ze iets vertellen over onkruidbestrijding. Nou, dat kan hij wel

Re:ageer