Organisatie - 11 oktober 2007

Kom ik voor

‘De rollende rilbibbers krijg ik ervan’, zegt Martin Kropff.
‘Ik was er al bang voor’, zegt Gerard Fleer, scheidend hoogleraar Fysische chemie en kolloidkunde en de bedenker van een beroemde, naar hemzelf vernoemde theorie.
‘Wij hebben hier in Wageningen een knoeperd van een imagoprobleem’, zegt Kropff. ‘Vwo’ers beschouwen Wageningen als een universiteit voor losers. In Wageningen wordt de grootste domoor nog ingenieur, denken ze.’
‘Terwijl daar niks van waar is’, zegt Fleer.
‘Voor de goegemeente zijn wij de sociale werkplaats onder de universiteiten. Wij delen spek-en-bonendiploma’s uit aan minder begaafden. Niemand neemt ze serieus, maar ze mogen zich toch nog ingenieur noemen.’
‘Een titel voor iedereen die capabel genoeg is om zijn hand in een boviene bips te steken’, zegt Fleer bitter.
‘Wij doen ons uiterste best om uit te stralen dat we wel degelijk top zijn’, zegt Kropff. ‘We trommelen op onze borst tot we onze ribben kneuzen, en gaan daar net zo lang mee door totdat iedereen weet: wij zijn niet dom.’
‘Wij zijn juist hartstikke slim’, zegt Fleer beslist. ‘Toppiger dan ons heb je ze niet.’
‘Maar wat doet professor Fleer?’, vervolgt Kropff. ‘Publiekelijk toegeven dat Wageningen Universiteit de opleidingscommissie loslaat op docenten met pittige examens. Welkom op de universiteit voor de intellectueel minder bedeelden.’
‘Fleer gaat te ver. Wrijf het hem maar eens goed in.’
‘Kom ik voor, Fons’, zegt Kropff. ‘Het was toch Fons?’
‘Fons Voragen, Martin’, zegt Fleer. ‘Ik ben je grootste fan.’
‘En waar is Fleer, Fons?’
‘De laffe hond liep net weg’, zegt Fleer. ‘Toen hij je zag aankomen stak hij een reageerbuis achter z’n oor, pakte z’n jas en rende het gebouw uit.’
‘Hij weet dat hij fout zit.’
‘Dat zou heel goed kunnen’, zegt Fleer. ‘Hij keek heel schuldbewust.’
‘O ja?’
‘En hij mompelde: o nee, daar komt Martin Kropff. Nou ben ik er geweest.’
‘Voor mij knijpt ie hem’, zegt Kropff grimmig.

Re:ageer