Wetenschap - 23 november 2009

Kolenstook erger voor klimaat dan kap regenwoud

Ontbossing heeft een grote invloed gehad op de toename van CO2 emissies in de afgelopen drie eeuwen, maar de relatieve invloed ervan neemt af. Nu is het opstoken van fossiele brandstoffen een veel belangrijker factor. Dat stelt Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse.

Met collega’s van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) berekende hij de invloed van landgebruik op de mondiale koolstofcyclus. Hij publiceert erover in het laatste nummer van Climatic Change.
Als eersten slaagden de auteurs er in om een sluitende koolstofcyclus te reproduceren met kleine onzekerheidsmarges in de periode tussen 1700 en 2000. Daarbij berekenden ze hoeveel koolstof in de atmosfeer terecht komt door gebruik van fossiele brandstoffen en veranderend landgebruik en hoeveel van deze CO2 wordt vastgelegd door bossen en oceanen. Het overschot leidt tot een hogere CO2-concentratie in de atmosfeer.
Het door Leemans en PBL ontwikkelde onderzoeksmodel IMAGE (Integrated model to assess the global environment) lag aan de basis van de uitkomsten. ‘Omdat we weten hoeveel CO2 de oceanen mondiaal opnemen en hoe hoog de CO2-concentratie in de atmosfeer is, konden we vrij precies de invloed van ontbossing en fossiele brandstoffen berekenen’, zegt Leemans. ‘De invloed van ontbossing is overschat in eerder onderzoek.’ Dat komt doordat gematigde bossen nu meer CO2 vastleggen dan een eeuw geleden. De herbebossing in Europa en de VS is hiervan de oorzaak. In de 18-de en 19-de eeuw waren deze gebieden nog verantwoordelijk voor een sterke CO2-toename door de kap van gematigde bossen.
Tropische regio’s waren CO2-neutraal tot 1950, maar daarna zorgde grootschalige ontbossing ervoor dat ze meer CO2 zijn gaan uitstoten dan opnemen. In deze regio’s is ander landgebruik een belangrijker factor bij de toename van de CO2-emissie dan verbruik van fossiele brandstoffen. In de VS en Europa is dat precies andersom.
‘Op dit moment draagt veranderd landgebruik, vooral ontbossing, voor vijftien procent bij aan de totale koolstofemissies. En deze relatieve bijdrage neemt af’, zegt Leemans. De aan fossiele energie gerelateerde uitstoot was begin twintigste eeuw nog bijna nul, maar is daarna explosief gestegen, vooral in westerse landen, maar recentelijk ook in India, Brazilië, China en het Midden-Oosten. ‘Het internationale energieagentschap verwacht over tien jaar al een tekort aan fossiele brandstoffen. Gebruik van kolen is op dit moment de sterkste groeier’, aldus Leemans.
Hij hoopt dat zijn uitkomsten een rol spelen in de klimaatonderhandelingen. ‘We kunnen wel steeds wijzen op de ontbossing in landen als Brazilië en Indonesië, maar verbruik van fossiele brandstoffen is op dit moment een veel belangrijker factor bij de mondiale CO2-toename.’

Re:ageer