Student - 22 oktober 2009

Koetje

Peinzend kijk ik naar mijn scherm. Pff, waar zal ik beginnen? De cursor knippert. Aandachtig lees ik mijn onderzoeksvragen nog eens door. 'Tja, en nu?', vraag ik me af. 'Nou ja, misschien heb ik wel e-mail.' Ik staar naar mijn collega's. Oh jee, ze hebben het allemaal vreselijk druk. Zelf heb ik het ook druk hoor, waanzinnig druk zelfs, ik weet alleen nog niet zo goed waarmee.

26-Stijn-raster-6015_3.jpg
Mijn opdracht is simpel. Ik loop stage bij een kleine natuur­beherende organisatie. In hun gebieden grazen koetjes. Soms veel koetjes, soms weinig koetjes, op de ene plek grazen ze het hele jaar door en op de andere plek maar een seizoen. Ik hoef ­alleen maar uit te zoeken hoe die natuurbegrazing geëvalueerd kan worden.
Al sinds de jaren tachtig is begrazing een hot item, dus literatuur is er zat. Het ene document zegt dat jaarrondbegrazing de enige oplossing is, in een ander stuk lees dat je vooral moet experimenteren. Ja, pfff, daar kan ik mee aankomen. 'Luister boswachters: ik heb het allemaal voor jullie uitgezocht: probeer gewoon maar wat.'
Ook in het veldwerk blijk ik geen overdreven held; zelfs met navigatiesysteem weet ik de Kapel van Westelbeers niet te vinden. Ruim een uur later dan afgesproken, bekijk ik met de beheerder naar de situatie in het terrein. De beheerder zegt hoopvol dat hij mooie oplossingen van mij als deskundige verwacht. Zou dit cynisch zijn?
Af en toe buigt mijn collega Thijs zich even over mijn scherm. 'Ben je nog steeds met die stomme koeien bezig?' Hij zucht nadrukkelijk en stort zich weer op zijn eigen werk. Inmiddels heb ik 64 bronnen geraadpleegd, ben ik bij tig beheerders op bezoek geweest en heb ik meer dan vijftig kantjes met allerlei aannamen en onzekerheden getypt. Nog steeds weet ik niet wat de rol van grote grazers precies is.
Ik hoop dat de koetjes in de afgelopen weken nuttiger werk hebben verricht dan ik. /Stijn van Gils

Re:ageer