Wetenschap - 1 januari 1970

Koeman onbevoegd

Koeman onbevoegd

Koeman onbevoegd

De Wageningse toxicologiehoogleraar prof. dr Jan Koeman is twee jaar lang onbevoegd voorzitter geweest van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB). Minister Van Aartsen verzuimde in 1997 om Koeman te herbenoemen als voorzitter. Staatssecretaris Geke Faber herstelde de fout met terugwerkende kracht, net voor het ontslag van Koeman per 1 juli 1999. A.S

Proefstation waarschuwde al in vroeg stadium

Sector had verbod op onkruidmiddelen kunnen zien aankomen


Onlangs werd bekend dat het CTB het gebruik van de middelen pendimethalin, atrazin, simazin, penconazool en fosalon niet langer toestaat. Ook het middel bentazon lijkt op de zwarte lijst te komen. De stoffen hebben vooral in aquatische milieus negatieve effecten en aangezien Nederland waterrijk is, weegt dit hier zwaarder dan in andere landen

Door het verbod, begin jaren negentig al aangekondigd in het Meerjarenplan Gewasbescherming, ontberen akkerbouwers een noodzakelijk onkruidbestrijdingsmiddel. Met name in de uienteelt komt dit hard aan. Uientelers moeten vanaf 2000 de onkruiden handmatig en mechanisch bestrijden. Met zo'n twintigduizend hectaren en 250 wieduren per hectare lijkt het schier onmogelijk om voldoende arbeidskrachten te vinden, nog afgezien van de kosten

Ook andere gewassen worden getroffen door de beslissing van het CTB. Zo meldt het Agrarisch Dagblad problemen voor peulvruchten, graszaad, schorseneren en teunisbloemen. Sommige zijn kleine gewassen, maar voor ondernemers zijn er toch aardige resultaten te halen en dat verlies is zuur, zegt Bleeker

Het PAV onderzoekt de mogelijkheid om akker- en slootranden te ontzien door de teelt van andere, hoge gewassen. In dat geval zou het CTB ontheffingen van het verbod kunnen toestaan. Bleeker: Ik denk dat de sector even zal moeten slikken, maar uiteindelijk wel akkoord gaat met een spuitverbod aan slootranden. Aangezien de Nederlandse percelen gemiddeld kleiner zijn dan die in andere landen hakt zo'n perceelrandenbeleid er hier dieper in dan elders

Bleeker wijst niet alleen met de beschuldigende vinger naar het CTB. Vanuit het praktijkonderzoek is de sector regelmatig gewezen op het feit dat een aantal toxicologische kenmerken van de nu verboden middelen toelating in de weg kon staan. Zowel de sector als de producenten dachten dat het wel los zou lopen. Nu blijkt zelfs dat de producenten een aantal door de CTB gevraagde gegevens niet kunnen leveren. Dat is natuurlijk een beetje slordig.

Een woordvoerder van het CTB zegt dat al aan het begin van de jaren negentig met de sector een tijdelijke ontheffing van een strenge beoordeling van de gewraakte middelen was overeengekomen. Ze wisten dat dit eraan zat te komen. Wij hebben slechts de richtlijnen toegepast; wij zijn uitvoerders van de wet, geen beleidsmakers.

In andere landen vindt een herbeoordeling pas over enkele jaren plaats, maar in principe voeren wij een Europees beleid uit, vertelt de woordvoerder. En natuurlijk speelt mee dat in Nederland de grondwaterstand hoger is dan in de meeste andere Europese landen; die akkerbouwgebieden zijn minder kwetsbaar. Bleeker is het daar wel mee eens, al merkt hij op dat Nederland gebieden kent met een lage grondwaterstand. Het beleid zou meer rekening kunnen houden met lokale omstandigheden. S.V

Re:ageer