Wetenschap - 1 januari 1970

Knolletjesgen is sleutelgen

Knolletjesgen is sleutelgen

Knolletjesgen is sleutelgen

Het gen ENOD40 doet nog meer dan de erwt en zijn familieleden helpen aan
wortelknolletjes. Een Wageningse oio ontdekte dat het gen ENOD40 een
sleutelrol vervult in de manier waarop hormonen inwerken op de groei en
ontwikkeling van planten.
,,Dat ENOD40 meer doet dan stikstof bindende knolletjes aanmaken kon je
eigenlijk al op je vingers natellen’’, zegt ir Tom Ruttink. ,,Ook planten
die geen wortelknolletjes hebben bezitten het gen. Van zo’n dertig soorten
is het al bekend en er volgen er steeds meer.’’ Een daarvan is de plant die
Ruttink in zijn onderzoek gebruikte: de tabaksplant. ,,Het voordeel van de
tabaksplant is dat je er zo goed mee kunt werken’’, zegt de onderzoeker.
,,Als je tabakscellen kweekt in een vloeistof, dan vormen ze lange ketens
van precies een cel dik. Zo kun je eenvoudig zien hoe snel de cellen
groeien, en of er nieuwe cellen in de keten bijkomen.’’
In de celcultures had Ruttink het gen voorzien van een genetische
schakelaar die altijd aanstond. Toen hij de celdraden van die
gemodificeerde cellen vergeleek met die van een niet-gemodificeerde cellen,
viel op dat planthormonen anders waren gaan werken. ,,Bij de niet-
gemodificeerde cellen waren de toename van het aantal cellen in de keten en
de groei van die cellen twee op zich zelf staande processen. Bij de
gemodificeerde celcultuur, waarbij het ENOD40-gen altijd werkt, gaan die
twee processen gelijk met elkaar. Meer celdeling betekent evenveel meer
celgroei.’’
Omdat die twee processen door verschillende plantenhormonen worden
gestuurd, houdt dat in dat het gen de activiteit van de betrokken hormonen
op elkaar afstemt. ,,Als planten groeien, gebeurt er van alles’’, zegt
Ruttink. ,,Er ontstaan nieuwe scheutjes, zijwortels, bloemetjes, weefsels
groeien en verouderen. En toch zijn er maar vijf of zes hormonen die die
complexiteit van processen aansturen. Vaak is het de combinatie van
hormonen die het effect bepaalt. Er moeten dus regelmechanismen zijn die
bepalen hoe die hormonen precies samenwerken. Een stukje daarvan heb ik
boven water gekregen.’’ |
W.K.
Tom Ruttink promoveert op 5 december bij prof. Ton Bisseling, hoogleraar
Moleculaire biologie.

Re:ageer