Wetenschap - 1 januari 1970

Knoflook voor de zwijnen

Knoflook voor de zwijnen

Knoflook voor de zwijnen

Knoflook en kaneel kunnen wellicht als alternatief dienen voor antimicrobiële groeibevorderaars, in de volksmond antibiotica. Deze AMGB's worden in de praktijk toegediend aan biggen en vleesvarkens. Ze bevorderen de groei en er is nog niets gevonden dat even goed werkt. Vanaf juli geldt een verbod op een deel van de AMGB's. Onderzoeksinstellingen en commerciële bedrijven zijn naarstig op zoek naar alternatieven. Het Praktijkonderzoek Varkenshouderij (PV) sluit eind juli zijn onderzoek naar het toedienen van knoflook en kaneel bij biggen af

Knoflook staat bij mensen al langer bekend als weldadig. Het zou de bloeddruk verlagen en hartklachten voorkomen. Russen noemen het zelfs de Russische penicilline. Knoflook bevat een stof, allicine, die allerlei slechte bacteriën doodt en goede met rust laat. Ook kaneel bevat gunstige stoffen, cinnemaldehyden. Dat moet het Britse bedrijf Cultech ter ore zijn gekomen. Cultech heeft knoflook en kaneel in zijn product Enteroguard gestopt. Het PV gaat nu na of dit middel even goed werkt als AMGB's

Een nieuw vleesproduct, knoflookvlees, ontstaat er niet door. De proef wordt alleen gedaan bij biggen, niet bij vleesvarkens. In dat geval zou ik ook wel wat vleesmonsters nemen, zegt onderzoeker Carola van der Peet-Schwering. L.N

VRAGEN Arin van Zee


  • Wat irriteert je aan de Landbouwuniversiteit?

    Dat leerstoelgroepen hun eigen belangen boven de kwaliteit van het onderwijs stellen. Ze proberen hun eigen deelname in studies er doorheen te drukken. Bij de studie Rurale ontwikkelingssociologie bijvoorbeeld zijn veel groepen betrokken. Je hebt een vakje recht, een vakje ontwikkelingsociologie. Die vakken zijn belangrijk, maar het onderwijs is zo versnipperd. Leerstoelgroepen moeten meer met elkaar samenwerken. Je kan bijvoorbeeld onderwijs geven rond een bepaald thema, waarbij verschillende disciplines aan bod komen

  • Wat vind je leuk aan het werk in de studentenraad?

    Ik kan meepraten over veranderingen binnen de universiteit. Wij hebben er bijvoorbeeld aan bijgedragen dat er minder wordt bezuinigd en dat sommige studies niet worden opgeheven. Ook is nu de kans groot dat er voor vakken elk jaar drie in plaats van twee examenmogelijkheden komen

  • Wat zou je doen als je honderdduizend gulden kreeg?

    Meteen uitgeven, dan ben ik ervan af. Voor tienduizend gulden aan boeken kopen, en mensen verrassen. Iemand uitnodigen voor een leuk reisje bijvoorbeeld

  • Bij welke historische gebeurtenis had je aanwezig willen zijn?

    Bij het leven van Jezus. Ik had wel willen zien hoe hij over water liep en de godsdienstwetten doorbrak. Het was verboden tijdens de sabbat graan te plukken of genezingen te doen. Hij liet dit toe omdat de sabbat er volgens hem voor de mensen was en niet andersom. Hij was er vooral voor de arme en zieke mensen. Hij raakte de mensen niet op basis van macht maar op basis van liefde

  • Wat vind je een heel bijzondere uitvinding?

    De gloeilamp van Edison. Vooral omdat Edison er zo lang over gedaan heeft om tot deze uitvinding te komen. Anderen hadden hun pogingen allang gestaakt na zoveel mislukte experimenten. Maar hij volhardde, vooral omdat zijn vader hem telkens wees op wat hij al bereikt had. Je boekt uiteindelijk succes als je de nadruk op het positieve legt

  • Een mooi citaat?

    Ook heilige koeien kunnen resulteren in malse biefstukjes. Soms zijn dingen zo onaantastbaar dat mensen ze niet ter discussie durven stellen. Maar als ze dat wel doen, kunnen ze tot mooie verrassingen komen

  • Heb je een held?

    Franciscus van Assisi. Omdat hij zo radicaal leefde. Hij luisterde niet alleen naar de woorden van Jezus, hij zette ze ook om in daden. Hij gaf alles weg en leefde in armoede. Hij verafschuwde geld. Hij nam afstand van het normale levenspatroon, waardoor hij zich de woede van zijn vader op zijn hals haalde. Hij had ook veel respect voor de natuur. Hij preekte zelfs voor vogels

  • Wat is je slechtste eigenschap?

    Vooral bij belangrijke keuzes heb ik veel tijd nodig om na te denken. Nu weet ik bijvoorbeeld niet welke afstudeerrichting ik ga doen. Bij minder belangrijke dingen heb ik geen moeite om te kiezen. Ik sta niet uren in de Albert Heijn na te denken welke yoghurt ik neem

  • Wat is je favoriete bier?

    Bruinbier. Trappistenbier vind ik verrukkelijk. Of kasteelbier. Zoet en zwaar, daar houd ik van

  • Welk natuurwonder zou je willen zien?

    In Alaska vind je negentig meter hoge bomen met een doorsnee van zeven meter. Ik sprak laatst iemand die door Alaska is gereisd. Hij zag beren van driehonderd kilo in de bomen klimmen wanneer ze hem opmerkten. Het lijkt me fantastisch om die wilde dieren in de natuur te zien in plaats van in de dierentuin

  • Wie vind je een bijzonder kunstenaar?

    De Rus Wassily Kandinsky, de grondlegger van het expressionisme. Hij gebruikte de basiskleuren blauw, geel en rood en gaf hier een betekenis aan. Blauw staat voor filosoferen en inkeer. Geel staat voor de aarde, voor iets dat je overweldigt. Rood is een kracht die in zichzelf is gekeerd. Deze kleuren combineerde hij met ronde vormen die zich ook terugtrekken en hoekige vormen die op je af komen. Soms hoor ik muziek in zijn schilderijen. En in bepaalde kleuren zie ik mensen terug die ik ken

  • Een mooie film?

    The Truman Show. Het leven is misschien oon grote soap en alles is voorgeprogrammeerd

  • Wat vond je het meest opmerkelijke nieuws de laatste weken?

    Het nieuws over de dioxinekippen en de cola. Ik sta ervan versteld dat we in goed vertrouwen allerlei producten eten terwijl er zoveel rotzooi in kan zitten

  • Wat is je idee van geluk?

    Een huisje in de Provence, zitten op een terrasje, uitzicht op golvende lavendel en een ondergaande zon. Met een paar vrienden genietend van een fles wijn. En belangrijk: geen kopzorgen. Alle tijd van de wereld dus. H.B., foto G.A

    Een paar weken geleden hebben metselaar Hennie van de Pol (48) en zijn collega's van de Centrale timmerwerkplaats van de Wageningen Universiteit het werk aan de nieuwe ontsmettingsruimte van dierkundig onderzoekcentrum Zodiac afgesloten. De Centrale timmerwerkplaats doet metsel- en tegelwerk, egaliseert vloeren, plaatst wanden en verricht - uiteraard - timmerwerk. Renovaties vind ik het leukst om aan te werken. Zoals hier bij Zodiac, waar we van een soort varkensstal een ontsmettingsruimte gemaakt hebben waarin de mensen zich kunnen omkleden en douchen. Een paar jaar geleden heeft de Centrale timmerwerkplaats een serre gebouwd bij voormalig hotel De Wereld. Steeds als ik langs de serre fiets, denk ik: daar hebben we ons steentje aan bijgedragen.

    Onderzoeksassistent Jacqueline van de Pol (28) interviewt bij het DLO-Staring Centrum boeren over hun bedrijfsvoering. Die bedrijfsgegevens gaan in een computerprogramma, ArcView, waarmee je via een landkaart kunt laten zien wat de consequenties zijn van overheidsbeleid, bijvoorbeeld de herstructurering van de varkenshouderij. Van de Pol werkt veel met de computer, waardoor ze last kreeg van een muisarm. Ik muis veel en mijn houding was verkeerd. Ik moest meteen mijn arm ontlasten en mocht een paar weken niet achter de computer. Mijn bureau is vanwege mijn zithouding door de technische dienst zo'n vijftien centimeter verlaagd, en ik heb een double arm support op m'n bureau gekregen. Ik wissel de muis nu links en rechts af. Dat went snel als je veel muist. Ik heb net op tijd aan de bel getrokken; nu heb ik er geen last meer van.

    Kees

    :Mijn familie doet veel aan politiek. Zodoende was voormalig minister Braks eens bij ons thuis voor een politieke avond. Hij vertelde dat hij kippen had die blauwe eieren legden. De eerste keer dat ik dat soort kippen tegenkwam, op een markt in België, heb ik er meteen een paar gekocht

    Later kwam ik erachter dat die kippen niet raszuiver waren. Toen ben ik ermee gaan fokken om het ras zuiverder te krijgen. Bij ons thuis in Oirschot houd ik ongeveer twintig kippen, dertig kanaries en vijf lijsters. Het ras zuiver krijgen is moeilijk, want raszuivere kippen die blauwe eieren leggen zijn niet zo vruchtbaar. Het zuivere ras heeft oorlellen en heeft geen staart, maar als die van mij oortoefjes krijgen, ben ik al tevreden. En als ze blauwe eieren leggen natuurlijk

    Mijn kippen werden vroeger opgegeten door de nertsen van de buurman. Die springt soms slordig met zijn nertsen om, waardoor er regelmatig een ontsnapt. Toen hebben wij terriërs gekocht - van die pittige beestjes. Nu halen de nertsen de kippen niet meer; het is driehonderd meter tot de kippen, maar na tweehonderd meter komen ze de terriërs tegen. De terriërs hebben er al wel honderd afgemaakt

    In 5-vwo kwam ik voor het eerst in Wageningen; toen liep ik stiekem AID. Mijn broer studeerde in Wageningen en zei: kom maar langs. Samen met een maat ben ik hier drie dagen wezen stappen. Bij KSV kwam ik twee mensen tegen die Agrosysteemkunde studeerden. Dat leek me wel leuk. Er zit veel wiskunde in de studie, maar ook andere dingen

    Op het vwo blonk ik uit in wiskunde. Ik vond het ook leuk, al is dat misschien moeilijk voor te stellen. Maar alleen wiskunde studeren leek me niet leuk genoeg en de studies in steden als Delft en Enschede vond ik te technisch. Nu doe ik dus Agrosysteemkunde en ik heb gekozen voor de specialisatie logistiek management. Daarnaast doe ik veel statistiek. Maar veel statistiekvakken verdwijnen uit het nieuwe studieprogramma voor volgend jaar. Studenten die nu Agrosysteemkunde studeren, hebben de garantie dat ze de vakken kunnen volgen die in de studiegids stonden toen hun studie begon. Maar dat moet ik nog zien. Vakken als Tijdreeksanalyse en Statistische proces- en kwaliteitsbeheersing hebben dit jaar weinig opkomst; Statistische proces- en kwaliteitsbeheersing slechts vier man. Het is niet zeker of die vakken blijven. Er zijn geruchten dat je op moet schieten om die vakken te volgen

    Als ik die vakken wil volgen en ik krijg alleen een dictaat in mijn handen gedrukt voor zelfstudie - dus er wordt geen college meer gegeven - dan ga ik naar een universiteit die de vakken wel goed geeft. Ik sluit niet uit dat ik dan van studie verander


    Mijn kippen werden vroeger opgegeten door de nertsen van de buurman

    Wageningen UR moet zich roeren in maatschappelijk debat

    Prioriteiten instituten en universiteit hoeven niet altijd te matchen


    In Rolduc bleek dat in abstracto iedereen het snel met elkaar eens is over algemene concepten, maar de problemen ontstaan bij de uitwerking. Bovendien proef je wantrouwen als er over de andere vakgebieden iets gezegd wordt. Zo kropen de dierwetenschappers, van zowel universiteit als DLO, in hun schulp toen ze vanuit de maatschappijwetenschappen en de groene ruimte kritiek kregen op hun onderzoeksprogramma's, terwijl daarin een deel van de meerwaarde van Wageningen UR schuilt.

    Projectleider onderzoek dr Dick van Zaane, bij het gesprek aanwezig: Die discussie was niet mals, maar constructief. We moeten willen leren van elkaar.

    Veerman ziet te veel een focus op het eigen terrein, terwijl steeds duidelijker wordt hoe belangrijk het is over de grenzen heen te kijken. Van Zaane constateert dat in veel sectoren de mensen voldoende zijn toegerust om over de maatschappelijke inbedding van het werk te praten. Waar dat niet het geval is moeten we 362f mensen opleiden 362f mensen aantrekken die het vakgebied maatschappelijke spiegels kunnen voorhouden.

    De raad van bestuur wil dat strategische speerpunten worden geformuleerd. Daartoe worden in het najaar een aantal stappen gezet. De belangrijke thema's zijn nog te breed geformuleerd. Veerman: De projecten moeten niet gaan over een nieuwe stal voor leghennen, maar over oplossingen voor de pluimveehouderij na 2012, als de legbatterij is verdwenen. Ook in de maatschappelijke discussie over landbouwproblemen moet Wageningen UR een rol spelen. Moet de overheid zich met de details van de bedrijfsvoering bemoeien? Of moet de sector op zijn eigen wijze aan randvoorwaarden voldoen? Veerman constateert dat dat met name DLO moeilijk valt omdat daar soms nog de oude LNV-cultuur heerst, maar gelukkig verandert dat snel

    Karakter

    Van Zaane geeft aan dat er de komende vier jaar binnen Wageningen UR zo'n 150 miljoen gulden beschikbaar is voor een speerpuntenbeleid. De raad van bestuur wil meedenken met instituten en departementen om de veelbelovende richtingen te identificeren en stimuleren met specifieke financiering. De vraag is of de instituten en departementen klaar zijn om de vragen op het gebied van hoogwaardige wetenschappelijke ontwikkelingen het hoofd te bieden. Ook is het de vraag of de instituten voldoende toegerust zijn om de marktvragen te kunnen behandelen.

    De prioriteiten van de instituten en van de universiteit hoeven niet volledig te matchen, zegt Van Zaane. Veerman wil dat het verschillend karakter van het werk van DLO en universiteit, en straks ook van het praktijkonderzoek, beter tot uiting komt. De universiteit doet fundamenteel onderzoek en de randvoorwaarden daarvoor verschillen van die van DLO, dat onderzoek moet vertalen in toepassingen en ontwikkeling van producten.

    Veerman: We hopen dat mensen zelf tot goede afspraken komen, maar het kan natuurlijk niet dat strategische partners elkaar op oneigenlijke wijze beconcurreren. Als dat gebeurt, nemen we onze verantwoordelijkheid. Let wel, ik zeg niet dat de universiteit geen derdegeldstroomonderzoek moet doen. Ik zeg alleen dat dat externe geld gebruikt moet worden voor fundamenteel onderzoek en dat DLO zoveel mogelijk zijn fundamentele werk moet uitzetten bij de universiteit.

    Afstemming

    De afstemming van het werk tussen universiteit en DLO-instituten baart Veerman zorgen en dat moet op korte termijn volledig anders. Een DLO-directeur kan niet met een investeringsplan komen waarvan de departementsdirecteur in hetzelfde werkveld geen weet heeft. Omgekeerd willen we dat de instituutsdirecteur heeft gekeken naar bijvoorbeeld het profiel van een nieuwe hoogleraar of naar een groot onderzoeksplan. Te veel nog laten mensen elkaar in het ongewisse. Wij hebben gezegd dat we eenzijdige plannen niet meer behandelen. Die gaan linea recta terug.

    Hoewel de raad van bestuur een strikte afstemming wil tussen instituten en departementen heeft hij de invoering van kenniseenheden, waarin dat geformaliseerd wordt, over een langere periode uitgestreken. In de wandelgangen wordt gefluisterd dat het bestuur is gecapituleerd. Veerman vindt dat een onzinnige analyse. Mensen schijnen te denken dat wij alles onder dwang willen doen en dat er een overwinning of nederlaag is geboekt als iets niet lukt. Wij herzien gewoon het tempo en willen de ruimte geven om de kenniseenheden in te vullen vanuit de inhoud. Volgens de bestuursvoorzitter hebben de universiteit en DLO nog fikse problemen, die maken dat dat zinnig is: de universiteit moet het instellingsplan nog verwerken en de DLO-instituten hebben de zaken nog lang niet op orde. Dat moet eerst. En: We moeten een einde maken aan die cultuur van angst en afgunst. We hebben elkaar binnen Wageningen UR nodig. Die kenniseenheden moeten er komen, al gaan we ze niet van bovenaf opleggen. Maar als het moet nemen we onze verantwoordelijkheid.

  • Re:ageer