Wetenschap - 1 januari 1970

Klimaatverandering slecht voor rotgans

In 1990 waren er nog 300 duizend rotganzen, nu nog maar 200 duizend. Volgens dr. Bart Ebbinge, de ganzenspecialist van Alterra, heeft dat waarschijnlijk te maken met de invloed van de klimaatverandering op de in Siberië levende lemmingen.

Ebbinge heeft de afgelopen zomer samen met collega-biologen onderzocht hoe de zwartbuik- en witbuikrotganzen broeden op het Siberische schiereiland Taymir. Bepalend daarvoor was altijd de zogenaamde lemmingencyclus. Eens in de drie jaar stijgt het aantal lemmingen in het gebied tot ongekende hoogte, met als gevolg dat er het jaar daarop extra veel roofdieren zijn zoals poolvossen en sneeuwuilen. En die jagen dan, bij gebrek aan lemmingen, op de broedende ganzen.
'Het lijkt erop dat de lemmingencyclus door de klimaatverandering afvlakt', stelt Ebbinge. 'In 2002 waren er minder lemmingen dan vroeger, en in 2003 waren er helemaal geen lemmingen. Lemmingen leven onder de dikke sneeuwlaag en halen normaal wel vier worpen per winter, maar de periode dat er sneeuw ligt wordt korter, dus het aantal worpen is daarmee minder.' Ebbinge zag ook dat er tijdens de vorstperiode korte periodes met dooi optraden, waardoor de holen van de lemmingen vollopen en vervolgens weer dicht vriezen. Een andere oorzaak is de toename van het aantal gedomesticeerde rendieren, die dezelfde planten eten als lemmingen.
Die afvlakking van de lemmingencyclus heeft volgens Ebbinge tot gevolg dat de rotganzen hun broedstrategie├źn aanpassen. Ze kiezen er nu voor om op de eilanden rondom Taymir te broeden, omdat vossen daar niet kunnen komen. Bovendien zitten ze daar relatief beschut tussen grote groepen broedende meeuwen. 'Nu waren er zevenhonderd ganzennesten op de eilanden, terwijl dat er vroeger tussen de drie- en vierhonderd waren.' Dat betekent dat de rotganzen niet alleen meer met de meeuwen strijden om de beste broedplaatsen op de eilanden, maar ook met hun soortgenoten.
De rotganzen zijn ook minder zeker van de roofdieren. Vroeger wisten rotganzen tijdens lemmingrijke jaren gebruik te maken van de sneeuwuil als bescherming tegen de poolvos. Ze broedden in het territorium dat de sneeuwuil vrij hield van vossen, maar als de sneeuwuilen niet meer genoeg lemmingen kunnen vinden, zijn de rotganzen een natuurlijk alternatief. Soms verschalken ze zelfs volwassen exemplaren. En hoewel de meeuwen op de eilanden soms bescherming bieden, kunnen ze ook een bedreiging vormen omdat ze wel een ganzenkuiken lusten.
Volgens Ebbinge is de invloed van de klimaatverandering op de lemmingcyclus nu nog een hypothese die met verder onderzoek moet worden bevestigd. De principes van de broedstrategie├źn zijn volgens hem zeer de moeite waard om te bestuderen, omdat ze ook licht werpen op vergelijkbare ecologische systemen. 'Vroeger had je in Nederland ook cycli van veldmuizen.' / MW

Het onderzoeksdagboek van dr Bart Ebbinge staat op www.vroegevogels.nl.

Re:ageer