Organisatie - 8 november 2007

‘Klimaatprobleem is eigenlijk simpel’

Prof. Pier Vellinga richtte zich als één van de eerste Nederlandse wetenschappers op de vraag hoe de maatschappij moet omgaan met klimaatverandering. Begin dit jaar werd hij aangesteld als programmaleider van het klimaatonderzoek van Wageningen UR. De instelling loopt volgens Vellinga momenteel voorop op dit vakgebied, maar moet wel blijven vernieuwen. ‘Daar wil ik aanjager van zijn.’

95_achtergrond0.jpg
95_achtergrond0.jpg

Foto: Bart de Gouw

Zijn onheilsboodschappen over het stijgende zeewater dat over de hoge dijken heen zal slaan, gaven Pier Vellinga het imago van klimaathystericus. Hij haalt er zijn schouders over op. ‘Sommige onderzoekers hanteren een afstandelijke houding van: we zien wel wat de maatschappij met de kennis over klimaatverandering doet. Maar ik vind dat wetenschappers de plicht hebben om de maatschappij duidelijk op gevaren te wijzen.’
Voor zijn komst naar Wageningen deed Vellinga dat als hoogleraar Milieuwetenschappen en decaan van de faculteit der Aard- en levenswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Begin dit jaar koos hij echter voor Wageningen UR, om daar samen met prof. Pavel Kabat de onderzoeksprogramma’s over klimaatverandering verder te ontwikkelen en te leiden. Eén dag per week werkt hij nog voor de VU, om de samenwerking tussen de kennisinstituten te laten voortbestaan.
Beide universiteiten hebben al veel tijd en geld besteed aan klimaatonderzoek, bijvoorbeeld in het succesvolle programma Klimaat voor Ruimte, over manieren om met klimaatverandering om te gaan. In 2007 kreeg dit een vervolg met Kennis voor Klimaat dat zich verder richt op het klimaatbestendig maken van Nederland. Vellinga kreeg vanuit Wageningen UR de kans dit programma te leiden. ‘Het is een van de belangrijkste redenen waarom ik hierheen ben gekomen. Dit project wilde ik absoluut organiseren. Het gaat over de toekomst van Nederland.’

Simpel vraagstuk
Klimaatverandering is omgeven met misvattingen en scepsis, ervaart Vellinga. ‘Zoals het misverstand dat het toch niet lukt om het tij te keren als China niet meedoet. Of dat het wel meevalt.’ Regelmatig ligt hij met collega Salomon Kroonenberg in de clinch over dit onderwerp. Die schreef een boek waarin hij beweert dat de klimaatverandering een normaal proces is in de rij van ijstijden. ‘Het is een leuk boek, maar de maatschappelijke kant klopt niet. Salomon vindt dat we niks moeten doen aan de oorzaken, dat we Gods water maar over Gods akker moeten laten stromen. Maar ik vind dat het klimaat ook een waarde van zichzelf heeft. En het kán anders. Er zijn mogelijkheden genoeg om welvarend te leven met veel minder gevolgen voor klimaat en milieu.’
In wezen is volgens Vellinga de klimaatverandering een ‘heel simpel vraagstuk’. ‘Wij brengen door onze economische activiteiten onze omgeving in de war. Net zoals we eerder deden met de uitstoot van cfk’s die de ozonlaag aantasten. Klimaatverandering is het huidige milieuvraagstuk. Daarbij gaat het om teveel CO2 in de lucht. Een deel van de klimaatverandering kunnen we niet meer verhelpen, maar we kunnen wel voorkomen dat permafrostgebieden rond de Noordpool grote hoeveelheden methaan gaan uitstoten. Als we de CO2 door laten groeien, zal het klimaat uiteindelijk een eigen dynamiek krijgen met over de hele wereld wisselende omstandigheden in het weer en maatschappelijke ontwrichting als gevolg. We moeten voorkomen dat het klimaat met ons aan de haal gaat, door tijdig de emissie naar beneden te brengen.’

Klimaatbestendig
Pier Vellinga (1950) 1986 Gepromoveerd aan de Technische Universiteit Delft op de veiligheid van de Nederlandse duinenkust bij stormvloed 1975 – 1988 Onderzoeker kustontwikkeling bij het Waterloopkundig Laboratorium 1989 - 1992 Adviseur bij het ministerie van VROM, betrokken bij de oprichting van het IPCC 1991 – 2001 Hoogleraar Milieuwetenschappen en veranderende aardsystemen aan de VU, voorzitter van het Science and Technical Advisory Panel of The Global Environmental Facility (GEF) van UNEP, UNDP en de Wereldbank 2001 – 2007 Decaan van de faculteit Aard- en levenswetenschappen VU 2005 – heden Voorzitter van het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek op Texel 2006 – heden Voorzitter van de stichting Natuur- en Milieu 2006 – heden Directeur Klimaatcentrum VU 2007 – heden Programmadirecteur Klimaatverandering, Alterra Vellinga is opgelucht te zien dat ondanks de scepsis en misverstanden de boodschap toch langzaamaan doordringt in de maatschappij. ‘Steden zoals Nijmegen en Kampen ontwikkelen bypasses rondom de oude stad om een overvloed aan water te kunnen omleiden. Ook wordt er ruimte gemaakt voor de rivier, en is een versnelde versterking van de Nederlandse kust eindelijk op gang gekomen. Verder zijn de noordelijk provincies een project begonnen dat het landschap klimaatbestendig moet maken. We zien het ook niet alleen meer als bedreiging, maar steeds meer als een kans. Bedrijven hebben klimaat als speerpunt, beleggers haken erop in, banken komen met klimaathypotheken en projectontwikkelaars richten zich op klimaatneutrale gebouwen. Het klimaat wordt steeds breder gedragen, ook internationaal.’
En daarin heeft het International Panel for Climate Change (IPCC) volgens hem een grote rol gespeeld. Deze internationale organisatie verzamelt alle wetenschappelijke inzichten op het gebied van klimaat. Haar rapporten worden gebruikt om internationale afspraken te maken over de CO2-uitstoot en klimaataanpassingen.
Vellinga was betrokken bij de oprichting van het IPCC. Hij is dan ook trots op de Nobelprijs voor de vrede die het panel dit jaar kreeg, samen met Al Gore. ‘Het IPCC brengt disciplines bij elkaar en maakt wetenschappelijke kennis relevant voor de maatschappij. De betrokken wetenschappers maken constant afwegingen tussen onzekerheden helder maken en op tijd handelen. Ze werken in het spanningsveld tussen wetenschappelijke interesse en maatschappelijke bruikbaarheid. Dat maakt dit milieuvraagstuk ontzettend fascinerend.’
Nu de maatschappij doordrongen is van de noodzaak tot actie ziet Vellinga de grootste uitdaging in de zorg voor een goede samenwerking tussen allerlei kennisinstituten. ‘Universiteit Utrecht, TNO, TU Delft, de Vrije Universiteit en noem maar op. We moeten veel meer samenwerken. Delft heeft bijvoorbeeld de kennis voor waterbouw, Wageningen voor water, natuur en landbouw. Maar het is hetzelfde water.’

Wageningse bureaucratie
Door de al eerder opgebouwde samenwerking in veel onderzoeksprojecten was de overstap naar Wageningen UR logisch en klein voor Vellinga. Toch was het ook even ‘wennen’. ‘Vooral aan de bureaucratie op het gebied van onderwijs en administratie. Die is blijkbaar ontstaan in een fase van noodzakelijk inkrimping. Maar zo’n strakke centrale sturing is volgens mij niet nodig in tijden van expansie. Het belemmert de groei zelfs. Wageningen UR zou veel meer kunnen decentraliseren, zeker in het onderwijs. Want daar liggen ontzettend veel onbenutte kansen.’
Vellinga vindt de huidige zesduizend studenten veel te weinig. ‘Dat kunnen er wel tienduizend zijn. De VU heeft twintigduizend studenten met slechts drieduizend werknemers. Wageningen UR heeft zevenduizend werknemers en veel minder studenten. Het is een groot onbenut reservoir.’
Ontwikkel nieuwe opleidingen, is Vellinga’s advies. ‘Zoals Aarde en economie als nieuwe bacheloropleiding en Climate Studies als nieuwe internationale master-opleiding. Ook op het gebied van bio-energie kan Wageningen vele collegezalen vullen met buitenlandse studenten.’
Dergelijke vernieuwingen en investeringen in onderzoek zijn noodzakelijk om koploper te blijven op klimaatgebied, zegt Vellinga. ‘Door een historische gegroeide samenstelling van kennisgebieden zoals meteorologie, water, bodem en landgebruik, en door de vroege voortrekkers rol van Pavel Kabat loopt Wageningen UR nu voorop, maar we zullen alles op alles moeten zetten om die internationale koppositie te behouden’, waarschuwt hij. ‘Andere universiteiten en kennisinstituten verheffen het klimaat nu ook tot speerpunt. Wageningen moet bij zien te blijven. Hebben we voldoende maatschappij wetenschappers? Hebben we genoeg planologen die Nederland en andere delta’s klimaatbestendig kunnen inrichten? Alle basiskennis is aanwezig, nu gaat het om nieuwe combinaties en om toespitsing in de richting van omgaan met klimaatverandering. Ik wil graag de aanjager hiervan zijn’, zegt Vellinga stellig.
‘De wereld moet zich gaan voorbereiden op een forse, niet te vermijden verandering van het klimaat. Toen ik zelf begon met dit vraagstuk dacht ik de verandering helemaal niet mee te maken. Maar het gaat sneller dan verwacht. Ik denk regelmatig terug aan een uitspraak van professor Bollin, de eerste voorzitter van het IPCC. Hij zei ooit dat als het lukt om het klimaatprobleem te voorkomen, we later nooit zullen weten of het de moeite waard is geweest. Zou het wel zijn gebeurd als we geen actie hadden genomen? Maar de realiteit haalt ons in. Nu de klimaatverandering doorzet, weet ik waarvoor ik het allemaal doe.’

Re:ageer