Wetenschap - 7 maart 2002

Klimaatonderzoek vanuit je eigen achtertuin

Klimaatonderzoek vanuit je eigen achtertuin

Wageningse ecoloog maakt handig gebruik van media en vrijwilligers

Ecoloog ir Arnold van Vliet heeft een slimme manier gevonden om zijn onderzoek naar veranderingen in de natuur als gevolg van klimaatverandering uit te breiden. Via het populaire radio 1 programma Vroege Vogels krijgt hij nu al meer dan tweeduizend mensen zo ver dat ze hun achtertuin in de gaten houden en de bloeiperioden van planten doorgeven. "Jan en alleman helpen nu de wetenschap vooruit."

Van Vliet, werkzaam bij de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse, is blij dat de programmamakers van Vroege Vogels naar hem zijn toegestapt. Wat hem wetenschappelijk bezighoudt, wanneer planten en bomen voor het eerst gaan bloeien en vogels en andere dieren hun jaarlijkse trek beginnen, blijken vele mensen interessant te vinden. Diegenen die zich hebben aangemeld bij Vroege Vogels om als amateurbioloog te beginnen in hun tuin of omgeving, komen uit alle uithoeken van het land en zijn van alle rangen en standen.

Onder hen zit bijvoorbeeld frater Willibrordus uit Borculo. "Nadat Frater Jeroen is overleden, loopt hij nu in zijn eentje bijna iedere dag door de biologische heemtuin van het klooster en houdt de bloeiperioden van 250 plantensoorten nauwkeurig bij, al sinds de jaren tachtig. Hij spreekt ook vaak de fenolijn in", vertelt Van Vliet. De fenolijn is een speciaal telefoonnummer dat mensen kunnen bellen als ze een plant voor het eerst zien bloeien of een vogel voor de eerste keer horen. Het woord is afgeleid van fenologie, de studie van jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur.

Van Vliet krijgt veel informatie binnen. Wat nu al duidelijk is geworden, is dat verschillende bomen en planten een paar weken eerder in bloei komen. "En ik heb net nieuws uit Dortmund gekregen: de paddentrek begint tegenwoordig al begin februari, terwijl dit begin jaren tachtig een maand later was." Padden houden elk jaar een winterslaap en als ze hieruit ontwaken, trekken ze naar poeltjes om zich voort te planten.

Fanmail

Van Vliet is blij met het succes van het Vroege Vogels-project dat de naam De Natuurkalender heeft meegekregen. Hij weet nu dat de media veel kunnen betekenen voor de wetenschap. Het begon voor hem allemaal in 2000 toen de programmamakers van Vroege Vogels naar hem toestapten. "Eerder hadden ze al een fenolijn opgezet, maar het leek hun nu interessant om het in een wetenschappelijke context te zetten. Hoewel vroeg in de morgen, van acht tot tien elke zondag, luisteren er vijfhonderdduizend mensen naar het radioprogramma."

Combineer dit met de tuiniertrend van dit moment en je hebt een hit. Wat volgens Van Vliet ook meespeelt, is dat veel mensen zich de verhalen over het warmer wordende klimaat wel degelijk aantrekken. "Mensen vinden het leuk om het veranderende klimaat in hun eigen achtertuin te zien."

In zijn kantoorkamer aan de Diedenweg, die vol staat met planten en waar de muren zijn volgeplakt met grafieken, laat Van Vliet een doos zien met zijn laatste fanmail. Elke week krijgt hij brieven van mensen die de planten in hun achtertuin goed in de gaten houden. Af en toe zitten er ook schriften bij, logboeken van mensen die jarenlang minutieus de plantengroei in hun tuin hebben bijgehouden. "Soms maken ze er hele verhalen omheen. Mevrouw van der Klei uit Oosterbeek is bijvoorbeeld in de jaren dertig begonnen met een soort dagboek. Ze vertelt niet alleen wanneer planten gaan bloeien, maar ook hoe warm het wel niet was."

Een andere waardevolle bron is de heer Braaksma uit Assen. Hij heeft vanaf 1936 tot aan zijn dood in 1992 de bloeiperioden van driehonderd plantensoorten bijgehouden. Van Vliet analyseert nu de gegevens. "Je ziet bijvoorbeeld dat het speenkruid nu al gemiddeld over Nederland begin maart begint te bloeien. Vroeger was dat eind maart."

Kikkerdril

Wat bezielt de mensen die ieder jaar opschrijven wanneer planten in hun tuin gaan bloeien? Waarom schrijven ze niet op hoe hoog de planten worden of hoeveel blaadjes ze krijgen? Van Vliet heeft daar niet direct een antwoord op. Hij vindt het gewoon logisch dat mensen bijhouden wanneer hun planten tot bloei komen. Wat de reden ook is, de wetenschap heeft er nu baat bij. Als wetenschappelijke onderzoekers al dat veldwerk zouden moeten doen, zouden ze geen tijd meer hebben voor andere zaken, denkt Van Vliet. "Er zijn wel internationale fenologische tuinen waar biologen heel nauwkeurige metingen verrichten, maar hier zijn er maar vijftig van in de wereld. We hebben de vrijwilligers nodig. Sommigen zeggen dat hun werk niet wetenschappelijk verantwoord en onnauwkeurig is. Met hun waarnemingen kan je de bloei inderdaad niet tot op de dag nauwkeurig bepalen, maar dat is voor veel onderzoek ook niet nodig. En als een groot aantal mensen onafhankelijk van elkaar hetzelfde waarnemen, kan je daar wel conclusies uit trekken."

Voor de toekomst heeft Van Vliet grote plannen. Als hij kijkt naar wat er in Engeland gebeurt, ziet hij allerlei mogelijkheden. Daar bestaat al sinds 1999 Nature's Calendar, een zelfde soort project als in Nederland. Het verschil is dat er in Engeland al meer dan tienduizend vrijwilligers meedoen en in technologisch opzicht zijn ze ook iets verder. "Op het internet zie je live waar in Engeland de kikkerdril zit. Het rukt in het voorjaar naar het noorden op, samen met de warmte."

Van Vliet wil het project naar een Europees niveau trekken. Gegevens uit Nederland moeten gekoppeld worden met gegevens uit onder andere Frankrijk en Engeland. "Zodat je bijvoorbeeld de zwaluw die vanuit Frankrijk vertrekt ziet aankomen. Het heeft dan wel iets weg van het weerbericht."

Hugo Bouter, foto Guy Ackermans

Meer informatie:

De Natuurkalender: www.natuurkalender.nl

Nature's Calendar Engeland: www.phenology.org.uk

Re:ageer