Organisatie - 1 januari 1970

Klimaatbeleid moet nog veel strenger

Om de effecten van de klimaatverandering beheersbaar te houden, mag de temperatuur wereldwijd niet meer stijgen dan twee graden Celsius. Daarvoor is een verlaging van de emissie nodig van zestig tot tachtig procent in het jaar 2100. Klimaatonderzoekers bieden vandaag een rapport met die strekking aan aan de voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas.

Klimaatonderzoekers van Alterra, de leerstoelgroep Milieueconomie, het KNMI en het Delftse onderzoeksbureau CE hebben op verzoek van de Tweede Kamer de meest actuele gegevens over het klimaat op een rijtje gezet. In 1996 gebeurde dat ook al, maar volgens dr Ronald Hutjes van Alterra waren er toen nog veel onzekerheden. 'De conclusies zijn nu veel harder.’
Volgens de onderzoekers is inmiddels zeker dat de klimaatverandering door menselijk handelen wordt veroorzaakt. De temperatuur is sinds 1996 wereldwijd met 0,6 graden gestegen, waardoor de zeespiegel tussen de tien en twintig centimeter steeg. Als er niets gebeurt, zal de temperatuur tot het jaar 2100 stijgen met maximaal 5,8 graden Celsius. Ook met de broeikasgassen gaat het niet goed. De emissies CO2 zijn sinds 1990 toegenomen met acht procent, en de concentratie CO2 is in 420.000 jaar niet zo hoog geweest.
De klimaatveranderingen zijn volgens de onderzoekers inmiddels duidelijk zichtbaar in de veranderde weerpatronen, de stijgende zeespiegel, het smelten van gletsjers en ijskappen, en de verschuivingen in de woongebieden voor planten en dieren. Om die effecten binnen de perken te houden, mag de temperatuurstijging volgens de onderzoekers niet hoger zijn dan twee graden Celsius. Maar alleen daarvoor is al een emissiebeperking nodig van zestig tot tachtig procent in het jaar 2100. Een enorme reductie, beaamt ook Hutjes. 'En dan nog voorkom je klimaatverandering niet helemaal.'
De politici in de Tweede Kamer zullen volgens de onderzoekers beleid moeten maken dat zich richt op enerzijds een internationale strategie om de temperatuurstijging aan banden te leggen en anderzijds op veranderingen in landgebruik en waterbeheer in Nederland om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen.
In de strengst doorgerekende variant zal de wereldeconomie in 2050 als gevolg van klimaatbeleid tussen de 1,1 en 4,1 procent kleiner zijn. De extra kosten voor waterbeheer in Nederland schatten de onderzoekers voor de komende vijftig jaar op maximaal 0,13 procent van het bruto binnenlands product. Voor de landbouw zullen de kosten ter bestrijding van de verdroging ongeveer 0,1 procent van het bruto binnenlands product bedragen. MW

Re:ageer