Wetenschap - 1 januari 1970

Kleinkoppige tilapia geeft goede filet

Voor de kweek van Nijltilapia kan selectie op basis van uiterlijke kenmerken zinvol zijn. Tilapia´s met een relatief dik en lang lichaam en een kleine kop hebben bijvoorbeeld een hoger filetpercentage, ontdekte dr Marc Rutten.

De promovendus onderzocht diverse populaties van de Nijltilapia uit Afrika en Azië, de vis die al populair voedsel was in de tijd van de farao´s. Uit Ruttens onderzoek blijkt dat belangrijke economische kenmerken zoals filetgewicht en filetpercentage sterk variëren. Nijltilapia wordt in Europa als verse filet verkocht en daarbij is het belangrijk dat de visfilets minimaal honderd gram zwaar zijn; de gangbare portie voor één persoon.
Analyse van genetische kenmerken en lichaamsmaten van diverse tilapialijnen wees uit dat een Filippijnse lijn het beste presteert. Dit geldt voor het lichaamsgewicht, filetgewicht en filetpercentage.
Nuttig voor viskwekers om te weten is dat goed presterende tilapia´s te herkennen zijn. Rutten: ‘Uiterlijke kenmerken wijzen op goede prestaties. Vissen met een hoog filetpercentage zijn dikker en langer en hebben een relatief korte kop.’
‘Met ondermeer deze Filippijnse tilapia moeten we verder gaan fokken’, meent Rutten. ‘De verbetering van tilapia voor de aquacultuur staat nog in de kinderschoenen. Vandaar de keuze voor kenmerken die direct aan het productievolume gerelateerd zijn. Op termijn kunnen andere kenmerken toegevoegd worden. In principe ook de filetsmaak en -kwaliteit mits deze kenmerken genetisch bepaald zijn. Ik denk dat er met fokprogramma´s heel wat winst te behalen valt in de aquacultuur. We kunnen een voorbeeld nemen aan de fokkerij van landbouwhuisdieren waarin veel efficiëntieverbetering heeft plaatsgevonden.’
Een probleem dat voorkomt in de aquacultuur en ook bij tilapiakweek is het competitieve gedrag van de vissen. Agressie kan ertoe leiden dat bepaalde vissen hun groeipotentieel niet waar kunnen maken. Rutten onderzocht met het oog op selectie of dit competitieve gedrag bepaald wordt door genetische factoren. Dit lijkt echter niet het geval te zijn. Het is zaak om de milieucondities zo gunstig mogelijk te maken. Rutten adviseert om bijvoorbeeld het visvoer continu en op meerdere plaatsen aan te bieden en de visdichtheid in de vijvers niet te hoog op te voeren. / HB

Dr Marc Rutten promoveerde op 18 mei bij hoogleraar Fokkerij en genetica prof. Johan van Arendonk en hoogleraar Visteelt en visserij prof. Johan Verreth.

Re:ageer