Wetenschap - 1 januari 1970

Kleine verhalen met impliciete nostalgie over een gespleten dorp

Kleine verhalen met impliciete nostalgie over een gespleten dorp

Kleine verhalen met impliciete nostalgie over een gespleten dorp

'Een jongen van het dorp' is een boek met kleine verhalen over een klein
Betuws dorp, Ingen, van een man die er als jongen is opgegroeid. Achterin
blijkt dat Chris van Esterik, de zoon van de dorpsherbergier, voor zijn
visie op de geschiedenis van het dorp Ingen veel te danken heeft gehad aan
de Wageningse historicus Anton Schuurman. ‘Aanvankelijk koesterde ik de
naïeve opvatting van de doorsnee leek dat de situatie van het dorp in het
beginjaar van mijn boek, 1900, statisch, onveranderlijk en stilstaand was.’
Schuurman wees hem op de vele kleine verhalen die de geschiedenis ook rond
1900 zeer dynamisch maken.
In eerste instantie lijkt het alsof journalist Van Esterik zijn verhaal
over zijn eigen geboortedorp aansluit bij de door Geert Mak gestarte
traditie om à la 'Hoe God verdween uit Jorwerd' de teloorgang te
beschrijven van het dorpsleven in het bredere perspectief van de
achteruitgang van het platteland. Maar waar Mak duidelijk de draden van het
dorpsleven uiteenrafelt met in de achtergrond een duidelijk negatief
waardeoordeel over de teloorgang daarvan, laat Van Esterik de
gebeurtenissen veel meer voor zichzelf spreken, zonder dat hij impliciet of
expliciet duidelijk maakt wat hij ervan vindt. Daardoor is Van Esteriks
'Een jongen van het dorp' meer een puur geschiedenisboek over Ingen dan een
verhaal over een dorp dat ook vanuit een breder perspectief gelezen kan
worden.
Opvallend is het duidelijk menselijke perspectief dat Van Esterik koos.
Hoewel niet altijd duidelijk is waar hij zijn bronnen vandaan heeft, put
hij ogenschijnlijk veel uit de mondelinge overlevering van mensen die het
allemaal zelf hebben meegemaakt. Zo citeert Van Esterik bij zijn verhalen
over de moeite die veldwachters rond 1900 moeten doen om hun gezag te doen
gelden de boerenknecht Zeger de Jongh om aan te geven dat het niet echt
zachtzinnig toeging.’Ik weet nog dat de oude Hendrik Kwint de zomen van de
sabel van de veldwachter Heddescheid in het gezicht had staan', herinnert
die zich.
Uit de vele verhalen uit het begin van de twintigste eeuw komt een sterke
tegenstelling naar voren. Allereerst is er de economische en sociale kloof
tussen de rijke herenboeren enerzijds en het armere deel van de
dorpsbevolking, met niet alleen armoede onder de arbeiders en knechten maar
ook bij het onderwijzend personeel. In het begin van de twintigste eeuw
namen deze armen niet eens deel aan de geldeconomie. Ze zorgden met
allerlei hand- en spandiensten voor de boeren dat ze voldoende hadden om te
leven.
Nog sterker is de tegenstelling tussen het dorp Ingen en het nabij gelegen
dorp Lienden, waar ook het gemeentebestuur zetelt. Van Esterik spreekt van
een felle onderlinge rivaliteit tussen beide dorpen, die in de loop van de
afgelopen eeuw regelmatig tot gewelddadigheden leidt. Waarschijnlijk ligt
het in religieuze verschillen, want in Lienden zag men Ingenaren als
vrijzinnigen die elke gelegenheid aangrepen voor een feest.
Hoe het het huidige Ingen vergaat, wordt het meest duidelijk bij twee
foto's van De Meiblom. Dat was in 1909 een melk- en boterfabriek in
baksteen met een houten hek. Nu staat de naam in gothische letters op het
witgestucte gebouw met een hek met metalen ornamenten. Met de import komt
ook de nostalgie in het boek om de hoek kijken die bij Mak zo pregnant is,
maar hier slechts impliciet naar voren komt.

Martin Woestenburg
Chris van Esterik, Een jongen van het dorp - Honderd jaar Ingen, een dorp
in de Betuwe, Bert Bakker, ISBN 9035125991, 22,50 euro.

Re:ageer