Wetenschap - 27 april 2018

Kleine sluipwesp investeert meer in reuk dan in ogen

tekst:
Albert Sikkema

Hoe kleiner de sluipwesp Nasonia vitripennis wordt, hoe slechter zijn ogen en geheugen. Maar z'n goede reuk blijft intact. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Jitte Groothuis, die de hersenen van sluipwespen onderzocht.

©Jitte Groothuis

De sluipwespen van Nasonia vitripennis kennen meerdere maten; ze kunnen wel een factor 10 verschillen in gewicht. Groothuis vergeleek de hersenontwikkeling van kleine met grote sluipwespen. Hij wilde weten in welke eigenschappen de wespen investeren als ze kleinere hersenen hebben.

Blind
Ten eerste ontdekte hij dat de kleine wespen veel kleinere hersenonderdelen hebben die visuele informatie verwerken. Ze worden als het ware half blind. Daarentegen blijven de hersenonderdelen voor reuk relatief groot. Reuk is belangrijker dan zicht voor de sluipwesp om zijn prooien te vinden en dat zie je terug in de hersenontwikkeling van kleine sluipwespen.

Geheugen
Ten tweede is het geheugencentrum in de hersenen van kleine sluipwespen kleiner, vond Groothuis, die promoveerde bij de leerstoelgroep Entomologie. ‘Kleine wespen onthouden bijvoorbeeld minder goed welke geuren leiden tot voedsel.’ Dat is een nadeel, erkent de promovendus. ‘Maar omdat de kleine wespen minder lang leven dan de grote, is geheugen minder belangrijk.’

Dat mindere geheugen heeft nog een reden. Groothuis vond minder dopaminecellen in kleine sluipwespen. Dopamine is een neurotransmitter die verbanden legt tussen bijvoorbeeld 'geur' en 'eitjes leggen in de gastheer' en daarmee de wil van de sluipwespen modelleert. Kleine sluipwespen hebben minder van deze onthoudcellen.   

Slim
Groothuis deed een deel van zijn onderzoek samen met Emma van der Woude, die eerder aantoonde met de sluipwesp Trichogramma evanescens dat kleine sluipwespen met kleine hersenen even slim zijn dan grote sluipwespen met grotere hersenen. Ook verwierp Van der Woude de Wet van Haller, die zegt dat heel kleine dieren relatief grote hersenen hebben. Groothuis bevestigt nu met een andere sluipwesp dat de Wet van Haller niet klopt.

Zandkorrel
‘Ik heb grote en kleine exemplaren van Nasonia bekeken en ben gaan meten of de hersenomvang meeschaalt met de grootte van de wesp. Je ziet in eerste instantie dat naarmate de wespen kleiner worden, de hersenen relatief groter worden. Maar op een gegeven moment zie je een knik, waarna de hersenomvang evenredig afneemt met de grootte van de wesp.’

Het is minutieus onderzoek, want de hersenen van de sluipwesp zijn zo groot als een zandkorrel. Groothuis heeft geprobeerd het aantal hersencellen van de grote en kleine wespen te tellen, maar dat mislukte.

Levert dit onderzoek praktische kennis op? ‘Niet direct’, zegt Groothuis, ‘maar je zou aan de hand van de hersenen kunnen voorspellen hoe een sluipwesp zich gedraagt. Daarmee zou je goede kandidaten voor biologische gewasbescherming kunnen selecteren.’

Lees meer:


Re:ageer