Wetenschap - 16 december 2013

Kleine boer heeft kunstmest nodig

tekst:
Albert Sikkema

Kleinschalige Afrikaanse boeren op arme gronden kunnen vaak niet aan honger en armoede ontsnappen zonder kunstmest. Dat stelt Ken Giller samen met onderzoekers van FAO en internationale onderzoeksinstituten.

De onderzoekers leveren in een artikel in Field Crops Research kritiek op de waarde van Conservation Agriculture in de Afrikaanse context. Deze CA-landbouw wordt momenteel gepropageerd voor de Afrikaanse landbouw als alternatief voor de hoogproductieve westerse landbouwmethode met veel kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De natuurvriendelijke Conservation Agriculture werkt met minimale grondbewerking, groenbemesters en gewasrotatie om meer meststoffen in de bodem te behouden.

Dit principe werkt in landbouwgebieden waar de bodemvruchtbaarheid en gewasproductiviteit hoog is, stellen de onderzoekers, maar niet in gebieden met gedegradeerde bodems. Met Conservation Agriculture degraderen die bodems alleen maar meer. Om de vruchtbaarheid van deze arme bodems te verbeteren, moeten er veel plantenresten worden ondergeploegd of als groenbemester op het land worden gestrooid. Dat lukt alleen met een hoge gewasopbrengst, met behulp van kunstmest, blijkt onder meer uit onderzoek van het International Institute for Tropical Agriculture (IITA) in Kenia.

Giller is al jaren een criticus van de Conservation Agriculture, omdat dit alternatieve landbouwregime – net als het regime van hoogproductieve landbouw met kunstmest – te weinig rekening houdt het regionale omstandigheden. Zijn medeauteurs van verschillende internationale onderzoeksinstituten, de FAO en toonaangevende Franse en Braziliaanse instituten komen nu ook tot die conclusie. Ze stellen voor om het gebruik van kunstmest toe te staan in de Afrikaanse praktijk van Conservation Agriculture. Alternatieven voor de kunstmest om voldoende organische stof in de bodems te krijgen, zijn vaak mislukt, stellen de auteurs.


Re:ageer