Organisatie - 22 november 2007

Kleedgeld

In een onderzoek naar de kleding van studenten komt de Wageningse student er niet goed van af. De uitkomsten liegen er niet om. Onze studentenkleding is te klein en te nauw, waardoor bierbuikjes en beginnende vetrolletjes zichtbaar worden. Twee polo’s van verschillende kleur worden alleen nog in Wageningen, Delft en Leeuwarden gedragen. En in onze vallei schijnen zelfs enkele studenten in joggingkleding rond te lopen.
Volgens de onderzoekers zijn de echte modieuze studenten vooral in Amsterdam te vinden. Daar lopen de studerende Brabo’s en Limbo’s er keurig bij. Er schijnen daar zelfs P.C. Hooftstraattypes een studie te volgen, zij het natuurlijk met grote moeite.
Toch hoeven we ons geen zorgen te maken over onze studentenkleding. Het onderzoek berust op een groot vooroordeel. De ondervraagden zeggen maar wat. Een ieder die ook maar enigszins op de hoogte is van de Wageningse dracht weet dat tegenwoordig onze studenten er goed uitzien. De heren blijven nog een beetje achter, maar de dames zijn om door een ringetje te halen.
Het grootste probleem is niet de kleding van de student, maar van de wetenschappelijke staf. Onder hen treffen we nog griezels aan die in lompen gehuld op het werk verschijnen. Onder hen zijn medewerksters in joggingpak met hoge schoenen te vinden. Zij zijn de zichtbare restanten uit de jaren zeventig, toen de studerende jeugd zich hulde in kleding waarvoor een clochard zich zou schamen.
Daarom moet in de nieuwe cao kleedgeld worden opgenomen voor stafleden die in de jaren zeventig hebben gestudeerd.

Re:ageer