Wetenschap - 1 januari 1970

‘Kippenvuilnis’

‘Kippenvuilnis’

‘Kippenvuilnis’


Hobbypluimveehouders in risicogebieden moeten sinds kort hun pluimvee zelf
aan de straat zetten, in kratten van de overheid. Zo hoeven de ruimers niet
meer voor ieder stel kippen het erf op, wat de kans op verspreiding van het
virus verder moet verkleinen. Wie zijn gevogelte niet langs de straat zet,
kan na een waarschuwing rekenen op een fikse boete. Maar hobbyhouders
vragen zich af of het ruimen van zogenoemd ‘kippenvuilnis’ het virus
daadwerkelijk kan stoppen, omdat het virus ook door overvliegende vogels
verspreid zou worden.

Prof. Mart de Jong, hoogleraar Kwantitatieve veterinaire epidemiologie in
Wageningen en Utrecht en als epidemioloog verbonden aan ID-Lelystad:

,,Over de vraag hoe het virus zich verspreidt valt te discussiëren, maar om
de verspreidingskans te verkleinen moeten contacten tussen mens en dier en
tussen dieren onderling zoveel mogelijk worden vermeden. Een vervoersverbod
is daarbij erg belangrijk.
Ook is het begrijpelijk dat de overheid ervoor kiest hobbyhouders hun
kippen aan de weg te laten zetten. Het van het erf halen van de hobbydieren
geeft veel rompslomp: voor elk stel kippen moet er worden omgekleed. Na
iedere ruiming moeten de overalls in de was het schoeisel worden ontsmet.
Dat is nogal inefficiënt. Aan de andere kant kan ik begrijpen dat de
gedupeerden geen zin hebben om hun hobbydieren zomaar als oud vuil aan de
straat te zetten. Het lijkt me belangrijk dat de twee partijen daarover in
gesprek raken. Veel hobbykippenhouders zullen er begrip voor hebben dat het
voor hun ‘professionele’ buren belangrijk is het aantal mogelijkheden voor
aanwezigheid van het virus zo klein mogelijk te maken.
Ruimen van de kippen is noodzakelijk omdat het voor vaccineren te laat is
en het sowieso nog niet duidelijk is hoe effectief het beschikbare vaccin
is tegen de verspreiding van dit specifieke virus. Als vaccinatie effectief
is heeft dat de voorkeur: het voorkomt ook dat mensen hun kippen laten
‘onderduiken’.
Uitbraken ontstaan niet doordat Nederland te vol zou zitten met dieren. Er
is altijd al mond- en klauwzeer, varkenspest en dergelijke geweest. Het is
wel moeilijker om in gebieden als de Gelderse Vallei virussen snel te
bestrijden vanwege de hoge dichtheid van de dieren. Die hoge dichtheden
zijn ontstaan uit sociaal-economische overwegingen. Er is door boeren
overigens vaak geprobeerd te verhuizen naar bijvoorbeeld Groningen, maar
allerlei wetten en regels, vaak voor stank- en milieuoverlast, werken dat
tegen.’’ |
W.G.P.

Re:ageer