Wetenschap - 1 januari 1970

Kip en boer beter af met volière

Het volièresysteem met uitloop scoort op veel criteria beter dan scharrelsystemen en vormt daarmee het beste alternatief voor de legbatterij. Dat blijkt uit promotieonderzoek van dr. Erwin Mollenhorst.

In 1999 bepaalde de Europese Unie dat vanaf 2012 legbatterijen uit den boze zijn. Een maatregel die op brede steun kan rekenen onder de bevolking. De legbatterij scoort slecht op diergedrag, maar juist goed op ammoniakuitstoot. Ook is de sterfte onder legkippen lager bij de batterij dan in andere systemen. Het illustreert de conclusie van Mollenhorst: een eindoordeel over een huisvestingssysteem is altijd gebaseerd op (impliciete) waardeoordelen. Uiteindelijk gaat het er om waar je de meeste waarde aan hecht. ‘Ieder systeem heeft zijn goede en zwakke punten’, aldus Mollenhorst.
De meeste Nederlandse legkippen zitten nu nog in een legbatterij. Een aanzienlijk kleiner deel zit in een scharrelstal, dit betekent dat ze vrij kunnen rondlopen maar niet naar buiten kunnen. Een systeem in opmars is het volièresysteem – ook wel fladder- of etagestal genoemd. Hierbij kan de kip naar meerdere etages fladderen, is de grondlaag voorzien van strooisel en bevinden de legnesten, zitstokken en rustruimtes zich op de etages.
Mollenhorst ging vijf jaar geleden op zoek naar een manier om de duurzaamheid van zulke leghensystemen te beoordelen. Allereerst werden samen met belanghebbenden de onderwerpen vastgesteld die van belang zijn voor duurzame ontwikkeling. Dit leverde een lijst met onderwerpen op, zoals diergezondheid en –welzijn, milieu, eikwaliteit, arbeidsomstandigheden, economie en consumentenbelangen.
In een onderzoek op twintig leghennenbedrijven, tien met batterijkippen en tien met scharrelkippen, is gekeken of bijvoorbeeld dierenwelzijn gevangen kan worden in een meetbare indicator. Een welzijnsindex, gebaseerd op stalafmetingen en –inrichting, werd getoetst door het gedrag waar te nemen en het verenkleed te beoordelen. Volgens Mollenhorst voldoet die welzijnsindex goed en is de index relatief eenvoudig toepasbaar.
Uiteindelijk vergeleek Mollenhorst de vier meest voorkomende huisvestingssystemen: de legbatterij, het scharrelbedrijf met en zonder uitloop en het volièresysteem met uitloop. Hiertoe is voor gemiddeld vijftien bedrijven van ieder huisvestingssysteem de duurzaamheid in cijfers uitgedrukt. Net als bij de welzijnsindex zijn hiervoor indicatoren gebruikt die op bedrijfsniveau meetbaar zijn.
In vergelijking met het batterijsysteem presteert het volièresysteem met uitloop beter op dierenwelzijn en economie, maar slechter op milieu. Voor de overige indicatoren zijn er geen duidelijke verschillen. De scharrelsystemen presteren op alle punten slechter dan of even goed als het volièresysteem. Het volièresysteem met uitloop scoort op welzijn vooral beter omdat de kippen meer bewegingsruimte hebben en beter hun normale sociale gedrag kunnen vertonen.
‘Een belangrijk voordeel van het volièresysteem is dat de hennen vrij kunnen bewegen tussen de etages. Die driedimensionale opzet betekent ook dat je meer hennen per vierkante meter kunt houden dan in de scharrelstal. Zolang de eierprijs op hetzelfde niveau gehandhaafd blijft als het scharrelei, haal je dus met een volièresysteem betere bedrijfsresultaten’, licht copromotor dr. Imke de Boer toe. / GvM

Erwin Mollenhorst promoveerde dinsdag 4 oktober bij prof. Akke van der Zijpp, hoogleraar Dierlijke productiesystemen.

Re:ageer